Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

Maart 2009

Rate this item
(1 Stem)

Inleiding

Op 1 september 1982 is de in Titel 19 Boek 1 BW beschreven regeling meerderjarigenbewind van kracht geworden. Vastlegging van deze vorm van bescherming van meerderjarigen vloeide voort uit een voortschrijdend inzicht dat de tot dan toe slechts bestaande curatele vaak een te zware inbreuk maakte op  iemands leven. De ontwikkeling van mensen- en patiëntenrechten sinds de Tweede wereldoorlog creëerde het besef dat meer moest worden uitgegaan van wat iemand nog zelf kon en niet van wat hij niet kon. Daarnaast groeide het besef dat de íngestelde bescherming evenredig moest zijn met de benódigde bescherming; kortom geen zwaar kaliber instrument voor een lichte hulpvraag . Ook de instelling van het mentorschap per 1 januari 1995 is in die gedachteontwikkeling in het leven geroepen. 1
Ook de nadruk op iemands vermogen, zoals die bestaat binnen de curatele,  werd als te eenzijdig beschouwd. Instelling van het beschermingsbewind en het mentorschap gaf meer mogelijkheden tot een bescherming op maat waarbij tevens meer uitgebreid kon worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. Als extra mogelijkheid van maatvoering heeft de kantonrechter binnen de wet destijds eveneens de mogelijkheid gekregen een bewind tijdelijk in te stellen. Een mogelijkheid die voor de curatele niet gold en geldt.


Aantallen
Met de toenemende bekendheid van het beschermingsbewind bij het grote publiek en de daarmee groeiende acceptatie daarvan als verschijningsvorm van hulpverlening is er ook een toenemend gebruik te constateren van deze beschermingsvorm. Hoewel op dit moment nog geen centrale registratie plaatsvindt van ingestelde bewinden zijn er in de loop der jaren wel enige publicaties verschenen over de frequentie van toepassing van beschermingsbewind.  23  Daarnaast geeft het statistisch jaarboek van het CBS een overzicht van het jaarlijks aantal uitgesproken vonnissen meerderjarigenbewind. 4 Deze vonnissen leidden niet allemaal tot instelling van een bewind. Een verzoek tot onderbewindstelling kan ook afgewezen worden. Blijkens het Statistisch jaarboek 2008 zijn in 2000 ca. 9900 vonnissen betreffende beschermingsbewind gewezen (blz. 198). Dit aantal leidde tot 7549 feitelijke bewinden (K. Blankman, 2002) . Ongeveer 85% van de aanvragen leidde in dat jaar dus kennelijk tot een feitelijke instelling van een bewind. Extrapolering van deze gegevens, hoewel zeer moeizaam in de juiste interpretatie daarvan, leidt over de periode 1995 tot heden tot de in tabel 1 getoonde grafische weergave van het aantal uitgesproken bewinden. Niettegenstaande de ruim te nemen marges van deze getallen zijn zij in ieder geval niet strijdig met een recentelijk gemelde hoeveelheid uitgesproken beschermingsbewinden van ca. 20.000 per jaar. 5 Duidelijk is in ieder geval dat het beschermingsbewind in frequentie inmiddels de WSNP, een andere vorm van bewind, ruim overschrijdt.


grafiek

Tabel I: Aantal uitgesproken beschermingsbewinden per jaar


Problemen
Groei kan gepaard gaan met groeistuipen. De ervaringen in het afgelopen decennium met de WSNP zijn daarvan een voorbeeld. Hoewel het aantal beschermingsbewinden ook gestaag groeit is tot vrij recentelijk weinig problematiek aan de oppervlakte gekomen. Toch is het risico dat, als gevolg van de groei, het aantal bewinden een zekere kritische grootte gaat bereiken waardoor, zonder aanvullende wettelijke maatregelen, ook dit onderdeel van de rechtspraak uitvoeringsproblemen gaat meemaken (zie bijvoorbeeld Zembla: “de bewindvoerdersbende”). De signalen op dit moment zijn dat Justitie dit reeds onderkent heeft en ver gevorderd is met maken van aanvullende wet- en regelgeving ter handhaving van de kwaliteit. Hopelijk blijft Justitie ook in het oog houden dat bij ca. 50% van de uitgesproken beschermingsbewinden geen professionele bewindvoerders worden benoemd maar personen uit de directe familie- en kenniskring. 6 Het zou de intrinsieke zorgzaamheid, die van een maatschappij verwacht mag worden, wel erg verzakelijken en mogelijkerwijs zelfs vervreemden als aangepaste wetgeving aanleiding zou geven tot bijvoorbeeld opleidingsvereisten voor kinderen in de zorg voor hun ouders.


Professionalisering
Heldere en toegankelijke verstrekking van informatie over uitvoering van beschermingsbewind is noodzakelijk en zelfs een vereiste. De uitvoering van beschermingsbewinden vraagt van mensen praktische, theoretische en ervaringsdeskundigheid. In dit kader worden er in toenemende mate ook vanuit de beroepsgroep van professionele bewindvoerders relevante initiatieven ontwikkeld. Daarmee lijkt de beroepsgroep van professionele bewindvoerders, als eerste verdedigingslinie voor kwaliteitsbewaking, voor zichzelf ook reeds de conclusie getrokken te hebben dat continue kwaliteitsverbetering gewenst en noodzakelijk is, niet alleen na een uitzending van Zembla, maar ook ver daarna!


Booming business?
De getallen lijken op dit moment weinig aanleiding te geven te veronderstellen dat er in aantallen per jaar substantieel meer bewinden worden uitgesproken; er worden er wel ieder jaar meer uitgesproken. Echter, echt cijfermateriaal ontbreekt en inmiddels is uit de ervaringen met de WSNP bekend dat van de ene op de andere maand de aantallen kunnen halveren en mogelijkerwijs ook kunnen verdubbelen. Die grilligheid lijkt voorshands niet aan de hand te zijn bij beschermingsbewinden. Wat niet uit het oog verloren mag worden is het feit dat, hoewel voor beschermingsbewinden wel de mogelijkheid bestaat voor een bewind voor bepaalde tijd, veel bewinden toch voor onbepaalde tijd  worden uitgesproken, dat betekent dat het “dak” van vijf jaar zoals dat bestaat binnen de WSNP en dat ook wettelijk is ingekaderd, binnen de beschermingsbewinden waarschijnlijk veel hoger ligt! Daarnaast en daardoor is het totaal aantal actieve bewinden waarschijnlijk ook substantieel hoger. Daarmee is ook duidelijk dat het totaal aantal benodigde professionele bewindvoerders vooralsnog ook zal blijven stijgen. Misschien niet booming, maar wel growing! Door het stellen van afdoende strenge, en daarmee voor commerciële avonturiers ontmoedigende, kwaliteitseisen kan wellicht voorkomen worden dat het business wordt, in ieder geval booming business!

 1. K. Blankman, “Het hedendaagse personen- en familierecht”. 2008; Hoofdstuk 13; blz. 504 e.v.;  “Bescherming van minderjarigen” 
 2. H.C.D.M. Oomens en Y.L.L. van Zutphen, “Evaluatie Wet Mentorschap”. 1998; WODC VU Amsterdam
 3. K. Blankman e.a., “Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen; het beschermingsbewind nader onderzocht”, Amsterdam VU, 2002.
 4. Statistisch jaarboek 2008 CBS, blz. 198
 5. G.H. Lankhorst. Interview, nieuwsbrief Stichting Modus Vivendi, februari 2009
 6. van Rijen, 2008; “(On-)mogelijkheden van beschermingsbewind”, seminar “Help mijn klant heeft schulden”, Schruer advocaten & Modus Vivendi, nieuwsbrief Stichting Modus Vivendi , november 2008.