Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 06 september 2015 16:58

Afwijzing verzoek beschermingsbewind: onderbewindstelling is geen “wonderolie”.

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant sector kanton 20 augustus 2015 ECLI:NL:RBZWB:2015:5686 

 

De aantallen beschermingsbewinden stijgen de afgelopen jaren sterk. Het ontbreekt de kantonrechter aan duidelijke wettelijke afwijzingsgronden zoals we die wel kennen in de schuldsaneringsregeling, waar op de verzoeker onder andere een bewijslast rust om aannemelijk te maken dat de schulden in de voorgaande vijf jaren te goeder trouw zijn ontstaan en onbetaald gelaten. Zijn de verzoeken om een beschermingsbewind of onderbewindstelling dan stempelkwesties ?

Is het: u vraagt en wij draaien, als er een verzoekschrift ligt en een kandidaat-bewindvoerder zich meldt en zich bereid verklaart om de zaak op zich te nemen ? Uit dit vonnis blijkt het tegendeel. Aan de wettelijke gronden voor instellen van een bewind moet de hand worden gehouden. Een beschermingsbewind moet de geschikte oplossing zijn voor een probleem zoals dat in Boek 1 BW omschreven staat. Dus is het enkele zijn van analfabeet en het niet of onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal door verzoekster/rechthebbende naar het oordeel van de kantonrechter niet te kwalificeren als een geestelijke toestand, als bedoeld in artikel 1: 431, lid 1 BW die het instellen van een beschermingsbewind kan rechtvaardigen. De kantonrechter overweegt bij wijze van “klap op de vuurpijl” ook dat onderbewindstelling niet het “ultimum remedium”  is voor allerlei niet opgeloste problemen in onze samenleving. Een ander oordeel zou volgens de kantonrechter een enorme uitbreiding/oprekking van deze wettelijke grond betekenen en een daarmee gepaard gaande enorme toe-/instroom van zaken opleveren.

 

Wat ging vooraf aan de beslissing ?

Op 3 juli 2015 is door de griffie van de rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ontvangen dat strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van verzoeker X onder gelijktijdige benoeming van Y als voorgestelde bewindvoerder.

Tijdens de terechtzitting bij de kantonrechter te Bergen op Zoom is gebleken dat X de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst. Zij zegt zelf - via de aanwezige tolk- dat zij analfabeet is. Zij is ook niet in staat de inhoud van brieven te begrijpen welke zij ontvangt. De communicatie met X vindt tijdens de terechtzitting noodgedwongen volledig via de aanwezige tolk plaats. Zij volgt momenteel wel Nederlandse taallessen. Zij wordt verder al enige jaren begeleid vanuit het maatschappelijk werk. Deze stichting heeft als doel het begeleiden van mensen die in probleemsituaties verkeren. Deze mensen kunnen bij de stichting terecht voor verschillende vormen van begeleiding en opvang. X ontvangt op haar situatie toegesneden begeleiding en opvang van voormelde stichting. X geeft aan dat zij geen lichamelijke en/of geestelijke problemen heeft. Zij heeft op dit moment ook geen noemenswaardige schulden, maar heeft wel op 9 juli 2015 een kredietovereenkomst gesloten. Dit krediet dient zij in 36 maandelijkse termijnen af te lossen. De eerste termijn vervalt op 1 oktober 2015. Er dreigen mede als gevolg van haar thuissituatie verdere financiële problemen te ontstaan. Bij X wonen maar liefst drie meerderjarige kinderen in. Deze kinderen dragen niet of nauwelijks bij aan de gezamenlijke huishouding. Zij leven deels op kosten van hun moeder. Deze inwoning heeft ook negatieve gevolgen voor de hoogte van de uitkering van X. Zij geeft aan dat zij waarschijnlijk geen financiële problemen zou kennen wanneer haar meerderjarige kinderen niet bij haar in zouden wonen. Haar kinderen wensen volgens haar niet op eigen initiatief te zoeken naar eigen woonruimte. Zij geeft aan dat het voor haar (als moeder) moeilijk is om de bestaande inwoning aan haar kinderen te ontzeggen. 

 

Geen oprekking van de wettelijke grondslag gewenst

De kantonrechter heeft tijdens de zitting aangegeven dat voor onderbewindstelling vereist is dat er sprake is van een (of meer) gronden als bedoeld in de wet. Op grond van artikel 1:431, lid 1 BW moet er sprake zijn van een lichamelijke of geestelijke toestand die maakt dat een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen dan wel sprake zijn van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het zijn van analfabeet en het niet of onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal door X zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet te kwalificeren als een geestelijke toestand in de zin van de wet. Een ander oordeel zou volgens de kantonrechter een enorme uitbreiding/oprekking van deze wettelijke grond betekenen en een daarmee gepaard gaande enorme toe-/instroom van zaken /verzoekschriften opleveren. Gemeenten in Nederland zullen deze uitspraak waarschijnlijk verwelkomen, want daar bestaat al enige tijd de indruk dat de stroom verzoeken zodanig toeneemt dat dat een bijzondere financiële druk op de bijzondere bijstand legt. De kosten van bewindvoering worden immers uit die “pot” voldaan, en dat loopt bij de grotere gemeenten uit de hand. De kantonrechter deelt in feite de observatie dat er op dit moment te vaak, te snel en te gemakkelijk verzoekschriften tot onderbewindstelling van meerderjarigen worden ingediend. Hier komt bij – aldus de kantonrechter - dat de (wettelijke) mogelijkheden van een beschermingsbewindvoerder in de praktijk beperkt blijken te zijn. De bestaande mogelijkheden voorzien in elk geval niet in de oplossing van de bij deze mevrouw aanwezige problematiek. Hier lijkt vooral verzoekster zelf aan zet te zijn. Dit geldt niet alleen ten aanzien van haar beheersing van de Nederlandse taal, maar ook bij de oplossing van haar thuissituatie, in het bijzonder de niet gewenste inwoning van haar meerderjarige kinderen. 

 

Beschermingsbewind is geen wonderolie bij allerlei problemen

X heeft op dit moment slechts enkele kleine(re) schulden en ter oplossing hiervan is inmiddels een saneringskrediet door de kredietbank verstrekt. De grond van het bestaan van problematische schulden doet zich in deze zaak niet voor. Ook wat betreft de wettelijke grondslag “het hebben van problematische schulden” ervaart de kantonrechter dat verzoekschriften tot het instellen van beschermingsbewind (schuldenbewind) te vaak, te snel en te gemakkelijk worden ingediend. De enkele omstandigheid, dat de voorgestelde professionele beschermingsbewindvoerder zich schriftelijk bereid heeft verklaard om de taak als bewindvoerder voor X op zich te nemen, doet hier niet aan af. Onderbewindstelling is volgens de kantonrechter niet het “ultimum remedium” (laatste redmiddel) voor al de niet opgeloste problemen in onze samenleving. Meer dan thans het geval is, dient eerst bekeken te worden of wat betreft de belangenbehartiging van meerderjarigen met minder ingrijpende aanwezige voorzieningen volstaan kan worden. Hier lijkt de bal ook bij de gemeenten zelf te liggen, die natuurlijk voorliggende voorzieningen zouden kunnen organiseren – al dan niet in samenspraak met de gemeentelijke schuldhulpverlening - zoals een buitengerechtelijk bewind of bewind “light”, formulierenbrigade of budgetbeheer, allemaal praktische instrumenten die (mits tijdig ingezet) een langduriger en kostbare onderbewindstelling zou kunnen voorkomen. Samengevat is de kantonrechter van oordeel dat ter zitting niet aannemelijk is geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zelf ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen dan wel dat er sprake is van verkwisting of het hebben van problematische schulden. De kantonrechter wijst het verzoek daarom af. 

 

Last modified on dinsdag 15 december 2015 10:19

Leave a comment