Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 28 januari 2015 08:10

Staatssecretaris Klijnsma presenteert agenda 2015+ maatregelen schuldenbeleid

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

Na de feestdagen volgt in het nieuwe jaar onvermijdelijk een moment van terugkeer naar de realiteit. Welke realiteit staat ons dan te wachten in 2015 als het gaat om de aanpak van de schuldenproblematiek ? Uit recent onderzoek blijkt (‘Huishoudens in de rode cijfers 2012’ (Kamerstukken II, 2012/13, 24 515, nr. 254) dat iets meer dan één op de zes Nederlandse huishoudens een risico loopt op problematische schulden, problematische schulden heeft of in een schuldhulpverleningstraject zit. Dat is een zorgwekkende score. Daarom is er (ook bij het huidige voorzichtig economisch herstel) nog steeds genoeg reden, aldus Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken, om prioriteit te geven aan maatregelen ter bestrijding van de schuldenproblematiek. In haar brief aan de Tweede Kamer van 12 december 2014 geeft zij aan welke maatregelen in deze kabinetsperiode zijn gerealiseerd en wat de agenda is voor de nabije toekomst. Hieronder volgen puntsgewijs de highlights uit dat overzicht. Het nieuwe jaar belooft dus weer een spannend jaar te worden op tal van dossiers. “One size fits all” is geen optie volgens de Staatssecretaris: de kracht van ons stelsel zit hem in de verschillende methoden van aanpak, juist nu het gaat om een complex maatschappelijk probleem met velerlei oorzaken, dat niet via een standaardmethode aan te pakken is.

 

Wat allereerst opvalt is dat in de brief aan de Kamer een groep mensen wordt benoemd die zelden de aandacht krijgt. Natuurlijk gaat het bij de schuldenproblematiek om de belangen van enerzijds de schuldeisers die hun vorderingen willen innen, en anderzijds schuldenaren die in de knel zijn gekomen. Maar gelukkig – zo schrijft de bewindsvrouw - is er een grote groep mensen die hun financiële verplichtingen weet na te komen, ook al kost dat moeite en moeten die mensen zich daarvoor soms bepaalde dingen ontzeggen. Het feit dat die mensen de overgrote meerderheid vormen, maakt dat schuldeisers in Nederland er nog steeds op kunnen vertrouwen dat mensen in principe hun financiële verplichtingen voldoen, en dat is essentieel voor het handelsverkeer. De Staatssecretaris schetst hierbij ook de relativiteit van de tweedeling in schuldeisers en schuldenaren: Zeker als het gaat om kleine zelfstandigen of zzp’ers kan het niet betalen van rekeningen een serieuze tegenvaller betekenen waardoor ze uiteindelijk zelf in de problemen kunnen komen.

Wat ook opvalt is dat Klijnsma benadrukt dat de overheid zelf het goede voorbeeld moet geven in een zorgvuldige invordering, en haar (bijzondere) incassobevoegdheden zorgvuldig en transparant dient in te zetten. Dit thema van onverantwoorde en onzorgvuldige incasso zal de komende tijd op de Haagse agenda blijven staan. Het respecteren van de beslagvrije voet van mensen moet vanzelfsprekend zijn, zeker (of juist) als het de overheid betreft.

In een bijlage bij de brief staat een matrix met een overzicht en planning van concrete maatregelen om overkreditering tegen te gaan, preventie en vroegsignalering te bevorderen en de effectiviteit en kwaliteit van schuldhulpverlening te vergroten. Ook heeft het kabinet kennelijk extra middelen voor de aanpak van armoede- en schuldenproblematiek beschikbaar gesteld, oplopend tot 100 miljoen euro per jaar. Hiermee kunnen gemeenten en maatschappelijke organisaties de aanpak van armoede- en schuldenproblematiek versterken, met preventie en vroegsignalering als speerpunt.

De Staatssecretaris heeft onderzoek ingesteld naar de oorzaken van de groei en naar de doelgroep van het beschermingsbewind, welke volumegroei in 2015 naar alle waarschijnlijkheid zal doorzetten. Bij problematische schulden kan de rechter een wettelijk beschermingsbewind instellen. In 2014 zijn wettelijke maatregelen doorgevoerd (Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, Stb. 2013, 414) die de kwaliteit van de professionele beschermingsbewindvoerders moeten vergroten. Tegelijk worden mensen in een beschermingsbewind nu beter beschermd door de inrichting van een centraal curatele- en bewindregister (artikel 1:391 BW).

De Staatssecretaris van Sociale Zaken erkent de signalen over de complexe beslagvrije voet. Zij wil dan ook een fundamentele herziening van de regelgeving rond de beslagvrije voet. In de wet is nauwkeurig bepaald hoe de beslagvrije voet berekend moet worden en met welke (inkomens)gegevens rekening moet worden gehouden, om daarmee zo veel mogelijk recht te doen aan een individuele situatie. Dit gewenste maatwerk heeft tot zeer gedetailleerde regelgeving geleid, waarmee mensen in de praktijk moeizaam uit de voeten kunnen. Vereenvoudiging en een betere bescherming van de beslagvrije voet moeten hand in hand kunnen gaan. Dat vraagt om een eenvoudig en transparant systeem. Een eerste stap daartoe is gezet met het KBvG-preadvies ‘Naar een nieuwe beslagvrije voet’. Een interdepartementale projectgroep gaat in 2015 invulling geven aan de vereenvoudiging van de beslagvrije voet.

Recent heeft de Belastingdienst besloten van de lopende verrekening met het kindgebonden budget voor een specifieke, duidelijk te markeren groep van 40.000 alleenstaande ouders af te zien, omdat anders het inkomen van deze specifieke groep financieel kwetsbare mensen in 2015 onder het bestaansminimum terecht zou komen. Van deze groep is vooraf namelijk in te schatten dat zij door een verrekening onder de voor hen geldende beslagvrije voet zouden uitkomen en bovendien is deze groep uit de systemen te isoleren. Dit besluit van de Belastingdienst is dan ook geen tegemoetkoming in financiële zin, maar moet voorkomen dat een grote groep alleenstaande ouders via een relatief ingewikkelde route – voor zowel de burger als de Belastingdienst - zijn recht zou moeten halen.

De Belastingdienst wil de voorlichting en communicatie over de gevolgen van de terugvordering van teveel betaalde toeslagen voor de beslagvrije voet op korte termijn verbeteren. Daarom zoekt de Belastingdienst daarover het gesprek met de Landelijke Sociale Raadslieden en de Nationale ombudsman.

Het Centraal Beslagregister is vanaf 1 januari 2015 operationeel bij de KBvG. Doel van het beslagregister is om onnodige kosten van (gerechtelijke) procedures en incassoacties te voorkomen en de beslagvrije voet beter te handhaven. Dit is geen einddoel maar slechts een eerste stap op weg naar een breder beslagregister waarop ook overheidsorganisaties zijn aangesloten. Voordat deze vervolgstap gezet kan worden, is het belangrijk meer inzage te hebben in het functioneren van het systeem (‘werkt het, wat betekent de werkwijze voor de burgers en de werkwijze van de gerechtsdeurwaarders’). Daarom is aan de KBvG gevraagd om de werking en effecten van het systeem te monitoren en hierover eind 2015 te rapporteren. Want de ontwikkeling van een beslagregister vergt een aanpassing van de automatisering en werkprocessen van alle betrokken overheidsorganisaties. Daarnaast heeft verbreding van het beslagregister ook belangrijke privacyaspecten.

Een rijksincassovisie (zoals aangekondigd naar aanleiding van het adviesrapport “Paritas Passe”) moet meer samenhang brengen binnen het geheel aan incassobevoegdheden van overheidsschuldeisers waardoor het bestaansminimum van mensen beter wordt beschermd. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid denkt hierbij niet aan een abstracte visie, maar meer aan praktisch uitvoerbare ijkpunten voor de wijze waarop de rijksoverheid zijn incasso zowel qua uitvoering als wetgeving vormgeeft. Een samenvatting van de rijksincassovisie wordt nu voorgelegd bij verschillende partijen waaronder gemeenten, de Landelijke Cliëntenraad (LCR), de Nationale ombudsman, de Raad voor de Rechtsbijstand, De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR), de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK), de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen, de opstellers van het rapport ‘Paritas Passé’ en de betrokken departementen. Begin 2015 verwacht de bewindsvrouw een rijksincassovisie te kunnen presenteren.

De Staatssecretaris geeft in de bijlage tenslotte een overzicht van de voortgang op tal van andere belangrijke onderwerpen. Een greep uit deze matrix: de voorbereiding van de benodigde regelgeving om invoering van het breed wettelijk moratorium uit artikel 8 van de Wet gemeentelijke schuldhulp mogelijk te maken, het ontwerp-vrijstellingsbesluit schuldbemiddeling tegen betaling, de voortgang bij VISH - de verwijsindex schuldhulp door KBvG en NVVK, het initiatief van de Raad voor Rechtsbijstand om begin 2015 een digitale zelfhulptool bij schulden on line aan te bieden (de zgn. schuldenwijzer), en de inbedding van het instrument beschermingsbewind in het gemeentelijk beleid.

Last modified on vrijdag 30 januari 2015 14:03

Leave a comment