Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 29 april 2015 17:54

Gemeenten moeten weigeringen schuldhulp individueel toetsen

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

 

In het rapport ‘Onoplosbare schuldsituaties’, dat eind november 2014 verscheen concludeert lector schulden Nadja Jungmann (Hogeschool Utrecht) onder meer dat als het gaat om schuldhulpverlening de Nederlandse gemeenten verschillende varianten van uitsluitingsgronden in hun beleidsregels hebben opgenomen. Hierdoor vallen veel huishoudens met schulden buiten de boot. Over dit fenomeen zijn vragen gesteld vanuit de Tweede Kamer aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die beleidsverantwoordelijk is voor de schuldenproblematiek. Recent werd het antwoord openbaar (31 maart 2015 - 2014Z20344).

 

Niemand mag de toegang tot schuldhulpverlening worden ontzegd, zo blijkt uit het antwoord van de bewindsvrouw, vanwege het enkele feit dat hij of zij een koophuis heeft, geen inkomen heeft of een behandeling ondergaat in de verslavingszorg. Gemeenten mogen deze en andere denkbare uitsluitingsgronden niet categorisch (dat wil zeggen zonder concrete toetsing) toepassen. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) kent slechts één echte uitsluitingsgrond. Die is neergelegd in artikel 3 lid 4 Wgs. Een vreemdeling kan niet voor schuldhulpverlening in aanmerking komen, zo luidt deze bepaling, als hij of zij geen ingezetene is die rechtmatig in Nederland verblijft. 

 

Het toetsingsgebod geldt ook voor de beide algemeen geformuleerde wettelijke weigeringsgronden, zo schrijft staatssecretaris Klijnsma in antwoord op de Kamervragen van de PvdA en ChristenUnie. Die staan vervat in artikel 3 leden 2 en 3 Wgs, en geven het college van B&W een weigeringsbevoegdheid in twee gevallen, namelijk a. indien een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening, en b. indien een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of indien een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, die beoogt leed toe te voegen.

 

Gemeenten kunnen mensen natuurlijk wel schuldhulp weigeren, want het is geen zuurstof: er bestaat nu eenmaal geen ongeclausuleerd recht op toegang tot de schuldhulpverlening. Een weigering is echter pas een gefundeerde weigering - die stand houdt bij de bestuursrechter - nadat de gemeente een afweging heeft gemaakt van de individuele omstandigheden. Bijvoorbeeld omdat iemand zich niet houdt aan eerder gemaakte afspraken of zich ernstig misdraagt jegens medewerkers van de gemeente. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) rept dan ook niet van uitsluitingsgronden, maar uitsluitend over gronden om de toegang tot de schuldhulpverlening te weigeren. 

 

Als gemeenten een uitsluitingsgrond hanteren (wat dus niet toegestaan is behalve in het ene genoemde specifieke geval) dan wordt zo’n individuele afweging helemaal niet gemaakt. Dan komen gezinnen simpelweg niet in aanmerking voor schuldhulpverlening enkel omdat ze bijvoorbeeld geen inkomen hebben, of omdat ze hun echtscheiding niet rond hebben of nog in een traject worden behandeld bij de GGZ. Dit mag dus op grond van de de Wgs niet. Hetzelfde geldt voor een algemeen geformuleerde weigering, zoals de weigering vanwege het enkele feit dat iemand een koophuis heeft of omdat een jongere nog geen inkomen heeft. De Wgs schrijft voor dat de gemeenten in al deze situaties altijd een individuele afweging van de bijzondere situatie moeten maken.

 

Interessant is ook dat in het onderzoeksrapport van de Hogeschool Utrecht wordt geconcludeerd dat maar liefst 40% van de schuldhulpaanvragers in een onoplosbare schuldsituatie zitten juist vanwege hun gedrag. De Staatssecretaris deelt het advies dat gemeenten voorzichtiger moeten zijn met het weigeren van de schuldhulpverlening op die grond en vindt dat gemeenten - als de motivatie bij mensen lijkt te ontbreken - moeten kijken of ze die motivatie niet alsnog kunnen verkrijgen. Gemeenten moeten niet kijken of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden van de standaard dienstverlening. Hun ondersteuning moet eerder omgekeerd passen bij de mogelijkheden van de hulpvrager. Dat is natuurlijk nogal een omslag die – als het inderdaad die kant op zou gaan – samen met een op preventie gerichte aanpak leidt tot een meer vraaggestuurde schuldhulpverlening.

 

Last modified on donderdag 30 april 2015 05:56

Leave a comment