Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zaterdag 28 maart 2015 19:40

Toegang tot de Wsnp verruimd

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

 

De rechter die over een schuldsaneringsverzoek oordeelt, blijft binnen het systeem en de strekking van de Faillissementswet als hij tot de slotsom komt dat ook langs de weg van een schuldenbewind in voldoende mate is geprobeerd om tot een minnelijke oplossing te komen. Anders gezegd: bij de toelating tot de Wsnp kan ook genoegen worden genomen met een voorbereidend schuldenbewind. Dat is het antwoord d.d. 27 maart 2015 van de nieuwe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op recente kamervragen van de SP omtrent de toegang tot de Wsnp in verband met het beschermingsbewind en de minnelijke schuldhulpverlening. Vanwege de directe relatie die er ligt met de gemeentelijke schuldhulp werden de vragen ook gesteld aan, en de antwoorden mede gegeven door, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wie de volledige tekst van vraag en antwoord wil lezen raadplege het document 2015Z02461.

 

We wisten al een poosje dat de modelverklaring van artikel 285 Fw ook mag worden afgegeven door een beschermingsbewindvoerder. Dat is sinds 1 januari 2014 zelf vastgelegd in de gewijzigde wetstekst van artikel 48 lid 1 Wet Consumentenkrediet, als logisch vervolg op een arrest van de Hoge Raad uit 2010. De Hoge Raad  verruimde toen de afgiftebevoegdheid van de modelverklaring tot de personen en instanties genoemd in artikel 48 lid 1 sub c – kort gezegd de wettelijk gereguleerde juridische beroepsgroepen. Die bieden samen met de gemeentelijke instanties het objectieve “betrouwbare kompas” waarop de rechter bij zijn toelatingsoordeel varen moet, zoals de Hoge Raad dat omschreef. 

 

Tot deze gereguleerde beroepsgroepen behoren sinds de wetswijziging van 1 januari 2014 ook de professionele beschermingsbewindvoerders in de zin van artikel 435 lid 7 Boek 1 BW. Thans wordt de tweede stap genomen: Omdat een schuldenbewind sinds 1 januari 2014 ook een wettelijke grondslag in het Burgerlijk Wetboek kent, en omdat de beroepsgroep sinds 1 april 2014 aan wettelijke kwaliteitsnormen gebonden is, ligt het voor de hand dat een schuldenbewind ook kan dienen als een aan de Wsnp voorafgaande minnelijke poging om met de schuldeisers tot een vergelijk te komen. 

 

Een toelating tot de Wsnp vanuit beschermingsbewind is dus op zichzelf niet onmogelijk, aldus de nieuwe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, en dat geeft een duidelijk vergezicht: “Ik kan mij goed voorstellen dat de rechter ook deze methoden om een schuldensituatie te stabiliseren waardeert als het aantoonbaar voldoen aan de wettelijk vereiste buitengerechtelijke poging.” In feite sluit dit inzicht nauw aan bij de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Het gaat er nu eenmaal om dat voorafgaand aan de wettelijke schuldsanering eerst een aantoonbare minnelijke poging wordt gewaagd door een objectief deskundige, waarbij de rechtbank zich niet van de juistheid en volledigheid van die verklaring behoeft te overtuigen. Dit kan omdat de nieuw gereguleerde beroepsgroep een betrouwbaar kompas biedt.

 

Het blijft natuurlijk aan de rechter die over de toelating moet oordelen om te bezien of eerst in voldoende mate minnelijk overleg is geweest met de schuldeisers. Dit zal vermoedelijk afhankelijk zijn van de aard en de duur van het schuldenbewind, dat enige tijd voor stabilisatie moet hebben gezorgd alvorens men kan zeggen dat er een serieuze minnelijke poging heeft plaatsgevonden die voor de toepassing van artikel 285 Fw vergelijkbaar is met een minnelijk schuldhulptraject. Dat is niet anders als het gaat om een minnelijk schuldhulptraject, want ook daar geeft een enkele aanmelding of een paar maanden deelname aan een traject nog geen aanspraak om op de Wsnp af te koersen.

 

 

Last modified on dinsdag 31 maart 2015 06:33

Leave a comment