Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 29 april 2015 18:21

Beschermingsbewind is geen Wsnp-bewind

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

Inleiding

Beschermingsbewind en Wsnp-bewind, het blijft soms verwarrend. Het ene bewind is tenslotte het andere niet. Mensen gebruiken voor het gemak regelmatig slechts het woord ‘bewind’ zonder verdere toevoeging of aanduiding. Maar het ene bewind heeft andere consequenties dan het andere bewind. Doelstelling, uitvoering, verplichtingen van de schuldenaar, taken van de bewindvoerder; het zijn werelden van verschil tussen het beschermingsbewind en Wsnp-bewind. Wanneer de bewinden dan ook nog eens gelijktijdig plaatsvinden is de verwarring compleet. Daar loopt het minnelijk traject, waar soms wel sprake is van bewind en soms niet, nog eens als ‘stoorzender’ doorheen. Een korte opfrissing.

 

Schuldsanering is opgedeeld in twee van elkaar te onderscheiden trajecten, het minnelijk traject en het wettelijk traject (Wsnp). Tussen deze twee trajecten loopt een strikte waterscheiding; iemand kan niet én in het minnelijk traject zitten, én in het wettelijk traject. De reden van deze splitsing is gelegen in het buitengerechtelijk karakter van het minnelijk traject en het gerechtelijk karakter van het wettelijk traject. 

Het minnelijk traject is het traject waarbij de schuldsaneerder tracht met de schuldeisers van een schuldenaar een buitengerechtelijke regeling te treffen. 

Het wettelijk traject saneert de schulden, ook zonder medewerking van schuldeisers, en is het traject waarbij de rechtbank bij vonnis een Wsnp-bewindvoerder benoemt. De bewindvoerder houdt toezicht op de schuldenaar en voert beheer over de boedel. Aan het eind van de Wsnp is het taak van de bewindvoerder de boedel te vereffenen. De bewindvoerder treedt hierbij op in het belang van de boedel en de gezamenlijke crediteuren. 

Als bijzondere figuur in deze tweedeling treedt de beschermingsbewindvoerder op. De beschermingsbewindvoerder kan voor, tijdens en na elk van deze twee trajecten voorkomen, maar heeft (vrijwel) nooit overlappende taken en verantwoordelijkheden met de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van één van deze twee trajecten. De bewindvoerder vertegenwoordigt de schuldenaar in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW). Daarnaast  heeft de beschermingsbewindvoerder wel, als vorm van vangnet,  de mogelijkheid, in geval van afwezigheid van één van beide trajecten, om betalingsregelingen met crediteuren te treffen conform de beschreven werkzaamheden van art. 47 & 48 Wck. Dat is overigens geen verplichting, sterker het is zelfs niet altijd een mogelijkheid. Het maakt wel dat een beschermingsbewindvoerder ook als schuldsaneerder (i.e. minnelijk traject) kan optreden. (Memorie van Toelichting onderdeel T, pag. 33)

 

 

Grondslag

De grondslag van de Wsnp en het beschermingsbewind verschillen. De grondslag voor de Wsnp is gelegen in titel III van de faillissementswet (art. 284 e.v. Fw). De grondslag voor het beschermingsbewind is gelegen in art. 1:431 e.v. BW.

De Wsnp wordt ingesteld bij vonnis van de rechtbank. De bewindvoerder Wsnp heeft als functionaris van de rechtbank diverse vergaande bevoegdheden teneinde tot vervulling van zijn taak te komen (art. 322 e.v. Fw). De omvang van zijn taak en bevoegdheden zijn gericht op het al eerder genoemde beheer en vereffening van de (faillissements-)boedel (art. 316 lid 1 Fw). 

De grondslag voor het beschermingsbewind is gelegen in art. 1:431 lid 1 sub a en b BW. De bewindvoerder vertegenwoordigt het vermogensrechtelijke belang van de schuldenaar. Anders dan de Wsnp-bewindvoerder is er geen vertegenwoordiging van het belang van de gemeenschappelijke schuldeisers.

Beschermingsbewind en Wsnp-bewind hebben daarmee een verschillende grondslag. In art. 60a Fw is het gelijktijdig bestaan van een faillissement en een beschermingsbewind geregeld. Bij de introductie van de Wsnp in 1998 is dit artikel door middel van het verbindingsartikel 313 Fw eveneens voor de Wsnp van toepassing verklaard. In het artikel is opgenomen de bepaling dat bij opeising van goederen in geval van de Wsnp, het beschermingsbewind eindigt over die goederen (art. 60a lid 1 Fw). De reden hiervan is gelegen in het feit dat goederen vrij van bewind verdeeld moeten kunnen worden. Het artikel impliceert dat een rangorde bestaat tussen Wsnp en beschermingbewind; de Wsnp gaat voor op het beschermingbewind. De artt. 60a en 60b Fw regelen de samenloop van faillissement en bewind in het algemeen. Het beschermingsbewind is hieronder inbegrepen.

 

Doelstelling

Met de wetswijziging van 1 januari 2014 van Curatele, beschermingsbewind en mentorschap is de doelstelling van beschermingsbewind uitgebreid. De beschermingsbewindvoerder stabiliseert de financiële situatie van de rechthebbende en voert werkzaamheden uit ten behoeve van deze stabilisering: “[…]In geval van problematische schulden gaat het in het bijzonder, naast andere werkzaamheden, om werkzaamheden ten behoeve van het ongedaan maken van een of meer beslagen waarbij de beslagvrije voet niet wordt geëerbiedigd, het stabiliseren van problematische schuldsituaties, het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP en schuldbemiddeling in het kader van artikel 47 van de Wet op het consumentenkrediet (hierna: ‘Wck’) [...]” (Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, pag. 12). Blijkens de toelichting op de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren is met de wetswijziging dus een uitbreiding gegeven op de bestaande vormen van schuldbemiddeling. Er is geen uitbreiding gegeven op de bestaande vormen van Wsnp-bewind. Dit alles onder verwoording van nog een extra taak/doelstelling: “[…]Taak van de bewindvoerder is tevens om de zelfredzaamheid van de rechthebbende te bevorderen, voor zover mogelijk; dit is één van de uitgangspunten van de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap.[…]” (Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, pag. 12).

 

Taak

Er vindt in geval van een Wsnp-bewind geen vertegenwoordiging plaats van de schuldenaar door de bewindvoerder. Het bewind betrekt zich, blijkens art. 316 Fw, uitsluitend op de boedel in de schuldsaneringsregeling. Dit is anders dan het beschermingsbewind waar de wetgever expliciet heeft opgenomen:“[..].Tijdens het bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte[...]” (art. 1:441 lid 1 BW).

Ook hier is sprake van een waterscheiding tussen Wsnp-bewind en beschermingsbewind  (met zo af en toe een kleine lekkage). Een persoon of organisatie zal meestal niet gelijktijdig optreden als én beschermingsbewindvoerder én Wsnp-bewindvoerder (bij zeer hoge uitzondering kan dat echter wel voorkomen). Art. 313 jo 60a Fw maakt in formele zin het gelijktijdig bestaan van Wsnp-bewind en beschermingsbewind ook onmogelijk. Een faillissement heft een beschermingsbewind namelijk van rechtswege op. Dat dit in de praktijk vanwege diverse redenen niet plaatsvindt heeft redenen die liggen binnen de doelstelling van de Wsnp, het doet aan de inhoud van deze artikelen niet af. Omdat in de praktijk bleek dat schuldenaren niet altijd afdoende in staat waren een wettelijk traject zelfstandig te doorlopen en hun daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen is in de loop der jaren de figuur van het beschermingsbewind uitgebreider toegepast binnen de Wsnp. Daar waar de schuldenaar niet zelfstandig zijn vermogensrechtelijke belangen kan behartigen treedt de beschermingsbewindvoerder voor hem op óók als dat gelijktijdig met de Wsnp plaats moest vinden. Vanuit de verschillende doelstellingen en taken van de bewindvoerder Wsnp en de beschermingsbewindvoerder gaf dit (kennelijk) geen aanleiding tot conflicten ondanks de formele onmogelijkheid van samengaan. Vanuit de doelstellingen van de twee bewinden is dit ook wel te begrijpen. Het Wsnp-bewind richt zich op de boedel en de gezamenlijke schuldeisers, het beschermingsbewind richt zich op de schuldenaar.

 

Conclusie

Beschermingsbewind en Wsnp-bewind zijn verschillende soorten bewind. Zij verschillen in twee essentiële eigenschappen van elkaar, namelijk in doelstelling en in taakstelling. Dit resulteert in andersoortige werkzaamheden. De Wsnp-bewindvoerder verricht werkzaamheden in het kader van de faillissementswet. De beschermingsbewindvoerder verricht (mede) werkzaamheden in het kader van schuldbemiddeling. Welbeschouwd vertonen de twee bewinden als enig gemeenschappelijk kenmerk de naamgeving “bewind”. Voor het overige dragen zij nauwelijks gemeenschappelijke kenmerken, niet in de uitvoering en niet in de inhoud en niet in de soort verantwoordelijkheid. 

Dat dit in de praktijk veelvuldig aanleiding geeft tot een Babylonische spraakverwarring is een gegeven. Het hangt van de kennis, kunde en  professionaliteit van de diverse daarbij betrokken personen, hulpverleners en instanties af of zij dan vervolgens de bewindvoerder, zij het de beschermingsbewindvoerder of de Wsnp-bewindvoerder, voor de voeten werpen dat hij of zij zíjn werk niet doet. Het kan helpen als iedereen die het woord bewind gebruikt in ieder geval daarbij de toevoeging van ofwel beschermingsbewind ofwel Wsnp-bewind hanteert.

 

Last modified on vrijdag 01 mei 2015 06:48

Leave a comment