Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 13 februari 2011 08:27

uit het bewindvoerdersleven gegrepen (deel 2)

Geschreven door  V.T.Raats
Rate this item
(0 stemmen)

Hulp

Even schiet me te binnen dat het voor de schuldenaar een moeilijk weekend moet zijn geweest. Ik mag dan wel gewend zijn aan frequent rechtbankbezoek, maar voor velen is dat niet het geval. Deze maandagochtend zal de schuldenaar te horen krijgen of hij al dan niet in de toekomst van zijn schulden af is. Telkens weer probeer ik me het gezicht van de betreffende schuldenaar te herinneren. Ik besluit in de dossierstukken op zoek te gaan naar een identiteitsbewijs van de schuldenaar. Zijn gelaat is op de foto van het vermoedelijk vele malen gefotokopieerde identiteitsbewijs nauwelijks meer te ontwaren. Drie jaar geleden werd dit kopie van het paspoort ingenomen tijdens het huisbezoek bij hem thuis.

 

Nu probeer ik me uit alle macht te herinneren hoe hij er ook al weer uitzag. Het ziet ernaar uit dat ik me straks toch iets dichter bij de bodebalie zal moeten begeven om in de gaten te kunnen houden wie zich voor de terechtzitting zal melden. Na de dossierstukken in mijn werktas te hebben gestopt, haast ik me naar mijn auto, op weg naar de schone lei zitting voor de Haagse rechtbank. Over een uur zal de rechtbank zich buigen over het moeizame verloop van de schuldsaneringsregeling waarin de schuldenaar zijn informatie- en sollicitatieverplichting onvoldoende is nagekomen. Tijdens de voorbereiding van dit bezoek aan de rechtbank las ik in het proces-verbaal van het verhoor dat een jaar geleden plaatsvond, dat de schuldenaar had toegezegd zich voortaan beter te gaan inspannen. Helaas, had hij zijn toezegging geen kracht bijgezet en heb ik de rechtbank negatief geadviseerd voor wat betreft het verlenen van de schone lei. Bij de rechtbank aangekomen meld ik me telefonisch aan bij de parkeerservice zodat ik voor de aankomende twee uur gevrijwaard ben van een bijrol in het tv-programma ‘wielklem en co.’ In het verleden heb ik de bode van de rechtbank maar wat vaak gevraagd het uitroepen van de zitting waar mogelijk te rekken om tijdelijk het gerechtsgebouw te verlaten om de gemeentekas met minimaal € 1,90 per uur te spekken. Na de gerechtsbode door mijn beleefdheidshalve begroeting en melding voor de zitting korte poos van zijn spelletje ‘patience’ af te hebben gehouden, begeef ik mij naar de wachtruimte op de tweede verdieping van het Paleis van Justitie. Bij de balie aangekomen leert een snelle blik op de onbemande ‘rol’ dat de gerechtsbode de aanwezigheid van de schuldenaar heeft opgemerkt. In de hoek van wachtruimte zie ik een man, een ineengedoken, met de schriftelijke oproep dubbelgevouwen in zijn handen geklemd, stoïcijns voor zich uitkijken. Op dat moment kan ik me het huisbezoek van drie jaar geleden weer enigszins herinneren en herken ik de man weer. Ik stelde vast dat dit is de schuldenaar was die op de pasfoto stond. Verschrikt kijkt de man op wanneer ik mijzelf voorstel. “U heb ik een jaar geleden hier ook gezien,” reageerde hij en gaf me een hand. Hiermee bevestigde hij dat het verhoor hem in ieder geval nog was bijgebleven. “Ik heb echt m’n best gedaan hoor,” drukte hij me op het hart, nadat de bode de zaak uit had geroepen en voor ons de deur van de rechtzaal openhield. In de rechtzaal scheidden onze wegen zich. De schuldenaar nam rechts plaats en haalde een plastic Lidl-tas uit zijn jaszak tevoorschijn. Hierin bleek een indrukwekkende stapel papieren te zitten die hij op het tafeltje voor zich glad streek. Nadat de rechter de zitting had geopend kreeg ik de gelegenheid mijn negatief advies voor wat betreft het verlenen van de schone lei nader toe te lichten. Ik benadrukte hierin dat tijdens het verhoor nadrukkelijk afspraken met de schuldenaar zijn gemaakt over het aantoonbaar maken van sollicitatieactiviteiten. Vlak na de toelating tot de schuldsaneringsregeling werd de schuldenaar, na enige tijd in de ziektewet te hebben gezeten, weer volledig in staat geacht voltijds te gaan werken. De reden van het verhoor, een jaar geleden, was dat de schuldenaar, ondanks dat ik hem daar herhaaldelijk schriftelijk op had gewezen, nooit bewijsstukken van sollicitaties had toegestuurd. Aan het einde van het verhoor beloofde hij beterschap. Nu de schuldenaar sinds het verhoor zijn toezegging geen kracht had bijgezet, kon ik niet anders dan de rechtbank negatief adviseren voor wat betreft het verlenen van de schone lei. Hoewel mijn aandacht toch iets of wat werd gevestigd op de omvang van de stapel paperassen die de schuldenaar voor zich op tafel had gelegd en ik eigenlijk best benieuwd was naar de inhoud daarvan, besloot ik te volharden in mijn standpunt dat de schuldenaar de schone lei moest worden onthouden. Nadat de rechter mij de gelegenheid had gegeven om mijn advies mondeling toe te lichten, werd de schuldenaar gevraagd om hierop te reageren. De schuldenaar stak van wal door aan te geven dat hij zich wel degelijk had gehouden aan de afspraken die een jaar geleden tijdens het verhoor met hem werden gemaakt. Hij gaf aan met name via internet en telefonisch te hebben gesolliciteerd. Hij voegde eraan toe dat hij nooit een reactie heeft gekregen van een potentiële werkgever. Ter bekrachtiging van zijn verdedigingsrede overhandigde hij mij triomfantelijk de stapel paperassen. Nadat de rechter instemde met mijn verzoek om de gelegenheid te krijgen de stapel te kunnen bestuderen, kwam ik al snel tot de conclusie dat de schuldenaar inderdaad ruim veertig sollicitaties had verricht en er nog geen enkele reactie op was gekomen. De efficiënte- en gemakshalve voordelen van “online-sollicitatie,” werkten ditmaal helaas in het nadeel van de schuldenaar. De schuldenaar had zich niet gerealiseerd dat de mailserver altijd de datum en het tijdstip van de e-mailcorrespondentie registreert en zijn printer het tijdstip van het ‘afgeleverde e-maildrukwerk’ onderaan de pagina afdrukt. Na de rechtbank van mijn laatste bevindingen op de hoogte te hebben gebracht, volgde de onvermijdelijke slotsom.“Begrijp ik van de bewindvoerder dat u gisterenavond ruim veertig sollicitaties heeft verricht en u deze vanochtend nog heeft uitgeprint?” Nadat de schuldenaar deze laatste vraag van de rechtbank bevestigend beantwoordde, volgde direct uitspraak. De rechtbank oordeelde dat schuldenaar zich onvoldoende tot het uiterste had ingespannen om serieus naar een betaalde baan op zoek te gaan. Daarom werd hem de schone lei geweigerd. Na het gevelde oordeel liep de schuldenaar zonder iets te zeggen direct de zaal uit. Na mijn dossier te hebben ingepakt en de rechtbank te hebben begroet, liep ook ik de zaal uit. De schuldenaar was in geen velden of wegen te bekennen. De gerechtsbode had de gehaaste schuldenaar wel opgemerkt. “Volgens mij was hij het er niet mee eens,” merkte hij op.“Dat komt wel vaker voor in mijn werk,” antwoordde ik. Nadat ik plaatsnam achter het stuur van mijn auto zag ik aan de overkant van de straat de schuldenaar staan. Hij belde met zijn mobiele telefoon en nam af en toe een trekje van zijn sigaret. Kort daarna begaf hij zich in de richting van het centraal station en ik in tegengestelde richting, op weg naar de A12 richting het Prins Clausplein. Tijdens het rijden bedacht ik me in een flits dat de schuldenaar feitelijk weer van vooraf aan moest beginnen om van zijn schulden af te komen. En hij was er tijdens het verhoor nog zo voor gewaarschuwd. Hij had kunnen weten dat wanneer hij zich niet aantoonbaar zou inspannen, dat het verlenen van de schone lei in gevaar zou brengen. Hij had er ruimschoots de gelegenheid voor gehad, maar toch niet tijdig gedaan. Willens en weten het risico aanvaard. Misschien komt ik hem tegen in een hoger beroep? Misschien ook niet. Gedane zaken nemen geen keer.

Last modified on donderdag 24 november 2011 10:54

Leave a comment