Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

donderdag 26 februari 2015 21:16

Het Matteüseffect in de schuldhulpverlening

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(1 Stem)

Het is al eerder betoogd: “The poor pay more”. Deze stelling is een weergave van het gegeven dat onze maatschappijstructuur zodanig functioneert dat het hebben van schulden, of gebrek aan vermogen, leidt tot hogere kosten en geringere opbrengsten in alle geledingen van maatschappelijk functioneren. Het hebben van schulden verhindert iemand om grotere aankopen van bijvoorbeeld boodschappen te doen met daarbij behorende, en voor die persoon zo noodzakelijke, (bulk-)korting. Ook een lening is alleen mogelijk tegen een hogere risico-opslag, het hebben van schulden betekent nu eenmaal een hoger risico van wanbetaling.

 

Een versterkend verschijnsel dat bijdraagt aan het “the poor pay more”-adagium is het Matteüseffect. Dit effect ontleent zijn benaming aan Matteüs 25:29 ”Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”. Het effect is voor het eerst beschreven door de socioloog Robert Merton en daarna uitgebreider beschreven door Daniël Rigney. Het viel hen op dat het hebben van een voordelige positie automatisch leidde tot een voordeliger uitkomst. Kinderen bijvoorbeeld van wie de ouders hoog opgeleid zijn, blijken vaker een hogere opleiding te volgen, mensen met veel geld op de bank hebben meer rente-opbrengsten dan mensen met weinig geld, mensen die bekend zijn worden vaker geciteerd, waardoor zij nog meer bekend raken, etc... Het Matteüseffect leidt er toe dat de ongelijkheid tussen mensen groter wordt en wel in zeer veel geledingen van de maatschappij. Ook in de schuldhulpverlening?

Ja, in de schuldhulpverlening lijkt een zelfde soort effect op te treden. Voordat mensen worden toegelaten tot de schuldhulpverlening of tot de Wsnp toetst de gemeente respectievelijk de rechtbank de saneringsrijpheid van de schuldenaar. De selectie die als gevolg van deze toetsing plaatsvindt leidt ertoe dat bepaalde mensen, vanwege op zichzelf zeer verdedigbare gronden, niet worden toegelaten tot de schuldhulpverlening of tot de Wsnp. “Probeert u het later nog eens” is dan een veel gehoord (ongetwijfeld goedbedoeld) advies. Alleen …, met de afwijzing komen de schuldenaren in een toestand terecht van nog meer betalingsonvermogen en nog meer kans op nieuwe schulden; de rente en kosten lopen namelijk wel door, de zo noodzakelijke hulp wordt misschien wel aangeboden maar is onvoldoende om een dam op te werpen tegen de financiële druk; er is een grotere kans op ontruiming, royement of afsluiting. Deze omstandigheden zullen de kans op toelating bij de volgende aanvraag natuurlijk niet verhogen, de kans op nieuwe schulden en de daarmee verbonden verwijtbaarheid is alleen maar toegenomen.

Gelukkig zijn er de 'happy few' die wel worden toegelaten tot de schuldhulpverlening of tot de Wsnp. Zij zijn geschikt bevonden en mogen nu de vruchten plukken van het Matteüseffect. Zij zijn de 'helpbaren' en op hen richten zich alle inspanningen en alle waarborgen om te komen tot een positieve afronding van het traject. Sterker, het recidief van deze groep zal veel geringer blijken te zijn zijn dan de verslechtering van de afgewezenen, en zal bevestigen dat de selectie vooraf een terechte is geweest. Bijgevolg zien wij dan in toenemende mate steeds betere prestaties van het minnelijk traject en het wsnp-traject, het zijn immers de vooraanstaanden die geholpen worden. Mislukking wordt niet aanvaard, anders dan de afgewezenen waar het op voorhand vaststond dat hulp niet mogelijk is. De afgewezen zullen ook een extra inspanning moeten leveren om alsnog geholpen te worden, jawel, ook hier geldt: 'the poor pay more'.

Het is te hopen dat in ieder geval één bestuurder of één parlementslid zich zal afvragen of verbeterende cijfers wel echt een weergave zijn van verbeterde maatschappelijke doelstellingen en rendementen. Die zich zal afvragen of de roep om hoger rendement niet intrinsiek in zich meedraagt dat juist degenen die hulp nodig hebben al in een vroeg stadium 'weg-geselecteerd' worden. Maar welke politicus zal dat zijn? De paradox is immers dat een politicus dan zal moeten pleiten voor lagere succespercentages en dat valt natuurlijk niet te verkopen. Tot die tijd zal er sprake zijn van een steeds sterkere selectie aan de poort en daarmee biedt het domein van de schuldhulpverlening de kwetsbaren steeds minder toegang tot de broodnodige hulp. Misschien is het tijd om over een ander schuldsaneringsmodel te gaan nadenken!

Last modified on donderdag 26 februari 2015 21:59

Leave a comment