Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

maandag 15 december 2014 16:22

Intimiderende schuldenaar

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)



Rechtbank Midden-Nederland 17 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1084

Het huisbezoek is het vaste eerste onderdeel van een schuldsaneringsprocedure. Voor beide partijen – saniet en bewindvoerder – is het een eerste “confrontatie” die een langere periode van samenwerking markeert. Dit verloopt niet altijd even gladjes, zoals uit dit vonnis blijkt. Het intimiderende gedrag en de verbale agressie van de saniet leverde in deze zaak een tussentijdse beëindiging op van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3 sub c Fw. De schuldenaar zorgde voor een gevaarlijke situatie voor de bewindvoerder die niet getolereerd kan worden. Benoeming van een andere bewindvoerder is in deze omstandigheden niet aan de orde.

 

Wat waren de feiten ?

De rechtbank heeft bij vonnis d.d. 7 januari 2014 ten aanzien van de schuldenaar de schuldsanering uitgesproken. De schuldenaar heeft de bewindvoerder tijdens het eerste huisbezoek op 17 januari 2014 aan zijn woning, de toegang tot zijn slaapkamer ontzegd. De bewindvoerder heeft haar aanvangsverslag ex artikel 318 van de Faillissementswet op 23 januari 2014 uitgebracht. De bewindvoerder heeft op 31 januari 2014 in het gezelschap van een senior-handhavingsspecialist bij W&I van de gemeente Utrecht een tweede huisbezoek bij de schuldenaar afgelegd. In het verslag tweede huisbezoek van 31 januari 2014 vermeldt de gemeentelijke handhaver onder meer: "In de woonkamer heb ik de schuldenaar nogmaals verteld dat ik van de afdeling handhaving ben en dat wij kwamen voor een huisbezoek. Daarop begon de schuldenaar een tirade waarin hij duidelijk maakte dat hij aan niemand toestemming zou geven om zijn slaapkamer te betreden, omdat deze slaapkamer van hem en zijn vriendin was en daar zou hij niemand toelaten. Tijdens deze tirade zag ik dat hij steeds meer agressie uit ging stralen. Na die tirade gebood hij ons om zijn woning direct te verlaten. Daaraan hebben wij gevolg gegeven. Nadat wij de woning hadden verlaten gooide hij de voordeur dermate hard achter ons dicht dat de ruit naast de voordeur aan diggelen ging."

De bewindvoerder heeft verzocht de schuldsanering te beëindigen. Dit verzoek is door de R-C ondersteund. Bij de behandeling van het verzoek op 3 maart 2014 zijn de bewindvoerder, de schuldenaar en zijn advocaat verschenen. Vanwege de weigering van de schuldenaar om de bewindvoerder tot de slaapkamer in zijn woning toe te laten, kan de bewindvoerder niet beoordelen of tot de boedel behorende goederen van waarde in de woning aanwezig zijn. De bewindvoerder heeft door deze weigering evenmin inzicht gekregen in de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zo is de bewindvoerder niet duidelijk of de schuldenaar met zijn partner samenwoont. De schuldenaar heeft verzocht het verzoek af te wijzen, omdat de schuldsanering voor hem de enige mogelijkheid is om zijn schulden te saneren. Verder heeft de advocaat namens hem gesteld dat de schuldenaar bereid is zijn verplichtingen uit de schuldsanering na te komen. De advocaat heeft tevens verzocht een andere bewindvoerder te benoemen.

De beoordeling door de rechtbank.

De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. De bewindvoerder is op grond van de Faillissementswet belast met o.a. het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsanering voortvloeien. De schuldenaar dient zijn verplichtingen na te leven teneinde de bewindvoerder in staat te stellen genoemd toezicht goed uit te oefenen. De bewindvoerder staat wat betreft het vervullen van de taken die de wet haar opdraagt onder het toezicht van de rechter-commissaris.
De schuldenaar verschaft geen, althans geen door de bewindvoerder te controleren, informatie over zijn persoonlijke omstandigheden en inboedel, zodat voldoende vaststaat dat hij niet voldoet aan zijn verplichting tot het verschaffen van inlichtingen die voor een goed verloop van zijn schuldsanering van belang zijn. Aangezien de rechter tijdens de zitting van 6 januari 2014 en de bewindvoerder tijdens het eerste huisbezoek de schuldenaar hebben gewezen op zijn verplichtingen uit de schuldsanering, is de schuldenaar van zijn tekortschieten wat betreft het verschaffen van inlichtingen een verwijt te maken. Het verwijtbaar niet voldoen aan de informatieverplichting is op zich voldoende reden de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

Uit de verklaringen die de schuldenaar en zijn advocaat ter zitting hebben afgelegd, is niet af te leiden dat de schuldenaar bereid is de bewindvoerder toegang tot zijn slaapkamer te verlenen. De schuldenaar heeft ter zitting zijn standpunt herhaald dat de slaapkamer zijn privé-kamer is die de bewindvoerder niet mag betreden. Zodoende belemmert de schuldenaar zonder geldige reden de uitvoering van de schuldsanering. De schuldenaar heeft blijk gegeven zich onvoldoende bewust te zijn dat hij door zijn gedrag de uitvoering van de schuldsanering frustreert. Voor zover de schuldenaar bij zijn schuldsaneringsverzoek heeft willen aantonen dat hij in staat is zijn agressie op adequate wijze te reguleren, is hij daar, gelet op zijn verbaal intimiderende gedrag tijdens het tweede huisbezoek, niet in geslaagd. Bovendien heeft de schuldenaar met zijn herhaaldelijk agressief gedrag een voor de bewindvoerder en (later) haar collega een gevaarlijke omgeving geschapen, waarin zij haar werkzaamheden zou moeten uitvoeren. Dat kan van de bewindvoerder, of welke bewindvoerder dan ook, niet worden verlangd. De benoeming van een andere bewindvoerder is derhalve door het door de schuldenaar vertoonde gedrag uitgesloten.
Daarom zal de toepassing van de schuldsanering op grond artikel 350 lid 3 sub c Fw worden beëindigd. Aangezien niet is gebleken dat er voldoende baten zijn om naast het salaris van de bewindvoerder en het salaris van een eventueel te benoemen curator vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, blijft verificatie van de vorderingen, alsmede het opmaken van de uitdelingslijst, achterwege en eindigt de schuldsanering één maand na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. Aangezien de schuldsanering beëindigd zal worden en de bewindvoerder de schuldsanering alleen nog (administratief) moet afwikkelen, bestaat geen reden de bewindvoerder te ontslaan en haar door een ander te vervangen. Overigens is noch uit de stukken noch ter zitting gebleken dat de bewindvoerder haar taken niet naar behoren heeft vervuld.

Het huisbezoek is als een black box

Het huisbezoek is een vast onderdeel van iedere schuldsaneringsprocedure. In beginsel legt de bewindvoerder dit bezoek aan de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar af binnen twee weken na de toelating. De bewindvoerder doorloopt dan de woning, krijgt zo een eerste indruk van de saniet in zijn eigen woonomgeving - met eventuele familieleden - en verzamelt alvast de meest relevante papieren. Ook vult de bewindvoerder de door de Raad voor rechtsbijstand vastgestelde checklist in samen met de saniet. Mede aan de hand van de aldus verkregen informatie kan de bewindvoerder het eerste periodieke verslag opstellen (aanvangsverslag). De checklist wordt aan het einde van het huisbezoek door de schuldenaar ondertekend. Deze eerste “confrontatie” van bewindvoerder en saniet is belangrijk voor een goede start van het schuldsaneringsregime. Dus is het voor beide partijen vaak even spannend als de deurbel gaat. In zijn eigen huiselijke omgeving ontvangt de schuldenaar zijn formele toezichthouder waarover vaak veel onzekerheid bestaat: wat moet hij verwachten van deze figuur ? Omgekeerd is het voor de bewindvoerder, ook al is hij een “repeat-player”, telkens weer een verrassing welk menstype drie jaar lang door de rechter aan hem is toevertrouwd. Gaat het soepel lopen of juist stroef ? Moet er weer aan informatie worden “getrokken”, of is het iemand die duidelijk begrijpt dat de kern van de Wsnp is: voor wat hoort wat ? Wordt het een vertrouwensrelatie of juist een moeizaam contact dat gekenmerkt wordt door wederzijds wantrouwen ? De eerste indruk tijdens een huisbezoek is (zoals zo vaak) van groot belang. Uit dit vonnis blijkt maar weer eens dat een huisbezoek niet altijd gladjes hoeft te verlopen.

Scherven brengen niet altijd geluk

Tien dagen na de benoeming verschijnt de bewindvoerder bij de saniet thuis, waar haar de toegang tot de slaapkamer wordt ontzegd. Tijdens een tweede poging tot huisbezoek twee weken later wordt de saniet zo boos dat hij de bewindvoerder met zijn meegekomen collega de deur uit stuurt en de deur achter hen dichtsmijt, zo hard dat de ruit naast de voordeur in scherven uiteen spat. Aan de saniet is meegedeeld (toen de bewindvoerder met de gemeentelijke handhaver nog binnen waren) dat vanwege de weigering om de bewindvoerder tot de slaapkamer toe te laten, op deze manier niet beoordeeld kan worden of tot de boedel behorende goederen van waarde in de woning aanwezig zijn. Essentie van een huisbezoek is bijvoorbeeld ook (voor de juiste berekening van het vrij te laten bedrag) om uit de persoonlijke leefsituatie van de schuldenaar op te kunnen maken of de schuldenaar met zijn partner samenwoont. Beide huisbezoeken gaan gepaard met verbaal intimiderend gedrag van de saniet. Algauw blijkt dat de saniet met zijn verbale agressie en het wegsturen van de bewindvoerder en dichtsmijten van de voordeur (in meer dan een opzicht) zijn eigen glazen heeft ingegooid. Op de zitting waar het (door de rechter-commissaris ondersteunde) verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging wordt behandeld handhaaft de saniet ook nog eens zijn standpunt dat zijn slaapkamer verboden terrein is voor de bewindvoerder. Dan heeft het verzoek om een andere bewindvoerder te benoemen – wat daar ook van zij, want het zit hem niet in de persoon van de bewindvoerder maar in de persoon van de saniet – natuurlijk geen enkele zin. Natuurlijk bevindt de schuldenaar tijdens een schuldsaneringsprocedure zich in een moeilijke positie waar vaak de nodige emotie en frustratie bij hoort. Maar dat geldt voor veel meer mensen in andersoortige omstandigheden ook. Het is aan de schuldenaar zelf om emotie en agressie op adequate wijze te reguleren.

Per 1 januari 2008 een ruimer geformuleerde tussentijdse beëindigingsgrond

In de woorden van de wet is een tussentijds einde aan de orde omdat de schuldenaar (zie artikel 350 lid 3 sub c Fw) “door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmert dan wel frustreert”. Een bewindvoerder hoeft geen genoegen te nemen met verbaal intimiderend gedrag, of dat nu tijdens een huisbezoek is of – wat men ook vaak ziet – later in de correspondentie. De bewindvoerder wordt soms als een tegenstander beschouwd in plaats van als de persoon via wie een betere toekomst en een aanzienlijk vermogensbelang (de schone lei) kan worden behaald. De rechtbank verwoordt het heel duidelijk: “de schuldenaar (heeft) met zijn herhaaldelijk agressief gedrag een voor de bewindvoerder en (later) haar collega een gevaarlijke omgeving geschapen, waarin zij haar werkzaamheden zou moeten uitvoeren. Dat kan van de bewindvoerder, of welke bewindvoerder dan ook, niet worden verlangd. De benoeming van een andere bewindvoerder is derhalve door het door de schuldenaar vertoonde gedrag uitgesloten”. Dat in een dergelijk geval de toepassing van de schuldsanering op grond van artikel 350 lid 3 sub c Fw wordt beëindigd zagen we eerder in HR 10 januari 2003, LJNAF0219, NJ 2003, 195, TvS 2003, noot 173. Dit arrest betrof eveneens een bedreiging van de bewindvoerder en diens personeel. Deze zaak speelde nog onder het wettelijke regime van voor de wetswijziging van 1 januari 2008, toen de tussentijdse beëindigingsgrond van artikel 350 lid 3 sub c Fw slechts zag op het niet behoorlijk nakomen van de schuldsaneringsverplichtingen. Naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad is met de wetswijziging onderdeel c uitgebreid, zodanig dat het nu mede omvat een belemmeren of frustreren van de uitvoering van de schuldsanering door de saniet.

Last modified on dinsdag 23 december 2014 22:14

Leave a comment