Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

Rate this item
(0 stemmen)

Rechtbank Den Haag 27 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7671

Na een faillissementsperiode van twee en een half jaar wordt de schuldenaar alsnog toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar verzoekt een aantal weken na deze omzetting aan de rechter-commissaris een verkorting van de looptijd van de schuldsanering, en wel zodanig dat de periode dat hij in staat van faillissement heeft verkeerd wordt afgetrokken van de looptijd van de schuldsanering. Subsidiair verzoekt de schuldenaar ter terechtzitting een termijnaftrek met een kortere periode dan die van het faillissement. Dit verzoek van de saniet tot termijnreductie wordt met een principiële redenering afgewezen. De belangen van de schuldeisers om zoveel mogelijk van hun schulden betaald te krijgen prevaleren boven het belang van de schuldenaar om zo snel mogelijk een schone lei te krijgen. De saniet moet de schone lei letterlijk en figuurlijk “verdienen”. De Rechtbank ontleent steun aan Recofa-richtlijn 1.7.

Rate this item
(0 stemmen)

Het gezamenlijk belang versterkt

Het minnelijk en wettelijk traject zijn nauw met elkaar verbonden. Het minnelijk traject streeft naast de sanering van schulden ook een preventie van het schuldenprobleem na. Het wettelijk traject streeft, zo verwoordde de wetgever het in ieder geval, alleen een sanering van schulden na. Bij de wetswijziging van 1 januari 2008 van de Wsnp heeft de wetgever deze verbondenheid versterkt door een aantal wijzigingen te introduceren die een versterking van het minnelijk moesten geven en minder noodzaak tot de Wsnp. Deze wijzigingen betroffen naast het moratorium en de voorlopige voorziening ook de gedwongen medewerking. De vraag is of, in retrospect, het verschil in normen van het minnelijk en het wettelijk traject deze versterking voldoende mogelijk maakte.