Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

maandag 15 december 2014 16:24

Wetsvoorstel tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet bij de Tweede Kamer ingediend

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de Advocaten wet en de Wet op het Notarisambt is nu ook de Gerechtsdeurwaarderswet toe aan een grote onderhoudsbeurt door de wetgever. Het wettelijk kader van deze drie juridische beroepsgroepen wordt daarmee weer bij de tijd gebracht. Gezocht is naar een verduidelijking van de regels over wie als gerechtsdeurwaarder mag optreden, en naar een sterker toezicht op de beroepsgroep, en naar een beter verankerde kwaliteit in de uitoefening van het ambt. Ook is het zaak de onafhankelijke positie van gerechtsdeurwaarders ten opzichte van klanten te bevorderen. Verder verdienen de opleiding en het niveau van vakbekwaamheid van gerechtsdeurwaarders blijvend aandacht. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) dat op 1 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend (TK 2014-2015, 34047, nrs. 1-3).

 

Het wetsvoorstel is een gevolg van de evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) die plaatsvond door een commissie onder leiding van de toenmalige president van de rechtbank Almelo, mr. A.R. van der Winkel. Dit adviesrapport mondde uit in een kabinetsstandpunt waarin vele aanbevelingen van de commissie werden overgenomen. Niet alleen via wetgeving trouwens, want een van de aanbevelingen luidde dat de KBvG zelf als publiekrechtelijke beroepsorganisatie ook meer werk zou moeten maken van haar verordenende bevoegdheid, welke aanbeveling tamelijk snel is opgepakt. Via verordeningen van de eigen beroepsgroep wordt zo het handelen van de gerechtsdeurwaarder nader genormeerd en krijgt een zorgvuldige incasso concreet gestalte. De commissie Van der Winkel vroeg met name aandacht voor de spanning tussen de concurrentie in de gerechtsdeurwaarderij en het openbare karakter van het wettelijk gereguleerde ambt. Dit kabinetsstandpunt vormde in feite de opmaat voor het nu aanhangig gemaakte wetsvoorstel (TK 2009-2010, 32123 VI, nr. 64).

Profijt en professie zorgen voor een constant afwegingskader in de dagelijkse praktijk en bij de visie op het beroep: De gerechtsdeurwaarder oefent zijn beroep uit op het snijvlak van ambt en ondernemerschap. Om de kwaliteit en integriteit van gerechtsdeurwaarders te kunnen verbeteren, is het allereerst van belang dat er in de praktijk geen misverstanden ontstaan over hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wil de ongewenste ontwikkeling van zogenaamde freelancers en de gebrekkige controle op hun functioneren een halt toeroepen.

Daarom worden duidelijkere voorwaarden vastgelegd voor de figuur van toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Deze is (nog) niet benoemd tot gerechtsdeurwaarder, maar verricht wel ambtshandelingen namens en onder verantwoordelijkheid van een gerechtsdeurwaarder. Straks mag nog maar aan maximaal twee gerechtsdeurwaarders iemand worden toegevoegd. Op die manier wordt de - onlangs door de tuchtrechter laakbaar geachte - praktijk van het op freelance basis werken door toegevoegd gerechtsdeurwaarders, onmogelijk gemaakt.

Verder komt er een openbaar register voor gerechtsdeurwaarders, zodat een ieder kan nagaan of de ambtshandelingen daadwerkelijk bevoegd zijn verricht. Dat register bevat ook de nevenbetrekkingen van gerechtsdeurwaarders. Zo krijgt het publiek inzicht in de verschillende belangen die een gerechtsdeurwaarder kan hebben. Dit speelt ook een rol bij de eis van onafhankelijkheid (ten opzichte van zijn opdrachtgever), die eveneens in de wet komt te staan.

Ook introduceert de Staatssecretaris integraal toezicht op de manier waarop gerechtsdeurwaarders de wet- en regelgeving naleven. Hij stelt voor de werkzaamheden van het Bureau Financieel Toezicht uit te breiden tot algemeen toezicht. Dit betekent niet alleen een controle op de financiёle handel en wandel van gerechtsdeurwaarders, maar ook dat de integriteit van de beroepsgroep wordt gecontroleerd. Bij een ernstig vermoeden van klachtwaardig handelen kunnen - naast de Minister van Veiligheid en Justitie - in de toekomst ook het bestuur van de KBvG en het Bureau Financieel Toezicht de tuchtrechter verzoeken de betrokken gerechtsdeurwaarder direct te schorsen.

Last modified on dinsdag 23 december 2014 22:19

Leave a comment