Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

Rate this item
(1 Stem)

Rechtbank Rotterdam 19 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2545

In deze ongewone zaak werd een verzoek van een crediteur afgewezen tot het bijwonen van de behandeling van een schuldsaneringsverzoek. De Rechtbank Rotterdam overwoog dat de belangen van de schuldenaar zich verzetten tegen een openbare behandeling, en dat de keuze van de wetgever bewust is gedaan voor een beperkte positie van de crediteur bij de behandeling van een Wsnp-verzoek. De belangen van de crediteur zijn bijvoorbeeld verdisconteerd in de weigeringsgronden van art. 288 Fw, aldus de Rechtbank die de parlementaire geschiedenis citeert. De rechter mag bovendien volgens de Hoge Raad acht slaan op door de crediteur ingediende brieven of stukken. Het misschien wel belangrijkste argument – de waarborg in de persoon van de bewindvoerder – blijft onbenoemd.

Rate this item
(0 stemmen)

De spanning tussen schuldenaar en schuldsaneerder

In het strafrecht heeft de afgelopen paar jaar een kentering plaatsgevonden in de manier waarop het recht tegen het slachtoffer aankijkt.1 Het slachtoffer is meer en meer zijn juridische positie gaan opeisen. In de literatuur is het slachtoffer dat zijn juridische positie opeist wel geplaatst in het licht van de moderniteit.2 In die gedachte ontwikkelt het moderne individu zich aanvankelijk van een, door de rede tot verheffing komende, persoon die zijn slachtofferschap ontstijgt en met verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven zijn gelijke rechten en positie opeist tot een hedendaags individu dat nog slechts pijnvermijdend en gelukzoekend zijn weg vindt in het leven. De eerste individu schept het beeld van de redelijke mens van de moderne tijd, de tweede individu schept het beeld van de volgens het nuttigheidsbeginsel opererende persoon gericht op maximaal nut. Dit individu zoekt ruimte voor zijn slachtofferschap en vindt ook juridische erkenning van zijn leed. Sterker, de huidige maatschappij voorziet hem in de compensatie die bij zijn leed hoort.