Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

Rate this item
(0 stemmen)

Naast het “smalle” of noodmoratorium bij een dreigende ontruiming of bij een dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen, treedt binnenkort een meer algemeen (“breed”) minnelijk moratorium in werking. Een concept-algemene maatregel van bestuur is recent in consultatie gegaan. Dit moet vanaf 2017 aan debiteuren in een problematische schuldensituatie de kans bieden op een incassovrije afkoelingsperiode van maximaal zes maanden. Hiermee treedt dan eindelijk ook artikel 5 van de Wet op de gemeentelijke schuldhulp (Wgs) in werking, dat de grondslag biedt voor deze afkoelingsperiode. Hiervan was de inwerkingtreding uitgesteld en losgekoppeld van de rest van de Wgs die per 1 juli 2012 reeds in werking trad.

Rate this item
(0 stemmen)

Een verzoek ex 319 Faillissementswet tot ontslag van de bewindvoerder in de schuldsanering van A werd in deze zaak afgewezen. De Rechtbank in Maastricht besteedde aandacht aan een advies van de behandelend rechter-commissaris en aan de inhoud van de (zakelijke) relatie tussen bewindvoerder en schuldenaar. De stellingen van de saniet waren onvoldoende onderbouwd. Anderzijds was de relatie kennelijk niet zo verstoord dat ook de bewindvoerder zelf het vertrouwen in een voortzetting verloren had en de voorkeur gaf aan een opvolgend bewindvoerder. Een meer algemene slotoverweging is dat bij onvrede over de bewindvoerder de saniet eerst de gang naar de rechter-commissaris maken moet, alvorens een 319-Fw verzoek te doen. En dan is er ook nog een klachtenregeling van de Raad voor Rechtsbijstand…

Rate this item
(0 stemmen)

De toenemende schuldenproblematiek lijkt op het eerste gezicht een typisch fenomeen van onze moderne tijd. Maar eigenlijk staat een tijdloos thema op de agenda: het thema van schuld en boete. “Schuld en boete” vormde het onderwerp van een klassieke roman van Fjodor Dostojewski. De hoofdpersoon – student Raskolnikov – heeft een forse huurachterstand bij zijn hospita en ziet zich genoodzaakt om zijn goederen bij haar in pand te geven. Zijn schulden blijven echter oplopen, en de aanmaningen stapelen zich op. Wij zouden zeggen: hij voldeed aan het criterium van artikel 284 Faillissementswet, omdat redelijkerwijs te voorzien was dat Raskolnikov niet zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Uiteindelijk ziet de “arme”student geen andere uitweg dan zijn schuldeiser te vermoorden met een bijl. Nu weten wij beter: Raskolnikov had een beroep moeten doen op de minnelijke schuldhulpinstantie, en eventueel een dwangakkoord kunnen aanvragen. Dat biedt meer perspectief dan wanhopig de schuldeisers naar de keel te vliegen.