Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

G. Lankhorst

G. Lankhorst

De toenemende schuldenproblematiek lijkt op het eerste gezicht een typisch fenomeen van onze moderne tijd. Maar eigenlijk staat een tijdloos thema op de agenda: het thema van schuld en boete. “Schuld en boete” vormde het onderwerp van een klassieke roman van Fjodor Dostojewski. De hoofdpersoon – student Raskolnikov – heeft een forse huurachterstand bij zijn hospita en ziet zich genoodzaakt om zijn goederen bij haar in pand te geven. Zijn schulden blijven echter oplopen, en de aanmaningen stapelen zich op. Wij zouden zeggen: hij voldeed aan het criterium van artikel 284 Faillissementswet, omdat redelijkerwijs te voorzien was dat Raskolnikov niet zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Uiteindelijk ziet de “arme”student geen andere uitweg dan zijn schuldeiser te vermoorden met een bijl. Nu weten wij beter: Raskolnikov had een beroep moeten doen op de minnelijke schuldhulpinstantie, en eventueel een dwangakkoord kunnen aanvragen. Dat biedt meer perspectief dan wanhopig de schuldeisers naar de keel te vliegen.

vrijdag 03 juni 2016 09:30

(Geen) ontslag Wsnp-bewindvoerder

Een verzoek ex 319 Faillissementswet tot ontslag van de bewindvoerder in de schuldsanering van A werd in deze zaak afgewezen. De Rechtbank in Maastricht besteedde aandacht aan een advies van de behandelend rechter-commissaris en aan de inhoud van de (zakelijke) relatie tussen bewindvoerder en schuldenaar. De stellingen van de saniet waren onvoldoende onderbouwd. Anderzijds was de relatie kennelijk niet zo verstoord dat ook de bewindvoerder zelf het vertrouwen in een voortzetting verloren had en de voorkeur gaf aan een opvolgend bewindvoerder. Een meer algemene slotoverweging is dat bij onvrede over de bewindvoerder de saniet eerst de gang naar de rechter-commissaris maken moet, alvorens een 319-Fw verzoek te doen. En dan is er ook nog een klachtenregeling van de Raad voor Rechtsbijstand…

Naast het “smalle” of noodmoratorium bij een dreigende ontruiming of bij een dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen, treedt binnenkort een meer algemeen (“breed”) minnelijk moratorium in werking. Een concept-algemene maatregel van bestuur is recent in consultatie gegaan. Dit moet vanaf 2017 aan debiteuren in een problematische schuldensituatie de kans bieden op een incassovrije afkoelingsperiode van maximaal zes maanden. Hiermee treedt dan eindelijk ook artikel 5 van de Wet op de gemeentelijke schuldhulp (Wgs) in werking, dat de grondslag biedt voor deze afkoelingsperiode. Hiervan was de inwerkingtreding uitgesteld en losgekoppeld van de rest van de Wgs die per 1 juli 2012 reeds in werking trad.

De Eerste Kamer heeft op 16 februari 2016 ingestemd met een wetsvoorstel van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) dat de Gerechtsdeurwaarderswet in veel opzichten wijzigt. Deze wijzigingswet is gepubliceerd in Staatsblad 2016, 93 en zal naar alle waarschijnlijkheid deels per 1 juli 2016, deels per 1 januari 2017 in werking treden. Een standpunt van het Kabinet over de toekomst van de gerechtsdeurwaarderij in Nederland (en de beroepsorganisatie KBvG) lag ten grondslag aan deze wetgevingsoperatie (TK 2009-2010, 32 123 VI, nr. 64). Deze kabinetsbrief aan de Tweede Kamer bevatte een uitgebreide reactie op het adviesrapport van de Commissie Van der Winkel “Noblesse oblige” (TK 2008-2009, 31 700 VI, nr. 13). De kernpunten van deze wijzigingswet volgen hierna in vogelvlucht.

Schuldenbewind, schuldhulp en schuldsanering: Is het een moeizame driehoeksverhouding of komen alle goede dingen in drievoud ? Een onoverzichtelijk trio van procedures, of een keuzemenu al naar gelang de aard van het schuldenprobleem ? De theorie is: Schuldhulp en schuldenbewind vormen de eerstelijnshulp, en de schuldsanering fungeert als “last resort”. Een tweetal recente uitspraken over beschermingsbewind bakent de grenzen af met enerzijds de schuldhulp en anderzijds de schuldsanering.

dinsdag 15 maart 2016 07:48

Handhaving kwaliteit beschermingsbewind

Hoe zit het met de handhaving van de kwaliteitseisen die gelden voor de beschermingsbewindvoerders ? En hoe denkt de Minister over het idee om in plaats van een interne “zwarte lijst” van “stoute” bewindvoerders, zoals nu wordt gehanteerd door de rechtspraak, te werken met een publieke “witte lijst” van bonafide bewindvoerders ? Op 19 februari 2016 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de Kamer bij brief laten weten wat hierover zijn opvatting is (33054, nr. 21). Eerst nog een korte schets van de stand van zaken.

dinsdag 15 december 2015 09:05

De duur van het beschermingsbewind

Geen automatische doorloop tot Sint-Juttemis

 

ECLI:NL:RBMNE:2015:7534
Rechtbank Midden-Nederland 21 oktober 2015

Een wettelijke schuldsanering heeft een afgebakende duur van in beginsel drie jaren. Maar hoe zit dat eigenlijk met een beschermingsbewind ? Waar is daar de uitgang ? Is het een “Hotel California”, waarvan The Eagles ooit zongen: “You can check out any time you like – but you can never leave”? Dat een beschermingsbewind niet oneindig behoort voort te duren is bekend. De wet geeft hier echter geen eenduidig richtsnoer, en de duur is dus sterk afhankelijk van de toestand en de wensen van de betrokkene zelf. Toch loopt een beschermingsbewind niet automatisch door tot Sint-Juttemis.

Hoe moet het nieuwe Centraal digitaal beslagregister (CBR) in de praktijk gaan werken ? Op 13 november 2015 is in de Staatscourant (nr. 39706) een verordening van de beroepsorganisatie KBvG gepubliceerd die antwoord geeft op deze belangrijke actuele vraag. Deze verordening is bindend voor alle gerechtsdeurwaarders in Nederland en treedt in werking op 1 januari 2016. Een nadere uitwerking van deze verordening is neergelegd in een reglement van de KBvG. Een actualiteit die op het terrein van schulden en incasso zeker een mijlpaal te noemen is. Net als bij de Romeinse mijlpalen gaat het er niet alleen om waar je precies bent, maar ook wie die mijlpaal gemaakt heeft, en vooral hoever het nog is naar de volgende mijlpaal en naar de dichtstbijzijnde stad en uiteraard naar Rome. Wat die laatste afstanden betreft: er is een verder gelegen doel. Het CBR is nu nog een instrument voor door gerechtsdeurwaarders. Maar omdat in de toekomst meerdere rijksoverheden (fasegewijs) zouden moeten aansluiten, wordt het CBR door de KBvG beeldend omschreven als een “groeibriljant”.

dinsdag 15 december 2015 09:01

Ontneming van schone lei

fraudebestrijding in schuldsanering ook op initiatief van de rechter-commissaris

 

Hoge Raad 24 april 2015 NJ 2015/220, ECLI:NL:HR:2015:1136
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:191

Ook de rechter-commissaris is (naast de bewindvoerder) een ‘belanghebbende’ in de zin van artikel 358a Faillissementswet. Dat betekent dat ook de R-C bevoegd is om het ontnemingsverzoek ten aanzien van de schone lei te doen. Dit past volgens de Hoge Raad in het stelsel van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en sluit aan bij de taken en bevoegdheden die de rechter-commissaris als toezichthouder in titel III van de Faillissementswet heeft. Een ontneming van de schone lei : Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Een moralistisch en wellicht wat naïef gezegde dat in de praktijk (helaas) lang niet altijd opgaat. Maar dat wel kort de gedachte verwoordt achter artikel 358a Fw. Het recente arrest van de Hoge Raad geeft hierover meer duidelijkheid.
 

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant sector kanton 20 augustus 2015 ECLI:NL:RBZWB:2015:5686 

 

De aantallen beschermingsbewinden stijgen de afgelopen jaren sterk. Het ontbreekt de kantonrechter aan duidelijke wettelijke afwijzingsgronden zoals we die wel kennen in de schuldsaneringsregeling, waar op de verzoeker onder andere een bewijslast rust om aannemelijk te maken dat de schulden in de voorgaande vijf jaren te goeder trouw zijn ontstaan en onbetaald gelaten. Zijn de verzoeken om een beschermingsbewind of onderbewindstelling dan stempelkwesties ?

Pagina 1 van 5