Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

dinsdag 15 maart 2016 07:52

Beschermingsbewind als meest aangewezen voorziening

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(1 Stem)

Schuldenbewind, schuldhulp en schuldsanering: Is het een moeizame driehoeksverhouding of komen alle goede dingen in drievoud ? Een onoverzichtelijk trio van procedures, of een keuzemenu al naar gelang de aard van het schuldenprobleem ? De theorie is: Schuldhulp en schuldenbewind vormen de eerstelijnshulp, en de schuldsanering fungeert als “last resort”. Een tweetal recente uitspraken over beschermingsbewind bakent de grenzen af met enerzijds de schuldhulp en anderzijds de schuldsanering.

 

1.Eerst een casus over de toegang tot de minnelijke schuldhulp vanuit een beschermingsbewind.

De Gemeente Emmen wenste naast een lopend beschermingsbewind aanvullend financieel beheer te zien als toelatingsvoorwaarde voor de gemeentelijke schuldhulp. Bij de gemeentelijke schuldhulpverlening kan op zichzelf een verplicht financieel beheer worden ingezet als een toelatingsvereiste. Het niet (willen) voldoen aan die verplichting door de belanghebbende debiteur kan dan ook een weigeringsgrond opleveren in de zin van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Als echter reeds sprake is van beschermingsbewind ligt dat anders, omdat het verplicht stellen van het financieel beheer over het volledige inkomen zich in beginsel niet verdraagt met het stelsel van het Boek 1 BW-bewind. Het overdragen van het financieel beheer aan de gemeente (afdeling schulddienstverlening) zou immers feitelijk betekenen – aldus de Rechtbank Noord-Nederland – dat de beschermingsbewindvoerder niet langer het beheer heeft over de door de Kantonrechter onder bewind gestelde goederen van de rechthebbende.
In casu was het de beschermingsbewindvoerder die namens de rechthebbende had geweigerd om akkoord te gaan met de gemeentelijke eis van overdracht van het financieel beheer. Het beheer met de daarbij behorende verantwoordingsplicht is niet door de rechter aan de gemeente toegewezen, en de Rechtbank gaf de beschermingsbewindvoerder daarin dus gelijk. Bovendien is – zo oordeelde de rechtbank sector bestuursrecht – de beloning van de bewindvoerder niet gewaarborgd als de gemeente het financieel beheer voert. Dat de gemeente bepleitte hiermee een bestendige gedragslijn te volgen die ook was neergelegd in de eigen beleidsregels deed aan dit alles niet af volgens de Rechtbank, nu voor deze weigeringsbeslissing een redelijke grond ontbrak. Het beroep tegen het besluit van de gemeente om de schuldhulpverlening te weigeren, was gegrond en de rechtbank vernietigde het weigeringsbesluit van de gemeente, dat niet deugdelijk was gemotiveerd, wegens strijd met artikel 7:12 lid 1 Awb.


2. Dan een casus over de toegang tot de schuldsaneringsprocedure vanuit een beschermingsbewind.

De schulden van de hoogbejaarde debiteur waren ontstaan toen zij in 2008 een beroerte kreeg en er op financieel vlak niets voor haar geregeld werd. Zij dementeerde en ging vervolgens het beschermingsbewind in. Haar beschermingsbewindvoerder zocht nu een oplossing voor de problematische schulden, en in een schuldenbewind is dat op zichzelf gebruikelijk. Naast het beschermingsbewind werd daarom een verzoek tot schuldsanering aanhangig gemaakt. De Rechtbank wees het verzoek af waarna er werd geappelleerd. Voor het Hof werd niet aannemelijk dat de belanghebbende de inhoud, strekking en gevolgen van het ingediende schuldsaneringsverzoek begrijpt. Het Hof vond dat onvoldoende duidelijk was geworden of de onderbewindgestelde inderdaad wel haar heil wilde zoeken in de schuldsaneringsprocedure. Indien zij wel zou worden toegelaten tot de schuldsanering – aldus het Bossche Hof – geeft de situatie dat zij niet in volle omvang de inhoud, strekking en gevolgen van het ingediende schuldsaneringsverzoek begrijpt, een risico dat zij, gelet op haar handelingsbekwaamheid (ze is niet onder curatele gesteld) zelfstandig rechtshandelingen zou kunnen aangaan. Ongedaanmaking daarvan door de beschermingsbewindvoerder zal niet altijd lukken met nieuwe bovenmatige schulden tot gevolg. Al met al toch een bijzondere afwijzing: Over de (verwachtingen ten aanzien van de) inspannings- en inlichtingenplicht heeft het Hof het dus niet, en evenmin over de goede trouw. Voor een succesvol schuldsaneringsverzoek moet de debiteur ten volle beseffen waar hij of zij aan begint, anders is het beschermingsbewind het meer geschikte regime.
Bronnen: Rechtbank Noord-Nederland 21 april 2015, nr. 14/3751LEE en Gerechtshof Den Bosch 18 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2257

Last modified on dinsdag 15 maart 2016 08:21

Leave a comment