Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

donderdag 30 juli 2015 19:01

Jongvolwassenen en schulden

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(1 Stem)

“Jong geleerd oud gedaan”, zo luidt het spreekwoord, en dat geldt helaas ook voor de dingen waarvan je eigenlijk zou willen dat de jeugd dat voorbeeld niet overneemt. Meer dan de helft van de jongvolwassenen (18-27 jaar) heeft het afgelopen jaar een schuld gehad. Bij 14,5% van de jongvolwassenen betreft het een risicovolle schuldsituatie of een betalingsachterstand. Dit blijkt uit het recente onderzoek “Voor mijn gevoel had ik veel geld” in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Wie op een jonge leeftijd kampt met financiële problemen kan in een lastige positie komen. Er gaat dan veel energie naar het stabiliseren van de schulden, zodat escalatie voorkomen kan worden, maar wat vaak ten koste gaat van een focus op werk of studie. 

 

Sinds 1 juli 2012 zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor het aanbieden van schuldhulpverlening. De Staatssecretaris van Sociale Zaken benadrukt in haar brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2015 (TK 2014-2015, 24515, nr. 309) dat preventie en vroegsignalering, zeker voor deze doelgroep, een belangrijk onderdeel vormen van die schuldhulp. Voor gemeenten blijft het een lastige vraag hoe ze de doelgroep tijdig in beeld kunnen krijgen en hoe ze een effectieve dienstverlening aan deze doelgroep kunnen bieden.

Omvang, kenmerken en aard van de schuldenproblematiek jongvolwassenen
Het onderzoek is gebaseerd op 1518 enquêtes en 29 diepte-interviews. Het blijkt dat bijna een derde van de jongvolwassenen een lening heeft. En 28% heeft een studielening bij DUO. Bijna een kwart van de jongvolwassenen had in de afgelopen 12 maanden een achterstallige rekening. Ter vergelijking, bij alle Nederlandse huishoudens is dit percentage 18%. Betalingsachterstanden op de ziektekostenverzekering (10,5%) en de telefoonrekening (7,3%) komen het meeste voor. Een achterstand op afbetalen van een studieschuld aan DUO (0,7%) of alimentatie (0,3%) komen het minst voor. Vaak zijn achterstallige rekeningen minder dan 50 euro. Bij schulden en betalingsachterstanden hoeft (nog) geen sprake te zijn van een financieel probleem. Toch had 14,5% (ongeveer 304.000 jongvolwassenen) in de afgelopen 12 maanden een of meer risicovolle schulden of achterstanden. Denk daarbij aan drie of meer achterstallige rekeningen, achterstallige rekeningen bij vaste lasten of een totale omvang van achterstallige rekeningen van meer dan 250 euro.

“De jongvolwassene” bestaat niet
Er zijn significante verschillen tussen groepen jongeren. Jongvolwassenen die niet werken en geen onderwijs volgen hebben vaker schulden dan jongeren met een andere arbeidsmarktpositie. Onderscheiden zijn hier de groepen: onderwijsvolgende jongvolwassenen met bijverdiensten, onderwijsvolgende jongvolwassenen zonder bijverdiensten, werkende jongvolwassenen en niet-werkende en niet-schoolgaande jongvolwassenen. Dit geldt ook voor laagopgeleiden (geen onderwijs, basisonderwijs, vmbo of praktijkonderwijs) en 25 t/m 27-jarigen. Zij hebben vaker schulden dan middelbaar en hoger opgeleiden en jongeren tussen de 18 en 25 jaar.
Uit de diepte-interviews komen impulsief bestedingsgedrag, onderschatting van studieschulden, ingrijpende levensgebeurtenissen in combinatie met laag inkomen en gebrekkig financieel in- en overzicht als oorzaken voor het ontstaan van schulden naar voren. Jongeren voelen zich over het algemeen niet prettig bij het hebben van schulden en gaan hier op zeer verschillende manieren mee om. Degenen die hulp zoeken doen dat veelal binnen hun informele netwerk en richten zich zelden tot officiële instanties zoals de gemeentelijke schuldhulpverlening, die wellicht vanuit de ervaringen van het verleden wat meer geneigd zijn zich te richten tot een iets oudere doelgroep. De rol van de ouders is bij deze doelgroep steeds beperkter, in ieder geval in juridische zin. Want vanaf 18 jaar is de jongere handelingsbekwaam geworden, en een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger kan dan dus niet meer met een beroep op het Burgerlijk Wetboek op betrekkelijk eenvoudige wijze een rechtshandeling van het eigen kind vernietigen. Of iedere ouder zich dat voldoende realiseert voordat het kind 18 is, is overigens vers twee.

Preventieve maatregelen
Terug naar het recente onderzoeksrapport. De onderzoekers doen de aanbeveling aan gemeenten en schuldhulpverleners om preventief beleid specifiek te richten op de groep jongvolwassenen die de meeste kans lopen op schulden. Daarnaast pleiten de onderzoekers voor laagdrempelig financieel advies dat aansluit bij de belevingswereld van jongvolwassenen. De onderzoekers adviseren ook de bankensector om verschillende 'potjes' op de betaalrekening mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een voor de vaste lasten en een voor andere zaken. Preventief kan werken de voorlichting en financiële educatie specifiek op de doelgroep gericht die het Nibud onderneemt. Verder bestaat het project “Wijzer in Geldzaken”, een initiatief van het ministerie van Financiën waarin partners uit de financiële sector, de wetenschap, SZW en OCW en onderwijs- en consumentenorganisaties hun krachten bundelen om verantwoord financieel gedrag in Nederland te bevorderen. De onderzoekers vinden dat het lenen en het aanvragen van toeslagen niet te gemakkelijk moet worden gemaakt. Goed is daarom dat de Belastingdienst-Toeslagen een onderzoek heeft gedaan naar gedrag en motivatie van deze specifieke groep van toeslaggerechtigden. Dit heeft in 2014 geleid tot het introduceren van een app gericht op jongeren die zorgtoeslag willen aanvragen. De verzamelde kennis wordt gebruikt en toegepast bij het ontwerp en herontwerp van communicatiemiddelen.

Bevorderen bewuste omgang met studieleningen
Een beperkt deel van de mbo’ers heeft te maken met studieleningen: 20% van de mbo'ers met recht op studiefinanciering leent bij DUO, oftewel 10% van alle mbo'ers. Het gemiddelde bedrag dat deze mbo’ers maandelijks bij DUO lenen is €330. Dat bedrag is redelijk stabiel gebleven de afgelopen jaren. Nu is het zo, aldus de Staatssecretaris, dat de beschikbaarheid van studiefinanciering de financiële toegankelijkheid tot het onderwijs waarborgt. Het is op zich veilig om te lenen, omdat men de leningen onder sociale voorwaarden terugbetaalt. Ook geldt dat de afbetaling van een studieschuld van rechtswege wordt opgeschort als iemand met reguliere studieschuld opnieuw onderwijs gaat volgen met studiefinanciering. Dit neemt niet weg dat het belangrijk is om te investeren in een goede informatievoorziening en het versterken van financiële bewustwording. Op basis van een aanbeveling uit het onderzoek zijn de standaardinstellingen bij aanvraagprocedures (defaults) zodanig ingesteld dat studenten niet worden verleid om maximaal te lenen. Nuttig is ook de mogelijkheid om met behulp van een rekentool een studiebegroting te maken en inzicht te verkrijgen in de precieze effecten van een lening op de terugbetaling.

Schuldhulpverlening aan jongvolwassenen
Uit de jaarcijfers van de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, de NVVK, blijkt dat zo’n 10% van het aantal aanmeldingen bij schuldhulp jongeren zijn. Het is van groot belang – zo zegt de Staatssecretaris – dat deze groep passende dienstverlening ontvangt, zodat erger voorkomen kan worden. Veel jongeren en jongvolwassenen volgen immers onderwijs en/of zetten de eerste stappen op de arbeidsmarkt. Het is belangrijk dat schulden hiervoor geen belemmering vormen. Nu is het tot stand brengen van een schuldregeling vaak (extra) lastig bij jongvolwassenen, omdat er in veel situaties onvoldoende aflossingcapaciteit is en omdat een inkomen over 36 maanden (de duur van een schuldregeling) niet gegarandeerd kan worden. Dit geldt zowel voor werkenden als voor onderwijsvolgende jongvolwassenen. Schuldhulpverlening is echter meer dan schuldregelen alleen. In plaats van een schuldregeling kan vaak wel coaching
en/of stabilisatie (budgetcoaching of budgetbeheer) aangeboden worden door de gemeentelijke schuldhulpverlening. Juist voor deze vorm van dienstverlening is het van groot belang dat de jongvolwassene, wanneer hij kampt met schulden, vroegtijdig bij de schuldhulp in beeld komt. In dat kader zijn gemeenten er bij gebaat om aan te sluiten bij de belevingswereld van de jongvolwassenen en samen te werken met organisaties die de doelgroep meer frequent tegenkomen.

Onderwijsvolgende jongvolwassenen
Veel onderwijsvolgende jongvolwassenen zijn qua inkomen geheel of grotendeels aangewezen op studiefinanciering. De studiefinanciering zelf dient – zo zegt de wet – om uit de studie voortvloeiende kosten te dekken en niet om overige schulden af te lossen. Indien de student enkel studiefinanciering ontvangt, heeft hij dus geen afloscapaciteit. Daarnaast is de studerende door zijn studie niet (volledig) inzetbaar voor de arbeidsmarkt en eventuele bijverdiensten zijn dikwijls onvoldoende om enige afloscapaciteit te genereren. Schuldeisers zijn daarom vaak niet of nauwelijks bereid om akkoord te gaan met een aanbod tot een minnelijke schuldregeling. Tijdens een wettelijke schuldsanering moet ook de jongvolwassene zich maximaal inzetten voor de schuldeisers en kan er dus geen opleiding worden gevolgd – anders dan in de avonduren – die ten koste gaat van de inspannings- en sollicitatieplicht die geldt ten behoeve van de boedel. Dit alles betekent niet dat er geen stabiliserende trajecten via budgetcoaching of budgetbeheer kunnen worden gevolgd, of dat eventuele neveninkomsten - met toestemming van de jongvolwassene – kunnen worden ingezet om de schulden deels af te lossen. De schuldhulpverlener kan zeker ook nagaan of schuldeisers bereid zijn om hun schulden voor de duur van de opleiding te bevriezen. Als de schuldeisers hiermee akkoord gaan, is de jongvolwassene voor de duur van zijn opleiding gevrijwaard van incasso en kan hij na afronding van de opleiding alsnog met de dan aanwezige afloscapaciteit stap voor stap zijn schulden aflossen. De Staatssecretaris geeft aan dat dit maatwerk zal zijn en dat zij deze voorbeelden graag wil verspreiden onder gemeenten. Soms compliceren direct opeisbare, onderwijsgerelateerde schulden een schuldhulptraject. Denk bijvoorbeeld aan lesgeld dat niet is voldaan, een boete vanwege het niet inleveren van de OV-kaart of misbruik met de uitwonendenbeurs of betalingsachterstanden op studieschulden. Hiervoor worden op dit moment oplossingen beproefd binnen pilots met diverse gemeenten (Tilburg, Heerlen, Amsterdam). Een praktische oplossing kan zijn het opschorten van de direct opeisbare schulden of een gedeeltelijke kwijtschelding als onderdeel van een bredere schuldsanering. Deze proefprojecten worden eind 2015 geëvalueerd in samenwerking met de NVVK en met het ministerie van OCW.

Last modified on vrijdag 31 juli 2015 09:44

Leave a comment