Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

dinsdag 15 maart 2016 07:48

Handhaving kwaliteit beschermingsbewind

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

Hoe zit het met de handhaving van de kwaliteitseisen die gelden voor de beschermingsbewindvoerders ? En hoe denkt de Minister over het idee om in plaats van een interne “zwarte lijst” van “stoute” bewindvoerders, zoals nu wordt gehanteerd door de rechtspraak, te werken met een publieke “witte lijst” van bonafide bewindvoerders ? Op 19 februari 2016 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de Kamer bij brief laten weten wat hierover zijn opvatting is (33054, nr. 21). Eerst nog een korte schets van de stand van zaken.

 

Op 1 april 2014 zijn zoals bekend de nieuwe kwaliteitsregels in werking getreden voor curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Dit is geschied via het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren (Staatsblad 2014, 46). Kandidaten die ten behoeve van drie of meer personen als curator, bewindvoerder of mentor (willen) optreden worden door de wet bestempeld als professionelen. Zij komen alleen dan voor benoeming in aanmerking, indien zij voldoen aan de kwaliteitseisen uit de algemene maatregel van bestuur, aldus artikel 436 lid 7 Boek 1 BW. Voor bestaande bewindvoerders geldt een overgangstermijn van twee jaar, dus men heeft tot 1 april 2016 de tijd (gehad) om die door de wetgever gewenste kwaliteit op orde te brengen.  

En hoe wordt die kwaliteit dan in de gaten gehouden ? Onder de huidige wet zal een professionele bewindvoerder jaarlijks een door “zijn eigen” kantonrechter goedgekeurd accountantsverslag moeten kunnen overleggen. Als deze bewindvoerder bij de eigen rechtbank is ontslagen in al zijn zaken, zal hij een dergelijke goedkeuring natuurlijk niet kunnen overleggen. De Minister wijst er in zijn brief op dat tussen de kantonrechters (en dat kan niemand verbazen, want niets menselijks is de kantonrechter vreemd !) ook informele informatie-uitwisseling plaatsvindt. Als de bewindvoerder als onvoldoende wordt beoordeeld, dan kan hiervan mededeling worden gedaan aan alle andere arrondissementen. Of van het feit dat hem de bevoegdheid om bewindvoerder te zijn/te blijven is ontnomen, of dat hij niet (langer) voldoet aan de kwaliteitseisen uit het besluit. De Minister zegt het niet met zoveel woorden, maar in het belang van de rechthebbenden elders zou je eigenlijk wensen dat kantonrechters dergelijke mededelingen aan andere arrondissementen standaard doen.
Gelukkig hoeft niet iedere sector kanton de kwaliteitscontrole meer zelf te organiseren met alle mogelijke regionale verschillen van dien. De controle op het voldoen aan de kwaliteitseisen is vanaf 1 januari 2016 gecentraliseerd in het Landelijk Kwaliteitsbureau Curatoren, Beschermingsbewindvoerders en Mentoren (CBM), dat is ondergebracht bij de rechtbank Oost-Brabant. Dit bureau beoordeelt voortaan of professionele curatoren, bewindvoerders en mentoren voldoen aan de wettelijke eisen. Ook verzoeken van nieuwe «toetreders» worden daar getoetst. Als een curator, beschermingsbewindvoerder of mentor voldoet aan de kwaliteitseisen, brengt het Bureau CBM alle rechtbanken en kantonrechters daarvan op de hoogte. Het dossiertoezicht is uiteraard niet gecentraliseerd: Kantonrechters blijven verantwoordelijk voor de benoeming in individuele zaken en blijven toezicht houden in die zaken en de periodieke rapportages beoordelen. Als uit de jaarlijkse controle door het Bureau CBM blijkt dat een curator, bewindvoerder of mentor niet langer aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet, dan worden alle rechtbanken en kantonrechters daarvan op de hoogte gesteld. Het hangt er wel van af wat er precies aan de hand is. Afhankelijk van de tekortkoming in de gestelde eisen kan aan de curator, bewindvoerder of mentor een hersteltermijn worden gesteld.
Per 1 april 2016 zal duidelijk worden in hoeverre bestaande bewindvoerders wel of niet voldoen aan de (niet meer zo) nieuwe kwaliteitseisen. Deze bewindvoerders zullen door de rechters kunnen worden ontslagen wegens het niet voldoen aan de kwaliteitseisen, aldus de Minister. In die gevallen zullen de personen die onder de hoede van deze bewindvoerders vallen, bij een andere bewindvoerder moeten worden ondergebracht, en dat is nogal een logistieke operatie waarbij ook dossieroverdrachtsperikelen zullen kunnen plaatsvinden. Tijdens een openbaar rondetafelgesprek bij de Tweede Kamer op 3 december 2015 over de bewindvoering werd het idee geopperd om een openbare lijst van «goedgekeurde» bewindvoerders te hanteren. De Minister houdt zich hierbij enigszins op de vlakte, want hij laat het graag aan de praktijk over om deze ideeën nader te onderzoeken. Voormalig Staatssecretaris Teeven had toegezegd dat de wet drie jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd. Een Engels gezegde luidt: “Time flies when you are having fun”, want dat is dus al per 1 januari 2017. Bij deze aanstaande evaluatie zal volgens de bewindsman ook nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan de handhaving van de kwaliteitseisen. Het debat wordt dus voortgezet, en zo betekent een wetswijziging niet zozeer een einde van een wetgevingsproces, maar vooral een nieuw begin.

Last modified on dinsdag 15 maart 2016 08:20

Leave a comment