Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 03 juni 2016 09:28

Afkoelingsperiode bij schuldenproblematiek: van smal naar breed ?

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

Naast het “smalle” of noodmoratorium bij een dreigende ontruiming of bij een dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen, treedt binnenkort een meer algemeen (“breed”) minnelijk moratorium in werking. Een concept-algemene maatregel van bestuur is recent in consultatie gegaan. Dit moet vanaf 2017 aan debiteuren in een problematische schuldensituatie de kans bieden op een incassovrije afkoelingsperiode van maximaal zes maanden. Hiermee treedt dan eindelijk ook artikel 5 van de Wet op de gemeentelijke schuldhulp (Wgs) in werking, dat de grondslag biedt voor deze afkoelingsperiode. Hiervan was de inwerkingtreding uitgesteld en losgekoppeld van de rest van de Wgs die per 1 juli 2012 reeds in werking trad.

 

Strekking en procedure
Naast het reeds bestaande “noodmoratorium” van artikel 287b Faillissementswet dat voor specifieke gevallen geldt en jegens die bijzondere schuldeisers kan worden ingeroepen, is in de praktijk van de schuldhulp behoefte gebleken aan een meer algemeen moratorium. Dit geldt dan straks jegens alle schuldeisers, en is in zoverre een even radicaal middel als de schuldsaneringswet. Om uit de schulden te geraken, kan het soms nodig en nuttig zijn om ook als men nog niet insolvent is (dus failliet is of in de schuldsanering zit) even een adempauze te krijgen. De debiteur is dan geholpen met tijdelijk geen brieven van gerechtsdeurwaarders op de mat, geen telefoontjes van schuldeisers die vragen waar hun geld blijft, geen aanmaningen van de belastingdienst, het CJIB of het UWV. Gedurende een dergelijke standstill-periode komt er dan tijd om (met deskundige hulp) orde en overzicht te krijgen in de eigen financiën, een meer stabiele situatie te scheppen en om een plan te maken om op een realistische manier de schulden te gaan afbetalen. Daarom willen staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie, op aandringen van de Tweede Kamer, een ‘breed moratorium’ (afkoelingsperiode) in de minnelijke schuldhulp instellen. Eind mei 2016 is het ontwerpbesluit voor dit moratorium in internetconsultatie gegaan, opdat ook partijen vanuit de praktijk mee kunnen denken over het moratorium. Tot 4 juli 2016 kan men reageren op het plan, welke inspraakreacties vervolgens zo goed mogelijk worden verwerkt. Daarna gaat het naar de Tweede Kamer zodat het op 1 januari 2017 in werking zou kunnen treden. Het plan voor het minnelijke moratorium is terug te vinden op www.internetconsultatie.nl.

Wettelijke grondslag.
Het verzoek om een rechterlijk bevel tot een breed minnelijk moratorium kent een wettelijke grondslag in artikel 5 van de Wet op de Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS’, Staatsblad 2012, 78). Deze bepaling kent een uitgestelde datum van inwerkingtreding, want de rest van de wet is reeds per 1 juli 2012 gaan gelden. De WGS is een kaderwet die in de eerste plaats voor gemeenten geschreven is. Het is dan ook niet de schuldenaar zelf, maar het College van Burgemeester en Wethouders dat straks een verzoekschrift bij de rechter kan indienen. De wetstekst van die (door de Tweede Kamer in het toenmalige wetsvoorstel geamendeerde) bepaling luidt als volgt:
Artikel 5. Moratorium
1. Het college kan de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen, waarin elke bevoegdheid van de schuldeiser tot verhaal op de goederen van de schuldenaar en tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet kan worden uitgeoefend, voor een periode van maximaal zes maanden.
2. Een afkoelingsperiode als bedoeld in het eerste lid wordt slechts afgekondigd indien deze periode noodzakelijk is in het kader van schuldhulpverlening en indien is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde nadere voorwaarden.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verplichtingen worden aangewezen die door de schuldenaar tijdens de afkoelingsperiode, bedoeld in het eerste lid, worden nagekomen.

De doelgroep die onder de reikwijdte van het voorstel valt, bestaat uit personen die niet langer kunnen voortgaan met het voldoen aan hun financiële verplichtingen of daar al mee gestopt zijn. Een cruciale rol zal zijn weggelegd voor het college van Burgemeester en Wethouders als aanvrager van een breed minnelijk moratorium. Op dit moment kan de gemeentelijke schuldhulpverlening op zichzelf ook al afspraken maken met schuldeisers om even een pauze in te lassen bij het incasseren, zodat een hulptraject meer kans van slagen heeft. De schuldhulpverlening kan dat echter nog niet afdwingen. Dus als één schuldeiser weigert, mislukt soms het hele plan. Met het brede moratorium dat nu in consultatie is, kunnen gemeenten binnenkort naar de rechter stappen om een adempauze af te dwingen als zij er niet op een minnelijke manier uitkomen met de schuldeisers. Wijst een rechter dat toe, dan moeten schuldeisers voor maximaal zes maanden hun incasso activiteiten opschorten. In die periode wordt het geld dat de schuldenaar binnenkrijgt boven het bedrag dat hij nodig heeft om van te leven (de beslagvrije voet) wel al apart gezet. Daarmee wordt aan het eind van het moratorium alvast een deel van de schulden afbetaald. Doel van de brede minnelijke afkoelingsperiode is dat de schuldenaar en de schuldhulpverlener in samenspraak met de verschillende schuldeisers tot afspraken kan komen over het verdere traject.  Dat vervolgtraject kan zien op een simpele betalingsregeling, maar ook zien op het tijdelijk bevriezen van de incasso’s of het treffen van een schuldregeling.

Last modified on vrijdag 03 juni 2016 09:58

Leave a comment