Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 03 juni 2016 09:33

Schuld en boete - strafrechtelijke boetes in de schuldhulpverlening

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

De toenemende schuldenproblematiek lijkt op het eerste gezicht een typisch fenomeen van onze moderne tijd. Maar eigenlijk staat een tijdloos thema op de agenda: het thema van schuld en boete. “Schuld en boete” vormde het onderwerp van een klassieke roman van Fjodor Dostojewski. De hoofdpersoon – student Raskolnikov – heeft een forse huurachterstand bij zijn hospita en ziet zich genoodzaakt om zijn goederen bij haar in pand te geven. Zijn schulden blijven echter oplopen, en de aanmaningen stapelen zich op. Wij zouden zeggen: hij voldeed aan het criterium van artikel 284 Faillissementswet, omdat redelijkerwijs te voorzien was dat Raskolnikov niet zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Uiteindelijk ziet de “arme”student geen andere uitweg dan zijn schuldeiser te vermoorden met een bijl. Nu weten wij beter: Raskolnikov had een beroep moeten doen op de minnelijke schuldhulpinstantie, en eventueel een dwangakkoord kunnen aanvragen. Dat biedt meer perspectief dan wanhopig de schuldeisers naar de keel te vliegen.

 

Schuld en boete vormt een thema dat niet alleen Dostojevski bezighield, maar anno 2016 ook de Tweede Kamer, want hoe is de relatie tussen de schuldhulpverlening en de strafrechtelijke boetes? Vanuit de Tweede Kamer zijn recent vragen gesteld aan de verantwoordelijke bewindslieden over een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam dd 11 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2342, waarin het Centraal Justitieel Incasso Bureau door de rechter gedwongen moest worden mee te werken aan een minnelijk schuldregelingsvoorstel tegen finale kwijting.
De Kamer vroeg zich onder andere af wat deze procedure zegt over de mogelijkheden van het CJIB om niet alleen massaprocessen uit te voeren, maar ook om maatwerk te leveren. Volgens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. zijn er bij de tenuitvoerlegging van financiële sancties voldoende mogelijkheden om maatwerk te leveren.

Maatwerk naast massaproces
In de zaak waarin de rechtbank Rotterdam uitspraak heeft gedaan over het toewijzen van een dwangakkoord, was sprake van een strafrechtelijke sanctie; een geldboete als gevolg van strafbaar gedrag dat betrokkene had kunnen vermijden. Dit neemt niet weg dat aan betrokkene voorzieningen (zoals termijnbetalingen) worden geboden wanneer deze in een problematische schuldensituatie verkeert. De wet biedt bij deze sanctie volgens de Staatssecretaris geen mogelijkheid om tot kwijtschelding van de restschuld over te gaan na een succesvol afgeronde wettelijk schuldsanering. Wel is maatwerk mogelijk doordat een boete vanaf €225,- in termijnen kan worden betaald. Ook kan de restschuld na een schuldsanering nog in termijnen worden betaald, indien de betrokkene niet in staat is om de sanctie in een keer te voldoen. Voor door de rechter opgelegde geldboeten die meer dan € 340,- belopen, kan door de betrokkene om gratie worden verzocht. Daarnaast is er de mogelijkheid voor het openbaar ministerie om in bijzonder schrijnende gevallen de (verdere) inning van in een strafbeschikking opgelegde geldboete niet meer opportuun te achten. Ten slotte bestaat bij de door de rechter opgelegde strafrechtelijke geldboeten de mogelijkheid om in plaats van de geldboete vervangende hechtenis toe te passen indien betaling van het verschuldigde bedrag niet mogelijk is. Daarmee wordt de financiële sanctie dan feitelijk omgezet in een vrijheidsbenemende sanctie.

Grens van € 225,-
Naast deze mogelijkheden voor maatwerk bij strafrechtelijke boetes zijn in de afgelopen jaren ook de mogelijkheden voor maatwerk bij Wahv sancties vergroot.
Wahv-sancties vanaf € 225 kunnen sinds 1 juli 2015 in termijnen worden betaald. De Staatssecretaris streeft ernaar dat Wahv-sancties die pasna verhoging € 225 of meer bedragen vanaf 1 juli 2016 ook in termijnen kunnen worden betaald. Voor de strafrechtelijke financiële sancties was het eerder al mogelijk betalingsregelingen te treffen. Indien dit geen uitkomst biedt, kan worden beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor meer maatwerk. Dat kan via het “team schrijnende gevallen” bij het CJIB. De Staatssecretaris verwijst naar zijn brief van 14 januari 2016 (Kamerstukken II 2015/16, nr. 296) waarin werd gemeld dat sinds 1 januari 2016 de verdere inning van openstaande Wahv-sancties wordt beëindigd na een succesvol afgeronde minnelijke schuldregeling. Hiermee wordt voor personen die een sanctie wel willen betalen, maar dat niet ineens kunnen, persoonsgericht een voorziening getroffen.

Verjaringsvraagstuk
Een vervolgvraag vanuit de Tweede Kamer luidde of de bewindspersonen in het algemeen het probleem zien dat gemeentes veel mensen met strafrechtelijke boetes niet kunnen helpen, omdat voor de minnelijke schuldregeling geldt dat strafrechtelijke boetes alleen meegenomen kunnen worden als deze niet tijdens de regeling verjaren.Hierdoor is een situatie ontstaan dat recente strafrechtelijke boetes wel meegenomen kunnen worden in een minnelijke schuldregeling (omdat recente boetes nog niet verjaren) en oudere bijna verjaarde boetes niet. Wat is hiervoor de rechtvaardiging, aldus de vragenstellers, en zou het soms een oplossing zijn om, net als bij de Wsnp, ervoor te zorgen dat de verjaring opgeschort kan worden.
Het antwoord van de bewindspersonen luidt: “Het uitgangspunt bij de tenuitvoerlegging is en blijft dat financiële sancties moeten worden voldaan. De sanctie vloeit immers voort uit vermijdbaar strafbaar gedrag van de persoon. Dit neemt niet weg dat aan betrokkene voorzieningen (zoals termijnbetalingen) worden geboden wanneer deze in een problematische schuldensituatie verkeerd.
Voor de Wahv-sancties geldt dat sinds 1 januari 2016 de verdere inning van openstaande Wahv-sancties wordt beëindigd na een succesvol afgeronde minnelijke schuldregeling. Deze zaken worden dan ook meegenomen in minnelijke schuldregelingen. Voor de strafrechtelijke sancties geldt dat de restschuld na afloop van een minnelijk traject nog moet kunnen worden betaald. Dit heeft tot gevolg dat bij strafrechtelijke financiële sancties alleen kan worden ingestemd met een minnelijke regeling wanneer die sanctie tijdens de looptijd van de regeling niet verjaart en er nog ruimte is om tot inning van de restschuld te komen. De executie verjaringstermijnen zijn in het strafrecht vier jaren bij overtredingen en acht jaren of meer bij misdrijven. Daarbij geldt voor de overtredingen dat de verjaringstermijn met twee jaren wordt verlengd op het moment dat uitstel van betaling of betaling in termijnen is toegestaan door het openbaar ministerie . Op grond van de wet dient deze termijnverlenging ook toegepast te worden in het kader van minnelijke schuldhulpverleningstrajecten. Daarmee is de periode om tot betaling van een geldboete te komen ten minste 6 jaren. Mijns inziens biedt dit voldoende ruimte om tot een regeling te komen.”

Dwangakkoord
Het effect van de strafrechtelijke boetes in een schuldhulpverleningstraject kan natuurlijk zijn dat er op enig moment een dwangakkoord zal worden verzocht, al wordt bij verzoekschriften in dat kader mede gekeken naar de goede trouw van de debiteur ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De Staatssecretaris benadrukt dat het voorbehouden is aan de civiele rechter om te beoordelen of in een concreet geval een dwangakkoord moet worden opgelegd. Vanuit het oogpunt van de strafrechtelijke handhaving, waaronder het punitieve doel van de sanctie en het vergoeden van schade aan slachtoffers, acht de Staatssecretaris het niet wenselijk wanneer structureel via de weg van het dwangakkoord de restantvorderingen van strafrechtelijke sancties worden kwijtgescholden.

bron: antwoord d.d. 2 juni 2016 op vragen van de leden Van Nispen en Karabulut (SP) aan de minister en staatssecretarissen van Veiligheid en Justitie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over strafrechtelijke boetes in de schuldhulpverlening (ingezonden 21 april 2016, nr. 2016Z08251).

Last modified on vrijdag 03 juni 2016 10:01

Leave a comment