Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 11 februari 2015 14:04

10 jaar na wat ? Peilmoment van de tienjaarstermijn van art. 288 Fw

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

(Rechtbank Den Haag 30 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:1144)

Het einde van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is pas daar bij het verbindend worden van de slotuitdelingslijst (art. 356 Fw). Er is dus geen ander peilmoment of afwijking van de tienjaarstermijn van artikel 288 lid 2, mocht eventueel lange tijd verstreken zijn tussen het einde van de verplichtingen, het schone lei vonnis en het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Wat is de rol van de bewindvoerder en van de rechtbank in de duur van de afwikkeling? Er kunnen bijzondere redenen zijn voor een latere verificatie.

1. Eerst de feiten en het recht...

 

Verzoekers hebben op 9 januari 2014 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Uit het Centraal Insolventieregister is gebleken dat op verzoekers eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. De slotuitdelingslijst is destijds verbindend geworden op 15 maart 2007. Kunnen verzoekers worden toegelaten ja of nee ? is die eerdere schuldsanering nu een beletsel ? Twee wetsartikelen zijn hier volgens de Haagse Rechtbank relevant. In artikel 356, tweede lid, van de Faillissementswet is bepaald: “De toepassing van de schuldsaneringsregeling is van rechtswege beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden […]”
Ingevolge artikel 288, tweede lid, aanhef en onder d Fw. is bepaald dat een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen “indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest […]”.

2. ... en daarna de beslissing.

Op welk moment was de schuldsaneringsregeling niet langer van toepassing op verzoekers ? Reeds de grammaticale uitleg van de wet leidt tot het oordeel dat die toepassing eindigde met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst op 15 maart 2007. Nu er tussen het einde van de verplichtingen per 29 november 2003, het vonnis als bedoeld in artikel 354, eerste lid, Fw. (het ‘schone lei vonnis’) van 3 maart 2005 en het verbindend worden van de slotuitdelingslijst geruime tijd is verstreken, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de toepassing van de schuldsanering in dit concrete geval al reeds eerder als beëindigd moet worden beschouwd.
Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds het einde van de verplichtingen van de saniet en anderzijds het einde van de regeling zelf. Er is dan ook geen grond de toepassing van de regeling reeds op 29 november 2003 beëindigd te achten. Ook het dictum van het vonnis van 3 maart 2005 kan bij verzoekers geen ander vertrouwen hebben gewekt. Daarin staat opgenomen: “verstaat dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.”
Het schone lei vonnis heeft in het wettelijke systeem van toepassing en beëindiging geen rol. De gevolgen daarvan gelden pas van rechtswege indien de schuldsanering is beëindigd (art. 358, eerste en tweede lid Fw.) Een afwijken van de wettelijke tienjaarstermijn vanwege het verstrijken van lange of wellicht kortere tijd tot het einde van de regeling, zou arbitrair zijn. Dat zou zich slecht verdragen met het dwingende karakter van deze termijn, op de duur waarvan de wetgever geen uitzonderingen heeft gemaakt. Het verzoek wordt dus afgewezen, nu sinds het einde van de (vorige) schuldsaneringsregeling nog geen tien jaren zijn verstreken.

3. Het is een formeel peilmoment.

In dit vonnis concentreert de Haagse Rechtbank zich op het peilmoment bij een tweede Wsnp-aanvraag. Als de verzoeker eerder in de schuldsanering heeft “gezeten” dan is in beginsel binnen tien jaar geen tweede schuldsanering mogelijk. Maar binnen tien jaar na welk ijkmoment geldt het toegangsbeletsel precies ?
Hier was geruime tijd verstreken tussen het einde van de materiële termijn van de schuldsaneringsverplichtingen (november 2003), het schone lei vonnis (maart 2005) en het formele einde van de vorige schuldsaneringsregeling ex artikel 356 lid 2 Fw, te weten het verbindend worden van de slotuitdelingslijst (maart 2007). In totaal dus een meer dan dubbele schuldsaneringstermijn, want na de materiële termijn moest nog drie en een half jaar (!) worden gewacht op het verlossende formele moment van artikel 356 lid 2 Fw. Wat was er gebeurd ? Was het dossier soms ergens achter de radiator gevallen ? Een bewindvoerder kan toch niet drie jaar doen over het opstellen van een eindverslag en een slotuitdelingslijst ? De verklaring is dat bij verschillende rechtbanken de verificatievergadering pas na het verstrijken van de “materiële” termijn wordt belegd, indien zich een bepaalde bijzondere indicatie voordoet. Uit een beperkt onderzoekje bij een rechtbank blijkt dat in ongeveer 7% van de dossiers de verificatievergadering plaatsvindt meer dan een jaar na ommekomst van de “materiële termijn” en in ongeveer 2% van de gevallen zelfs na meer dan twee jaar. Eerder de slotuitdelingslijst deponeren kan ook een rappe bewindvoerder dan helemaal niet.

4. Latere verificatie bij bijzondere indicatie

Voor een dergelijke verdaging van de verificatievergadering is (bij sommige rechtbanken) aanleiding bij een bijzondere indicatie in de zaak. Een dergelijke complicatie kan zich voordoen in verband met aangifte van belastingen, of bij afkoop van koopsommen, bij renvooiprocedures, of bij een afwikkeling van een erfenis, maar ook indien het “gewoon” om een hoger beroep gaat, al dan niet gevolgd door een cassatieberoep. Bij de gebruikelijke auditrondes voor bewindvoerderskantoren zijn dit meestal de dossiers die vanwege het tijdsverloop extra toelichting behoeven. Hoe vroeger het ijkpunt, des te eerder de (ex) saniet wederom een kans kan wagen om saniet te worden. Het systeem van de wet neemt echter heel duidelijk het laatste peilmoment tot uitgangspunt. Het ligt mede gezien het dwingende karakter van de tienjaarstermijn voor de hand dat de Rechtbank dat verbindend worden van de slotuitdelingslijst overneemt, hoezeer dat ook een tweede schuldsaneringsverzoek vertraagt. Ieder ander peilmoment zou “arbitrair” zijn volgens de Haagse Rechtbank. Het gaat erom dat de schuldenaar een eerdere kans gekregen heeft, en dat de verstrekking van die schone lei tien jaar geleden plaatsvond.

Last modified on donderdag 26 februari 2015 21:09

Leave a comment