Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zaterdag 23 mei 2015 15:12

Schuld, en de tweedeling die dat veroorzaakt

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

“Je kunt je niet van je eigen gezonde verstand overtuigen door je buurman op te sluiten” (Dostojewski)


Heel lang geleden is, of moet, er een tijd zijn geweest dat niemand schulden had. Op enig moment zijn mensen beloften gaan maken die men zich blijvend is gaan herinneren. Zie daar, de schuld is geboren. Schuld is immers niets anders dan een belofte naar de toekomst toe. Op een daarop volgend moment zijn mensen beloften die ze maakten niet nagekomen; de problematische schuld was geboren.


De problematische schuldsituatie markeert de afscheiding tussen een belofte en een niet nagekomen belofte. Waar eerst alles een amorfe eenheid was van door elkaar lopende beloften ontstond als gevolg van de problematische schulden een schifting in de maatschappij tussen beloften en niet-nagekomen beloften. De ene belofte was de andere niet meer. Het feit dat beloften niet nagekomen werden zette de verhoudingen tussen schuldeiser en schuldenaar op scherp. Maar vooral trok het een voor, een groef, door de maatschappij. De voor veroorzaakte een ruimte, een afscheiding, tussen de ‘goeden’ en de ‘slechten’. Dat gaf ruis. Hoe loopt in de maatschappij de communicatie tussen het domein van de ‘goeden’, die hun beloften nakomen en de ‘slechten’, die hun beloften niet nakomen? Aanvankelijk liep die communicatie helemaal niet zo goed. De geschiedenis door de eeuwen heen rekende altijd af met de ‘slechten’; in de klassieke tijd werden zij slaaf, of zij werden, zoals in de achttiende en negentiende eeuw, in detentie geplaatst in de zogeheten schuldenaarsgevangenissen. Hoewel in de Verenigde Staten tot op de dag van vandaag mensen vastgezet kunnen worden voor onbetaalde rekeningen, en zelfs in Nederland deze methode weer in zwang lijkt te komen voor CJIB-boetes, is met de moderne tijd het besef ontstaan dat het hebben van schuld niet automatisch moet leiden tot een straf zonder horizon. Het bekende “licht aan het eind van de tunnel” voor de schuldenaar die in betalingsonvermogen was geraakt leidde in Nederland, maar ook in andere landen van Europa, tot de schone lei gedachte. Grosso modo is dat in de huidige tijd de heersende gedachte rondom schulden, hoe fragiel ook in zijn gezag.
Het is geen boude uitspraak te stellen dat sinds de middeleeuwen, of zelfs sinds de jaren zestig, meer begrip is ontstaan voor de schuldenaar. Dat zal snel benadrukt worden door moderne bestuurders, de wetgever of binnen de rechtspraak. Het beeld van de armetierige schuldenaar op het schavot of in de gevangenis is een beeld van de middeleeuwen toen de maatschappij minder verlicht was, toch? Wij gaan daar nu veel genuanceerder mee om. Maar is dat wel zo?
In het algemeen is de gedachte dat Nederland een vooruitstrevend en liberaal land is waar het de oplossing van schuldenproblematiek betreft. Wij zetten ons in voor de schuldenaar, schelden zijn schulden kwijt, zo nodig via de rechter. Wij ‘re-integreren’ de schuldenaar naar een rijk, volwaardig en consumptief leven. Wij passen wetten aan, breiden ze uit of ontwerpen wetten die alle ten dienste staan aan de gedachte dat niemand zal worden achtergelaten op het slagveld van de problematische schuldsituatie. En toch wringt er iets…..
Is niet in feite de Wsnp, het minnelijk traject en recentelijk het schuldenbewind, een vorm van schuldenaarsgevangenis geworden waarmee wij de schuldenaar scherp afscheiden van de rest van de maatschappij. Maken wij daarmee niet vooral duidelijk dat schulden ‘not done’ zijn. Dat schulden, in ieder geval problematische schulden, niet hoort? En zijn wij dan eigenlijk wel zo mild voor schuldenaren? Aan ieder schuldhulptraject gaat een periode vooraf waarin de schuldenaar zijn uiterste best moet doen om te komen tot voldoening van schulden. De vijfjaarstermijn van de ouderdom van schulden markeert enigszins de tijd die ‘wij’ vinden dat iemand moet nemen om zelf tot een oplossing te komen. Vervolgens dient een zwaar minnelijk traject doorlopen te worden waarbij alle privacy en eigenheid van de schuldenaar op het hakblok komt, nog gevolgd door een streng disciplinerende Wsnp gedurende drie jaar. De schuldenaar is al met al toch minimaal acht jaar bezig zijn schone lei te verdienen. Uit onderzoek weten wij dat niet velen dat traject voltooien. Zij die het niet voltooien bevinden zich nog steeds in de schuldenaren gevangenis. Was het gedwongen laten doorlopen van schuldenaren van zo’n zwaar traject met een zo’n geringe opbrengst eigenlijk wel gerechtvaardigd? Had de kwijtschelding niet veel eerder en eenvoudiger moeten plaatsvinden? Had de diepe groef die getrokken is tussen beloften en niet-nagekomen beloften eigenlijk wel getrokken moeten worden?
Het is tijd voor een nieuw discours. Om Dostojewski te parafraseren: “Jouw schulden zijn niet anders dan die van je buurman die ze (ook) niet betaalt”. De maatschappij heeft het nodig dat de schuldenaar de bereidheid heeft kwijtschelding van zijn onvoldane schulden te verzoeken zodat de maatschappij de kwijting kán geven. Het is geen gunst van de maatschappij aan de schuldenaar maar van de schuldenaar aan de maatschappij. Dat strijkt de groef weer glad en geeft perspectief aan iedereen op een schuldeloos leven. Vergeven én vergeten.

Last modified on maandag 15 juni 2015 19:21

Leave a comment