Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

Nieuwsbrieven van Modus Vivendi

 (Wij hebben ook een archief van onze oude nieuwsbrieven van januari 2008 t/m augustus 2011; klik deze link om het archief van deze nieuwsbrieven te bekijken)

Children categories

April 2012

 Wij Nederlanders in (dis)krediet

 De Tweede Kamer op koers voor schuldbemiddeling tegen betaling?

View items...
Rate this item
(0 stemmen)

“De WSNP kan de prullenbak in”

De heer Jaarsma is voorzitter van de NVVK sinds 3 maart 2005. Waar hij kan bepleit hij de noodzaak van maatschappelijke en financiële verantwoorde dienstverlening ter voorkoming van financiële problemen. In de media, op congressen, seminars en in de politiek laat hij de stem horen van de NVVK. Professionalisering, uniformering en kwaliteitsverbetering waren bij zijn aantreden de speerpunten van zijn visie en dat heeft hij waargemaakt. Wat de voortdurende overwegingen zijn bij het realiseren van deze doelstellingen mag dan niet onuitgesproken blijven. In een uitgebreid interview deelt de heer Jaarsma zijn visie op de schuldenproblematiek in Nederland. Het blijkt dat de heer Jaarsma dan niet wars is van prikkelende uitspraken..

De schuldenaar
In het verleden zei de NVVK “Iedere schuldenaar is hetzelfde”. Dat resulteerde in een hele strakke gedragscode waar de schuldenaar door heen getrokken werd. Als je nu kijkt naar de schuldhulpverlening nieuwe stijl gaan we uit van maatwerk waarbij ruimte is gegeven aan de, al langer bestaande gedachte, dat iedere klant een individu is met een eigen ontstaanshistorie van de schulden en eigen samenstelling van de onderliggende problematiek. Grosso modo heeft ca. 20% alleen een financieel-technisch probleem, bij 80% is er sprake van allerhande samengestelde problematiek zoals psycho-sociale problemen, verslavingsproblematiek en andere soorten problematiek. Die eerste groep van ca. 20% is relatief makkelijk te helpen. Voor die andere groep is het bij de schuldhulpverlener van belang die samengestelde problematiek te onderkennen zodat allerlei flankerende hulp ingezet kan worden. Dat vergt andere, en uigebreidere, vaardigheden van een schuldhupverlener. De NVVK komt daarmee tot de slotsom dat dè schuldenaar niet bestaat.

Schuldhulp en wetgeving
Het verengen van schuldhulpverlening tot alleen oplossen van het financiële probleem, enigszins zoals dat binnen de WSNP plaatsvindt door de bewindvoerder, zou alleen die 20%-groep die ik eerder noemde helpen, maar zeker niet de 80%-groep. In die zin slaat bijvoorbeeld de commissie Kortmann, die een mogelijk toekomst-scenario schetst in haar voorontwerp Insolventiewet, vollédig de plank mis. Zij brengt de schuldenproblematiek, nog meer dan nu het geval is binnen de WSNP, terug tot een financieel-technisch probleem. Zij heeft geen enkel oog voor alle andere sociale problemen die samenhangen met deze problematiek. De commissie Kortmann beschrijft enkel de weg uit de schuldenproblematiek op de financieel-technische manier. Haar introductie van een zogeheten schuldbegeleider zonder de beschrijving van de werkzaamheden van een dergelijke schuldbegeleider versterkt dat effect alleen maar. De commissie Kortmann had noch de kennis, noch de interesse voor integrale schuldhulpverlening. Overigens had wat de NVVK betreft de hele WSNP niet in de faillissementswet terecht moeten komen. Het enige wat de schuldhulpverlening in de jaren 90 nodig had was een moratorium en een dwangakkoord; het moratorium om tijd te kopen en het dwangakkoord om een weigerachtige crediteur tot medewerking te dwingen. Inmiddels weten we dat als je die wens voorlegt bij het ministerie dat de ambtenaren en juristen ermee op de loop gaan en met een extra titel III in de Faillissementswet komen. Het was tot 1 januauri 2008 nodig te wachten tot de vernieuwde WSNP in werking trad. Pas toen, voilà, het moratorium en het dwangakkoord. Gelukkig! Voor het minnelijk traject is meer dan dat ook niet nodig. De rest kan de prullenbak in. Wat ons betreft doet Kortmann uitstekend werk voor titel I en II van de Faillissementswet; dat is immers al meer dan honderd jaar oude wetgeving en kan dus een vernieuwing wel gebruiken. Maar haal titel III helemaal uit de faillissementswet en breng het moratorium en het dwangakkoord ergens in een passende wet onder. Het minnelijk traject is dan, in juridische zin, klaar voor gebruik.
De ons omringende landen kijken jaloers naar Nederland voor de wijze waarop de schuldhulpverlening is geregeld vooral vanwege het feit dat wij rekening houden met de sociale componenten in de schuldenproblematiek, terwijl het bij ons omringende landen vooral een financieel-technisch traject is. Bij ons is al sinds de jaren 80 bekend dat die enkele benadering als financieel-technisch probleem niet genoeg is, de integrale benadering en oplossen van de oorzaken bepalen de uiteindelijke effectiviteit. Dat doen ze in de rest van Europa niet, Nederland is het enige land dat in uitvoerende zin ruimte geeft aan de integrale benadering.

De gemeenten
Op 15 september jl. heeft staatssecretaris Aboutaleb het rapport “Schulden? De gemeente helpt!” aangeboden aan de Tweede Kamer. Het betreft een rapport over de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening en het concludeert dat gemeentelijke schuldhulpverlening in een kwart van de gevallen effectief is. De NVVK plaatst een drietal opmerkingen bij dit rapport.
Allereerst is het een probleem dat van tevoren niet omschreven was wat effectieve schuldhulpverlening is. De NVVK heeft, door middel van haar deelname aan een klankbordgroep tijdens dit onderzoek, voortdurend aandacht gevraagd voor de gehanteerde definitie van effectieve schuldhulphulp. Als je dat vooraf niet definieert kun je achteraf daarover geen uitspraken doen. Deze uitspraken zijn toch gedaan en daar is de NVVK het dus niet mee eens. Overigens moet je wel constateren dat vier jaar geleden in ca. 9% van de gevallen sprake was van effectieve schuldhulpverlening en dat er dus sindsdien een behoorlijke slag is gemaakt! Het postitieve van het onderzoek vinden wij dat je de uitslag van het onderzoek wel kunt beschouwen als een nulmeting van waaruit de toekomstige ontwikkeling van de schuldhulpverlening gemeten kan worden. Deze zal absoluut verhogen vanwege de schuldhulpverlening nieuwe stijl volgens welke manier van werken steeds meer NVVK leden werken. Omschrijving van de effectiviteit van de schuldhulpverlening volgens de methodiek van het bovenvermelde onderzoek doet naar onze mening wel zwaar tekort aan de werkzaamheden die de NVVK doet aangezien klanten ook geholpen worden met budgetbeheer, stabiliseren, herfinanciering of doorverwijzing naar de WSNP. Ik had om die reden veel liever gezien dat er een meting van het aantal uìtvallers had plaatsgevonden. In vier jaar tijd zijn wij van een uitval van 52% naar 31% verbeterd. De verwachting met de werkwijze nieuwe stijl is dat dit getal onder 20% zal komen. De benadering zou dus moeten zijn dat 80 tot 85% van de mensen die aankloppen worden geholpen; ook al is dit via veel verschillende produkten, dus niet alleen via schuldbemiddeling of saneringskrediet!
Als tweede opmerking bij dit onderzoek constateren wij dat het een aanzet geeft tot ontwikkeling van een uitgebreid moratorium dat een geldigheid heeft naar alle schuldeisers en niet alleen naar de woningbouwverenigingen en energiebedrijven. Dat beschouwen wij als zeer positief. De juridische haalbaarheid van een dergelijk moratorium, ook in Europees verband, is nog wel een groot vraagteken. Een dergelijk moratorium moet ook geen aanzuigende werking hebben naar bijvoobeeld berekenende burgers die, in de wetenschap dat als het water teveel tot aan lippen komt zij kunnen aankloppen bij schuldhulpverlening, onverantwoord financieel gedrag gaan vertonen. Binnen de schuldhulpverlening nieuwe stijl kijken wij overigens wel in toenemende mate naar de kwaliteit en mate van medewerking van een klant. Natuurlijk wil iedere klant van zijn schulden af, alleen.. hij zal er dingen voor moeten laten staan. In het maatwerk van de schulhulp nieuwe stijl moeten wij met de klant in gesprek zodat hij ìnziet dat hij van bepaalde zaken afstand moet doen. Die benadering, zo zien wij op de plaatsen waar de schuldhulpverlening nieuwe stijl is geïntroduceerd, is uiterst succesvol en brengt de uitval onder de 20%. In de verklaring van uitval van de resterende 20% is een deel besloten in verhuizing buiten het verzorgingsgebied van de schuldhulpverleningorganisatie. Van het resterende deel moet je uiteindelijk constateren dat deze klanten, ook na vier, vijf gesprekken om ze te bewegen tot een andere keuze, eenvoudigweg niet wìllen. Op dat moment houdt het op iets voor die klant iets te kunnen betekenen. De stelregel van de NVVK ten aanzien daarvan is: “Recidivisme daar doen wij niet aan”. Eén keer helpen wij iemand, hulp voor een tweede keer vindt alleen plaats wanneer iemand een onweerlegbare verklaring voor verandering ten opzichte van de vorige keer heeft. Een aangekondigde energie-afsluiting of zelfs uithuisplaatsing is niet zo'n reden! Zo'n tweede poging zal dan wel plaatsvinden onder nog striktere condities.
Als derde opmerking over het gemeente onderzoek is de ambitie de wachtlijst problematiek op te lossen en de garantie dat iemand die zich aanmeldt bij de gemeente binnen twee weken op een intake-gesprek moet kunnen komen. Dat vinden wij als NVVK ook. De Staatssecretaris en de Gemeenten zullen daar ongetwijfeld nog een financieel robbertje over vechten. Naar onze opvatting is het dan wel zo dat bepaalde politieke keuzes voor besteding van het geld geen effect mogen hebben op de wachtlijsten. Ik bedoel daarmee dat, wanneer het geld voor de schuldhulpverlening bijvoorbeeld in september “op” is, mensen die zich na die periode aanmelden pas in januari, wanneer er weer geld is, aan de beurt zijn. Het is natuurlijk ook bij ons niet onopgemerkt gebleven dat uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde wachttijd lang niet zo hoog is als door sommige partijen in de markt gesuggereerd wordt. Hoge wachttijden en lange wachtlijsten zijn, gelukkig, incidenten. Daar is het natuurlijk wel meteen schrijnend! Die problematiek moeten wij dan ook wel meteen heel hard aanpakken zodat het mankeren van de individuele gemeente niet afstraalt op alle gemeenten of negatief afstraalt op de problematiek.

“Polderen”
Op dit moment zijn de contacten tussen de verschillende geledingen van de schuldenproblematiek, dat wil zeggen de schuldeisers, de NVVK, maatschappelijke organisaties en gemeentelijke vertegenwoordigers als goed te omschrijven. Dat wil niet zeggen dat gelijktijdig dit contact zich ook vertaald in een betere communicatie van de verschillende achterbannen. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het aparte karakter van schuldhulpverlening. Enerzijds zijn wij een gratis incassobureau voor de schuldeisers in situaties waar geen cent meer te halen valt, anderzijds, zo ervaren in ieder geval sommige schuldeisers dat, als wij om de hoek komen kijken moet schuldeisers altijd een deel van hun vordering laten schieten en dan nog meestal het grootste gedeelte! Dat levert in de praktijk spanning op. Daarnaast zijn het juist altijd de zwaarste gevallen die terechtkomen bij de NVVK leden. Dit versterkt voor sommige schuldeisers nog extra de indruk dat zij nooit een hoog bod krijgen. Dan wordt weleens vergeten dat het alternatief niet méér ontvangen is maar niet meer ontvàngen is. De perceptie van de schuldeiser zelf kan dus ook nog wel verschillen.
Daarop aansluitend zijn wij in zijn algemeenheid tevreden over dat wat in de certificering ligt. Omdat wij in het overgrote deel van de besproken onderwerpen onze werkwijze bevestigd zien.

VTLB
Staatssecretaris Aboutaleb maakt in zijn brief aan de Tweede Kamer melding van het voornemen een digitale berekeningstool te ontwikkelen voor berekening van de beslagvrije voet. Ook hij constateert dat de RECOFA methode voor het berekenen van het Vrij Te Laten Bedrag lastig is. Voor eenvoudige leefsituaties is de methode weliswaar goed te hanteren maar zodra de leef/werksituatie moeilijker wordt doet zich al snel de situatie voor dat 10 verschillende bewindvoerders tot 10 verschillende uitkomsten van deze methode komen. Dat is vanzelfsprekend ongewenst en je zou je moeten afvragen of er in het minnelijk traject niet tot een eenvoudiger methodiek gekomen moet worden. De RECOFA methode houdt weliswaar overal rekening mee maar dat maakt het meteen ook te complex. De complexiteit van de RECOFA methode staat de praktische toepassing in het minnelijk traject in de weg. Bovendien is er, bij gebruikmaking van deze methode in het minnelijk traject, de onmogelijkheid om, zoals de NVVK anderhalf jaar geleden introduceerde, in geval van een nihil of negatieve afloscapaciteit tóch 5% procent afloscapaciteit aan te wenden voor aflossing. Vervolgens moet je natuurlijk ook constateren dat werkelijk iedere berekening die je verzint ten allen tijde discutabel blijft.

Het vak schuldhulpverlening
Schuldhulpverlening is een beroep, een vak! Een vak dat je, op dit moment althans, nergens kunt leren behalve in de praktijk! Als het bij je past is het een geweldig en uitdagend vak waar je lange tijd je werkplezier in kunt vinden. Je moet wel om kunnen gaan met de constante stroom van nieuwe klanten, alle problematiek die klanten over je heen storten en die je moet kunnen objectiveren. Enerzijds vergt het werk groot empathisch vermogen, anderzijds moet je het van je af kunnen zetten. Dat allemaal maakt dat het echt een vak is! De certificering zal er nog extra voor zorgen dat de werkzaamheden van een schuldhulpverlener tot een nog hoger niveau getild zal worden. Het is wel belangrijk voor een schuldhulpverlener zich te realiseren dat hij een intermediair is tussen klant en zijn schuldeisers. Eigenlijk bevindt de schuldhulpverlener zich op het snijvlak van dienstverlening en hulpverlening. Je ziet per schuldhulpverlener dat het accent meer op het ene of meer op het ander vlak ligt. De ideale schuldhulpverlener die precies op dat snijvlak zit bestaat niet, maar kan bijvoobeeld wel gezocht worden in de groep van maatschappelijk werkers die de hulpverlening te soft vonden of de financiële dienstverleners die het produkt te commercieel vonden. Hoe meer zij op het midden van de snijvlakken zitten des te beter zij als intermediair kunnen optreden.
De NVVK, als branchevereniging, vertegenwoordigt eerst en vooral de belangen van de schuldhulporganisáties en niet zozeer van de schuldhulpverléners. Wij worden door de politiek en ook wel door de buitenwereld gezien als de branchevereniging van mensen met schulden, maar duidelijk niet als de branchevereniging van de schuldhulpverlener. Misschien wordt het wel eens tijd om een beroepsorganisatie voor, straks gecertificeerde, schuldhulpverleners op te zetten. Ik zie die rol niet per se voor de NVVK weggelegd aangezien ik de belangen van de schuldhulpverleners en de belangen van de organisaties gescheiden zie.

Tenslotte
Schulden ontstaan als je het budget niet in balans hebt. Het grootste gedeelte van Nederland stelt voor zichzelf geen budgetplan op. Bij de meeste mensen leidt dat gelukkig niet tot problemen; zij hebben voldoende buffer of reserve om in geval van problemen dit financieel op te vangen. Van de ca. 50.000 mensen die zich per jaar bij de schulhulpverlening aanmelden hebben de meeste mensen voor zichzelf ook geen budgetplan opgesteld. Zij constateren op enig moment enkel dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten en komen vervolgens tot verkeerde keuzes. Vaak hebben deze mensen zelfs niet het besef dat zij verkeerde keuzes maken eenvoudigweg omdat zij niet het plaatje duidelijk voor ogen hebben wat hun inkomsten zijn, wat hun uitgaven, welke schulden zij hebben en wat zij over houden voor andere bestedingen dan hun vaste lasten. Mijn advies aan hen zou zijn: “Maak nou voor jezelf een budgetplan!” Dus ook ná het traject van de schuldhulpverlening. De spreekwoordelijke spaarzaamheid van veertig jaar geleden moet weer opgepakt worden. Dan kun je ook weer sparen in plaats van lenen.

Rate this item
(0 stemmen)

“Wie stond te juichen dat de WSNP er kwam? Niemand!”

Anékdota van de WSNP
opgetekend uit een gesprek met Nick Huls, Hoogleraar Rechtssociologie

Sommige verhalen zullen, als zij niet worden opgetekend, verdwijnen in de vergetelheid van het bestaan. Niet omdat zij ontbloot zijn van belang, maar omdat er geen expliciete aanleiding was er melding van te maken. Eén zo'n verhaal is het verhaal áchter de WSNP. De aanleiding voor de WSNP is in de officiële bronnen natuurlijk de motie Biesheuvel uit 1989. Er is echter, parallel aan die motie, ook nog een andere historische lijn te zien die interessant genoeg is om kennis van te nemen, namelijk de WSNP als het lange en soms moeizame proces van de totstandkoming. Dat moeizame proces is wel vergeleken met “dripping the stone”. Het geeft ook een beeld van de langzame maatschappelijke en bestuurlijke inbedding van de WSNP.
De navolgende ruwe schets van de schuldhulpverlening werd opgetekend uit de mond van Nick Huls, hoogleraar Rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en de Universiteit Leiden:


Introductie
Schuldhulpverlening in Nederland ligt traditioneel bij de kredietbanken. De gemeentelijke Kredietbanken kunnen niet los gezien worden van hun geschiedenis. Zij gaan terug tot de jaren dertig en waren opgericht als tegenhangers van de particuliere voorschotbanken. Deze voorschotbanken werden  gezien als ‘’de tegenpartij’’. Toen de grote commerciële banken consumentenkrediet gingen verlenen vanaf 1958 verdween deze tegenstelling.. Niettemin bleef zowel bij de GKB's als bij CRM, het  departement dat  armoede in zijn portefeuille had, een beleidsopvatting bestaan dat schuldhulp en commercie niét samengaan. Er werd altijd gewerkt, gecommuniceerd, gedacht en beleid gevoerd vanuit deze traditie van “Den strijd tegen den Woecker”. Ik vermoed dat men daardoor uiteindelijk ook wel een soort blinde vlek heeft ontwikkeld voor wat betreft de inbreng van private partijen in de schuldhulp. Bij de introductie destijds van de WCK , werd het  verbod op commerciele schuldbemiddeling  gecodificeerd. De charismatische én dominante figuur Piet Duijndam, de toenmalig voorzitter van de NVVK en apostel van de publieke zaak, zorgde  er  wel voor dat particuliere initiatieven in beeld kwamen. Het traditionele gedachtegoed van het departement WVC, samen met deze welbespraakte publieke bepleiter van de NVVK-zaak, leidde, zonder enig ander geluid ter nuancering, tot een vanzelfsprekend monopolie voor de NVVK; een succesvol lobby-project dat decennia lang functioneerde!
Het moet gezegd, zo af en toe kwamen de Engelsen, die zelf geen minnelijk traject kenden, wel eens informeren of zo'n monopolie wel een goed idee was, maar daar hield het voor wat betreft de kritische kanttekeningen verder wel mee op. Dat had  ook  te maken met diverse andere factoren: het was een weinig prestigieus onderdeel van het departement en de NVVK was een goed georganiseerde machine. Een kundig protagonist ontbrak in het andere kamp dat het eventueel anders wilde. 
In de loop der jaren zijn er natuurlijk wel pogingen gedaan daar verandering in te brengen, zoals bijvoorbeeld het Leger des Heils dat via Zalm een mooie ingang vond. Dat heeft ook wel een aantal mooie resultaten t gebracht, maar verder is daar toch nauwelijks  gelukt om dat speelveld anders te krijgen dan dat het nu is. Dat wil niet zeggen dat het altijd zo moet blijven of dat het niet anders kan... Inmiddels zijn er ook wel stromingen die vinden dat je moet oppassen dat het huidige  beleid en ideeën mensen niet, hoe goed de bedoelingen ook zijn, in de armoede en in de problemen houdt. 
Ik ben ervan overtuigd dat met het huidige financieel klimaat en met een kabinet van deze samenstelling, zeker als dat er een tijdje zit, er nog eens goed naar allerlei overheidstaken en kostenpotjes gekeken zal worden en dat dan ook private partijen komen, misschien zelfs wel partijen van buiten Nederland. Het idee dat dit een exclusieve overheidstaak is zal dan gaandeweg verdwijnen. Je ziet nu allerlei voorbeelden van een op kostenefficiëntie gerichte overheid die mensen steeds meer zelf laat bijdragen aan  persoonlijke  diensten, zoals bijvoorbeeld studenten die meer moeten gaan bijdragen aan hun onderwijs. Ik sluit niet uit dat onder dat gesternte de stap naar ontsluiting van de relatief kleine markt van de schuldbemiddeling voor de private sector slechts gering zal zijn; en zo indrukwekkend zijn de prestaties van de traditionele partijen natuurlijk ook niet!

Van één naar twee trajecten
Nederland heeft in de schuldhulpverlening een combinatie van een minnelijk en een daarop volgend wettelijk traject. Dit is historisch wel verklaarbaar en is zichtbaar door eigenlijk heel Europa. Meestal had het  te maken met het feit dat als de overheden op de een of andere manier tot een wettelijke regeling van de schuldenproblematiek wilde komen, zij het niet aandurfden om het minnelijk traject af te schaffen. Het minnelijk traject heeft in die zin ook wel een pioniers-functie vervuld waar zij voor zichzelf  terecht trots kan zijn. Alleen in landen waar traditioneel geen minnelijk traject bestond, zoals Engeland en Denemarken, bestaat het nog altijd niet. Er is dus ook niet een natuurlijke wetmatigheid dat je een minnelijk én wettelijk traject moet hebben. Ook in Nederland kwam halverwege de jaren tachtig de behoefte op om schuldenproblematiek, naast het bestaande minnelijke traject, uit te breiden met een wettelijk kader waarin feitelijke kwijtschelding ook mogelijk zou moeten zijn. Ik mag wel zeggen dat ik daar mijn bijdrage aan heb geleverd. De geesten waren er niet allemaal rijp voor en de wettelijke inbedding is dan ook niet zonder slag of stoot gegaan. 
Zelf wéét ik, dat destijds bij de voorstellen voor een wettelijk traject welbewust de strategische lijn  is gekozen om de WSNP niet als een radicale breuk met het bestaande minnelijk traject te presenteren. Mensen zijn niet geneigd tot radicale breuken; daar zat niemand op te wachten, juristen al helemaal niet. Omdat het politiek-strategisch ontzettend belangrijk was om de kredietbanken te betrekken in het wetgevingstraject, zijn  de nu alom bekende argumenten geïntroduceerd: “het is een stok achter de deur, het minnelijk traject wordt hier sterker van, minder faillissementen”. Het moet gezegd, Jan Siebols, de voorzitter van de NVVK destijds, geloofde daar eigenlijk helemaal niets van. Maar ja, de lobby van de NVVK was weliswaar erg sterk naar Sociale Zaken, maar niet zo sterk bij Justitie waar de WSNP terecht was gekomen.

Het rijpen der de geesten
Allard de Boer de raadsadviseur van Justitie destijds zag zelf ook helemaal niks in  radicale ideeën als kwijtschelding,  en zijn idee was dan ook dat het wel moest voortborduren op iets bestaands en dat was dus het minnelijk traject. 
Het is een natuurlijk vaardigheid van een goede ambtenaar om radicaal nieuwe ideeën te presenteren als een variatie op iets dat  al bestaat. Mijn eerste rapporten droegen ook tal van  voorbeelden aan van bestaande “kwijtscheldingen” zoals de decharge van bestuurders, de kwijtschelding bij de belastingdienst etc, om aan te geven dat er al  sociale praktijken bestonden die kwijtschelding kenden. We zouden wel stom zijn geweest als we dit niet als een nadere uitwerking van het minnelijk traject zouden hebben gepresenteerd. Anders  was het idee van een wettelijke regeling   nooit van de grond gekomen. Dat was ook wel het algemene gevoel van de gekozen aanpak: “manoeuvreren tussen bestaande ideeën, een lijntje hier, een ankertje daar”. Niemand was enthousiast voor het idee van de WSNP. Toch was de noodzaak van een juridische inbedding van de kwijtschelding al wel duidelijk, o.a. al  betoogd door Dalhuisen in 1968 in zijn proefschrift, die in het Romeinse Recht bepaalde roots voor kwijtschelding had blootgelegd. Hij kon aantonen dat ook surseance vanuit dat oogpunt was opgezet. Hij betoogde dat wat er ook zou komen, het moest een juridische basis hebben. 
Toen Economische Zaken mij eind jaren tachtig naar Amerika had gestuurd heb ik uit eerste hand kennis kunnen opdoen van een werkend systeem dat kwijtschelding, een “fresh start”, al uitgebreid kende. Daardoor kon ik verwijzen naar het Amerikaanse faillissementsrecht  die mensen moest overtuigen. Al met al was de boodschap: “Kwijtschelding is helemaal geen radicaal idee, de voorbeelden liggen voor het grijpen, we hebben er gewoon tot nu toe te weinig aandacht aan besteed”. Dat het vervolgens nog 9 jaar heeft geduurd voor die wet er was had natuurlijk te maken met de eindeloze consultaties, maar ook omdat niemand stond te juichen dat die wet er kwam. 
De tegenstand was aanvankelijk groot: het departemnet van Justitie  dat niet veel  zag in een heel nieuw hoofdstuk in de faillissementswet, de crediteuren die er niet veel belang in zagen, maar in ieder geval ook niet vóór waren, de gemeentelijke kredietbanken die wel voor waren om hun eigen positie te versterken  maar die toch ook met lede ogen toezagen dat het een juristen-project was. Dus het duurde erge lang voordat de WSNP het licht zag. Het doel was bereikt!

Law in action
Natuurlijk moest de WSNP onderzocht worden. Daar heeft voor een belangrijk deel het proefschrift van Nadja Jungmann de resultaten over gegeven; haar onderzoek was een regelrechte eye-opener voor wat betreft de oorzaak van de problematiek: De stijgende aantallen crediteuren! In ieder geval één van de doestellingen van de WSNP bleek niet te zijn gerealiseerd: het minnnelijk traject was niet verbeterd of versterkt, nee, het is slechter geworden. En de ogen konden  niet meer gesloten worden voor de verslechtering. Ik vind het onvergeeflijk dat de NVVK altijd zo geheimzinnig heeft gedaan over de dalende slagingspercentages: “Het liep wel terug, maar het viel voor de rest wel mee”. Daar zit in mijn ogen, als welwillende beschouwer van de sector, toch een duidelijke faux pas. Tot op de dag  van vandaag houden zij vol dat zij iedereen kunnen helpen. Dat is natuurlijk ook altijd de aantrekkelijke boodschap voor de politiek geweest: “Iedereen kan door ons geholpen worden”. En dat wilde de politiek ook horen.

Een nieuwe faillissementswet? 
Ik beschouw de schuldenproblematiek op dit moment op enige afstand, maar volg de grote bewegingen wel.. Wat vooral voor mij een aandachtspunt blijft is of het juridisch principe van de schone lei overeind blijft en zo af en toe ga ik daarover het debat aan. Zo kwam ik in het geweer tegen de commissie Kortmann, wat een commissie was van bijna uitsluitend klassieke juristen. Deze commissie heeft een aantal, voor wat betreft de rechtssociologie klassieke, fouten gemaakt. De commissie dacht dat een club van juristen het faillissemenstrecht kan veranderen zonder rekening te houden met de banken. Er zaten geen bankjuristen bij. Daarnaast maakte zij zich schuldig aan een grote mate van arrogantie door, zonder maatschappelijke consultatie, met voorstellen te komen die zeer ver gingen.. Vanuit de juridische rationaliteit geredeneerd was de samenstelling van de commissie geformeerd uit de creme de la creme van juristen. Vanuit de economische rationaliteit en de politieke en maatschappelijke realiteit was dat meteen ook een beginnersfout. Een klassieke jurist met de juridische rationaliteit als énige rationaliteit. Gelukkig leven wij in een land waar dat niet de aanpak is. Ik blijf met de gedachte zitten dat door Kortmann c.s. l een zorgvuldige ontwikkelde norm, gebaseerd op een beproefde beleidsfilosofie, met één pennenstreek  en op een mateloos arrogante manier om zeep zou zijn geholpen.

Nederland in Europa
Voor wat betreft de schuldenproblematiek bevindt  Nederland zich in Europa altijd in de middenmoot. Wel liepen wij voorop met het concept van de kredietbank als sociale bank; in de rest van Europa werd dat toch gezien als een contradictio in terminis. Figuren als Duindam en Siebols, die de taal van de banken spraken, waren in staat het sociale met het financiële te verenigen. Dat waren geen zachte, weekhartige types met trillende bovenlip, nee, dat waren zakelijke figuren die hun plek ook claimden in het bankdomein. Inmiddels is de glans van dat merk er wel een beetje af. Wat je nu ziet, is teruggrijpen op een oude traditie. Een GKB-directeur met een beetje politiek gevoel zal zich realiseren dat, wil je er over tien jaar nog zijn, het uitgesloten is om schuldhulp  uitsluitend als sociale taak uit te oefenen. Toenemende schulden, voortdurend toenemende aantallen schuldeisers, schaalvergroting in de uitvoering, een zakelijker overheid: het is een wonder dat deze markt inmiddels niet meer  geprivatiseerd is. Ik zie  de landsgrenzen wel als natuurlijke barrières van het faillissementsrecht. Ik verwacht dat het nog geruime tijd  nationaal recht zal blijven. Vanzelfsprekend zal er wel wat faillissementstoerisme zijn zoals je dat nu een beetje ziet opkomen van de rijke Duitser in Engeland of de ongetwijfeld bestaande juridische huzarenstukjes die zo af en toe langs onze landsgrenzen zullen plaatsvinden. Voor de grote lijnen is dat niet zo belangrijk. 
Een veel belangrijker ontwikkeling zie ik in de Europese richtlijnen in het Europese betalingsbevel. Het begrip voor debiteuren die zich onttrekken aan hun betalingsverplichtingen door verhuizing is terecht niet groot. Ik verwacht dat wij in de nabije toekomst meer van dit soort richtlijnen zullen zien die proberen een antwoord te krijgen op dat soort betaalgedrag. Het zal echter denk ik niet leiden tot een soort Europese schone lei. Bij de herziening van de laatste  Europese richtlijn consumentenkrediet heeft mijn Duitse collega Udo Reifner ontzettend gelobbyed om iets van schuldhulp te introduceren. Maar het was in die tijd niets anders dan markt, markt, markt wat de klok sloeg. Het is toen ook niet gelukt. Maar zeg nooit nooit: dezelfde poging onder de huidige constellatie van de kredietcrisis zou wellicht een geheel andere uitkomst hebben opgeleverd. Wat ik nu zie en beluister is dat Europa weliswaar veel studies heeft uitgevoerd naar overcreditering maar dat het uiteindelijk nauwelijks geleid heeft tot nieuw beleid. De optimist zou kunnen hopen dat als een deel, zelfs als was het maar een minuscuul deel, van de miljarden die zijn opgegaan aan het overeind houden van de banken wellicht zou kunnen worden besteed aan de schuldhulpverlening het stelsel als geheel daar niet slechter van wordt. Tenslotte blijft de schuldenproblematiek, gelukkig maar, een marge probleem.

Moraliteit?
De morele dimensie van schuldenproblematiek heb ik in Amerika in werking gezien. De Faillissementwet is federale regelgeving en de uitzonderingen, de zogeheten exempties, is staatswetgeving. De exempties gaan over de goederen die mensen mogen houden in geval van faillissement. Vooral Texas en Florida zijn op dat vlak berucht en de reden waarom the rich and famous daar zo vaak hun verblijf zoeken. De uitzonderingen leiden tot veel ongewenst strategisch gedrag en kunnen soms onredelijk uitwerken. Dat is dan ook de reden, kapitalistisch als het land is, dat er veel druk is om dat te veranderen en dan op federaal niveau. Maar.., het lukt eenvoudig niet. De staten vinden dat prettig, hechten teveel aan wat eigen is. Europa is niet anders. Toch blijkt uit onderzoek van Jason Kilborn, onlangs benoemd als gasthoogleraar in Nijmegen, die veel onderzoek heeft gedaan naar dit verschijnsel, dat er  veel convergentie optreedt: het samenvloeien van wat ik dan maar noem rechtsideeën. Hierdoor heeft er een algemene ingang gevonden van de gedachte dat het karakter van pacta sunt servanda (“afspraak is afspraak”) niet zo absoluut hoeft te zijn als hij was en heeft het idee van de “fresh start” ook een algemene ingang gevonden in Europa. En dat is allemaal begonnen met een congres in Bremen in 1984. Het maakt tegelijkertijd ook duidelijk dat je voor faillissementsideeën een lange adem moet hebben. Mijn mentor in Amerika, Prof. Marjorie Girth noemde dat  “dripping the stone”. Met korte sprintjes red je het niet; het raakt aan de grondbeginselen van de kapitalistische samenleving met aan de ene kant machtige wederpartijen voor wie er veel op het spel staat en aan de andere kant een sociaal probleem zonder brede maatschappelijke ondersteuning waarin niemand is geïnteresseerd (tenzij mensen zelf in de problemen zitten). Kwijtschelding van schulden blijft omstreden, filosofische onderbouwing blijft daarom belangrijk. De morele kant speelt elk moment weer op.

Rate this item
(0 stemmen)

Hulp

Even schiet me te binnen dat het voor de schuldenaar een moeilijk weekend moet zijn geweest. Ik mag dan wel gewend zijn aan frequent rechtbankbezoek, maar voor velen is dat niet het geval. Deze maandagochtend zal de schuldenaar te horen krijgen of hij al dan niet in de toekomst van zijn schulden af is. Telkens weer probeer ik me het gezicht van de betreffende schuldenaar te herinneren. Ik besluit in de dossierstukken op zoek te gaan naar een identiteitsbewijs van de schuldenaar. Zijn gelaat is op de foto van het vermoedelijk vele malen gefotokopieerde identiteitsbewijs nauwelijks meer te ontwaren. Drie jaar geleden werd dit kopie van het paspoort ingenomen tijdens het huisbezoek bij hem thuis.

Rate this item
(0 stemmen)

Als gevolg van de indexering van de lonen en uitkeringen zal het inkomen van de Nederlandse huishouden dit jaar over het algemeen weer hoger zijn ten opzichte van het vorige jaar. Echter, de verwachting is toch dat de huishoudens dit jaar minder te besteden zullen hebben. Uit koopkrachtberekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is gebleken dat dit varieert van enkele euro’s per maand voor de lagere inkomens tot circa dertig euro per maand voor de hogere inkomens. Wegens het feit dat de overheid dit jaar de kinderopvangtoeslag aanzienlijk heeft verlaagd zullen met name ouders met jonge kinderen minder te besteden hebben. Zo leveren tweeverdieners met een bruto jaarinkomen € 40.000 en € 20.000 met twee kinderen die drie dagen naar de kinderopvang gaan circa € 80 per maand in.    

Rate this item
(0 stemmen)

De capaciteit in het minnelijk traject breidt zich uit

Al langere tijd kampt de praktijk van de schuldsanering met een apart probleem: Wachtlijsten in het minnelijk traject en lage aantallen schuldsaneringen in het wettelijk traject (de WSNP). Dit lijkt een tegenstrijdigheid: enerzijds mensen die staan te trappelen om geholpen te worden en anderzijds ruim voldoende bewindvoerderscapaciteit WSNP (Kamerstnr. 32 123 VI nr. 125). De overschietende bewindvoerderscapaciteit vertoonde zich als gevolg van de, sinds januari 2008 ingezette, enorme daling van meer dan 35% in het aantal uitgesproken WSNP-regelingen. Hoewel deze daling zich enigszins hersteld heeft zit er (kennelijk nog steeds) ergens in de schuldsaneringsdelta een verstopping. Maar...., er is een oplossing!

Rate this item
(0 stemmen)

...en de schuldvereffening die erbij is gekomen...


Schuldsanering is verpolitiseerd. Dat heeft al lang geleden plaatsgevonden. Aan verpolitisering zitten voor- en nadelen. Het grote voordeel is dat schuldenproblematiek daardoor aandacht heeft. Die aandacht heeft schuldenproblematiek ook nodig. Zonder die aandacht namelijk hebben schuldenaren geen stem in de publieke arena. En die stem is wel nodig omdat anders allerlei negatieve invorderingssentimenten (die rondom onbetaalde schulden nu eenmaal altijd bestaan, en soms ook nodig zijn) te ruim baan krijgen en daardoor de menselijke maat en de problematiek die ook ten grondslag kunnen liggen aan de schulden, uit het oog kunnen worden verloren. Er zitten ook nadelen aan de verpolitisering: partijen kunnen te veel vanuit traditionele standpunten of benaderingen oplossingen zoeken voor schuldsaneringen en schuldproblematiek.

Rate this item
(0 stemmen)

Masterclass “Meerderjarigenbewind; juridische en praktische randvoorwaarden voor professionals”


In samenwerking met Schruer Advocaten organiseert Modus Vivendi Wettelijk Traject BV een masterclass over de vereisten waaronder een organisatie professioneel beschermingsbewind  kan uitvoeren. De opzet van deze masterclass is dat vanaf 15:00 uur tot 19:00 uur een viertal sprekers ingaat op de benodigde expertise voor opzet en uitvoering van professioneel beschermingsbewind. De sprekers hebben binnen hun vakgebied bijzondere expertise op het juridisch kennisgebied beschermingsbewind èn op het kennisgebied administratieve organisatie van professioneel Boek 1-beschermingsbewind.

Invorderingsgids 2011 Featured

Geschreven door I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

De nieuwe invorderingsgids 2011 is uit. Dit uitgebreide naslagwerk voor alle rechten en plichten en bepalingen waar wij als belastingsbetaler levert ons weer een schat aan informatie.
Bij bespreking van deze gids kan niet voorbijgegaan worden aan de “extra” aandacht die de overheidingsvordering wederom ten deel valt. In de invorderingsgids 2010 werd al gewag gemaakt van het feit dat in 2010 de overheidsvordering volledig operationeel zou worden. In de invorderingsgids 2011 wordt de volledige operationaliteit iets genuanceerd. De overheidsvordering staat nu gepland voor een volledige implementatie voor 2011. Op dit moment wordt de overheidsvordering nog “low profile (“min of meer handmatig”) uitgeprobeerd...”. Voor de waterschappen komt de overheidsvordering in 2011 beschikbaar.

Rate this item
(1 Stem)

Kundigheid in uitvoering van Beschermingsbewind
Met termen als 'high protected, water resistant, double coated, certified en premium quality' worden vaak producten aan geprezen die een zekere mate van duurzaamheid suggereren. Immers, een heimelijke behoefte aan geborgenheid en kwaliteit gaat in een ieder schuil. Er wordt immers verondersteld dat wanneer men producten of diensten met een loffelijke bijvoeging aanwendt, men iets goeds in handen heeft.

Het minder zinderend klinkende woord ‘beschermingsbewind’ verraadt reeds het doel waarvoor het regime in het leven is geroepen. Een nadere kwaliteitsaanduiding of (populair Engelse)toevoeging met een excellerend einddoel, lijkt niet nodig. Beschermingsbewind is een bijzonder fenomeen op zichzelf. Ontsproten uit de maatschappelijk en juridisch gevoelde behoefte aan proportionaliteit en noodzaak faciliteert de wetgever een degenen die de zwakkeren in onze maatschappij behulpzaam willen zijn.

Rate this item
(0 stemmen)

Het kan door verschillende oorzaken geschieden dat u in de schulden terecht bent gekomen.
Als uw schulden toenemen, waardoor u dreigt in de problemen te komen komen, biedt voorlichting soelaas.
Nibud is zo’n voorlichtingsorganisatie. Zij reiken u uitleg en oplossingen aan om zelf uw schulden te regelen.
De eerste stap is het inventariseren, ofwel; hoe hoog zijn uw inkomsten, uw uitgaven en wat zijn uw schulden?
Laat uw gedachte gaan over hoe uw inkomen kan worden aangevuld en uw uitgaven kunnen afnemen.
Eigenlijk bent u op dat moment actief bezig om het beheer van uw financiën te heroverwegen.
Indien blijkt dat u zelf met schuldeisers tot een betalingsregeling kunt komen, heeft u erger kunnen voorkomen.
Dat hoeft nog niet te betekenen dat het risico van het ontstaan van schulden is geweken.
In dat geval is er een mogelijkheid om uw financiën bij een externe budgetbeheerder onder te brengen.
Niettemin kan het volgen van een budgetcurus preventief werken. Het bevordert bovendien de zelfredzaamheid.
Gemeentelijke instellingen hebben vaak speciale loketten welke u hiervoor kunnen doorverwijzen.


Pagina 1 van 7