Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 26 september 2014 19:29

Loyaliteit

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

...en haar relatie met de kwaliteit van een beroepsgroep.

 

De functie van bewindvoerder Wsnp bestaat in formele zin sinds 1 december 1998. Sinds die datum zijn diverse pogingen gedaan om de personen die worden benoemd als bewindvoerder te organiseren in een professioneel verband van een beroepsgroep. Het succes van deze pogingen is in de praktijk beperkt gebleven. De enige op dit moment bestaande beroepsvereniging (BBWsnp) telt volgens de lijst op de eigen website 170 leden verdeeld over 84 organisaties. Dat is slechts een gering aantal van het op 31 december 2012 bestaande aantal van 653 actieve bewindvoerders.1 Het geringe succes van de pogingen mag geen verbazing wekken, de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het ontstaan van een juridische beroepsgroep zijn structureel afwezig geweest.

 

Inleiding
Deze bijdrage beschrijft in een korte vogelvlucht de belangrijkste randvoorwaarden voor totstandbrenging van een juridische beroepsgroep zoals die in de literatuur zijn beschreven en analyseert hoe deze randvoorwaarden zijn geborgd geweest bij de pogingen een beroepsgroep bewindvoerder Wsnp tot stand te brengen. Bij deze beschrijving kan niet achterwege blijven de constatering dat belangrijke parallellen zijn te trekken met een andere belangrijke beroepsgroep waar de bewindvoerders Wsnp mee te maken hebben: de rechters.
Naast beschrijving van de randvoorwaarden voor het ontstaan van een beroepsgroep beschrijft deze bijdrage eveneens hoe de beroepsgroep zich verhoudt tot het veld waarin het functioneert en dan in het bijzonder de loyaliteit van de beroepsgroep tot dat veld. Loyaliteit is immers van belang voor de bestendige ontwikkeling van de beroepsgroep binnen het veld.

Randvoorwaarden voor het beroep/de professie
Beroepen ontstaan niet zo maar. De beroepensociologie geeft antwoorden op de vraag hoe een beroep ontstaat, waarom het professionaliseert en waarom het op enig moment zich ontwikkeld tot een professie. De term 'professie' geldt daarbij als onderscheidende typering binnen een beroepsgroep. De mate van onafhankelijkheid, zeggenschap, discretionaire ruimte, identiteit en specialistische kennis zijn (mede) bepalende factoren in de mate van professionalisering.2
Het is duidelijk dat ook bij het 'ontstaan' van het beroep bewindvoerder Wsnp al deze factoren op dezelfde wijze een rol spelen. Het is overigens niet uit te sluiten dat dit ook geldt voor de beschermingsbewindvoerder,

Rechtspraak als voorbeeld
Recentelijk is een literatuuranalyse over loyaliteit binnen de rechterlijke macht verschenen3, o.a. naar aanleiding van het Leeuwarder Manifest van Rechters.4 De studie onderzocht hoe rechters enerzijds loyaal kunnen zijn aan hun werk en tegelijkertijd toch kritiek leveren op de organisatie van dat werk. Het onderzoek grijpt voor de theoretische onderbouwing terug op het onderzoek van Hirschman 'Exit, Voice, and Loyalty'.5 Het onderzoek van Hirschmann leert dat bij onvrede over het functioneren van een organisatie of instituut de deelnemers aan dat instituut in principe twee keuzes hebben: 'Voice' (uiten van de onvrede) of 'Exit' (Vertrek). Welke van de twee keuzes mensen dan maken hangt af van diverse omstandigheden. Het hangt bijvoorbeeld onder ander af van de manier waarop het instituut is georganiseerd. Als het instituut een publiek goed is waaraan je je niet kunt onttrekken dan zal eerder 'Voice' optreden, als daarentegen het leveren van kritiek weinig geapprecieerd wordt binnen een instituut dan zal 'Exit' eerder voor de hand liggen.


Het instituut rechtspraak leent zich voor een analyse binnen de theorie van Hirschman.  Rechtspraak is de laatste jaren onderhevig geweest aan velerlei veranderingen. Dit zijn geen oppervlakkige veranderingen geweest, maar veranderingen die raakten aan het rechter zijn. Dit heeft voor veel rechters herbezinningsmomenten gegeven van hun beroep. Een bekend voorbeeld van een verandering waar dat goed is onderzocht is de vreemdelingenrechtspraak waar veel rechters grote moeite mee hadden. Daarvan bleek uiteindelijk dat de meeste rechters zich na verloop van tijd voegden naar de strenge appelrechtspraak in het vreemdelingenrecht. Dit is slechts één voorbeeld, maar niettemin blijkt dat de vele veranderingen in de rechtspraak ertoe hebben geleid dat één op de vier rechters de afgelopen vijf jaar heeft overwogen te stoppen.6 Het overgrote deel van de rechters is, zo wordt verondersteld, blijven zitten. Dat heeft te maken met hun loyaliteit aan het 'beroep' rechter en de manier waarop hun juridische professie is vormgegeven.

De bewindvoerder Wsnp volgt het voorbeeld niet
Anders dan bij de rechtspraak heeft bij de beroepsgroep bewindvoerders Wsnp wél een flinke exodus plaats gevonden. Er was daarbij kennelijk sprake van een vele geringere loyaliteit naar de organisatie Wsnp. Sinds 2005 is het aantal bewindvoerders Wsnp met meer dan 50%(!) gedaald.7 Eén van de verklaringen, naast natuurlijk veel andere, van dit verschil met de beroepsgroep van rechters zou kunnen zijn dat binnen de juridische beroepsgroep van rechters wel voldoende middelen waren om 'Voice' te geven aan hun zorg, terwijl bij de (juridische) beroepsgroep bewindvoerder Wsnp deze mogelijkheid mogelijk onvoldoende of zelfs niet aanwezig was. De professionele bewindvoerder Wsnp is daardoor overgegaan tot 'Exit'. De omvang van de exit vraagt om een verklaring.

De toezichtspiramide van de Wsnp
De gerefereerde literatuuranalyse benoemt de beroepsgroep van bewindvoerders (Wsnp) niet expliciet. Toch gelden, bij nadere bestudering, de randvoorwaarden niet alleen voor de juridische professie maar ook voor de beroepsgroep (op weg naar professie?) van bewindvoerders Wsnp. De beroepsgroep bewindvoerders Wsnp bevindt zich daarbij wel in een bijzondere constellatie, zij hebben met diverse toezichthouders te maken. Als eerste toezichthouder functioneert de rechter-commissaris in de individuele saneringen waarin de bewindvoerder benoemd is, anderzijds geldt het (overkoepelend) toezicht (middels kantoorgesprekken, richtlijnen en overleg) van het insolventie-team van de afdeling in het arrondissement waar de schuldsaneringen worden uitgesproken. Als derde 'toezichthouder' bestaat dan bovendien nog RECOFA. Zij houdt geen aktief toezicht maar bepaalt wel in zeer sterke mate, middels haar richtlijnen catalogus, de regels en de uitvoering van de Wsnp. Tot slot heeft de bewindvoerder Wsnp te maken met het bureau Wsnp van de Raad voor Rechtsbijstand. De Raad voor Rechtsbijstand, door middel van het bureau Wsnp, bestuurt actief belangrijke delen van de uitvoering o.a. via de door haar opgestelde beleidsregels. Zij bepaalt wie (middels het register), wanneer (namelijk na auditering en opleiding), op welke wijze (via de subsidies en salaris bewindvoerder) en in welke mate (minimaal 10 saneringen per jaar) tegen welke vergoeding (middels het moment van uitbetaling van de als juist geprecipiteerde subsidies) het beroep kan uitoefenen.

Stapeling
Deze stapeling van zeggenschappen geeft complicaties, zo mag na 15 jaar bestaan van het beroep bewindvoerder Wsnp inmiddels wel geconstateerd worden. De complicaties ontstaan enerzijds door overlappingen van bevoegdheden tussen het kwartet aan toezichthouders. Anderzijds ontstaan de complicaties door de de facto toe-eigening door de ene toezichthouder van bevoegdheden die al reeds door andere toezichthouders of de wetgever waren toebedeeld. Dit leidt tot ronduit tegenstrijdige eisen aan het functioneren van de bewindvoerder (zie bijvoorbeeld paragraaf 3.8 lid b van de “Recofa richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen” als eis aan de bewindvoerder en art. 295 lid 3 Fw die diezelfde verantwoordelijkheid bij de rechter-commissaris legt). Anderzijds zijn er ook hiaten gevallen op plekken waar evident toezicht vereist is (voldoening van het salaris bewindvoerder bijvoorbeeld, waar op dit moment, na 15 jaar Wsnp de gezamenlijke toezichthouders niet verder gekomen zijn dan dat de bewindvoerder in ieder geval na afloop van de driejaarsperiode Wsnp zijn salaris krijgt; het bouwen van zeeschepen geschiedt volgens een kortere onder-handen-werk termijn! De schuldenaar heeft daarmee nogal altijd een feitelijke voorrangspositie ten opzichte van de te maken kosten in de schuldsanering. Dit terwijl de Hoge Raad daar bij geval toch anders over lijkt te denken8). De gedachte dat de 'ondergesneeuwde' bewindvoerder over deze problematiek moet kunnen reclameren bij in ieder geval één van de toezichthouders is utopisch gebleken. Het karakter van de toezichthouders verdraagt zich maar heel moeizaam met kritische bespreking van uitvoering, beslissingen of praktische problemen (de spreekwoordelijke uitzonderingen daargelaten). Daarin kan meespelen dat de bewindvoerder opportuun zijn momenten van kritiek moet kiezen, Natuurlijk zal niemand publiekelijk zeggen dat de kritische bewindvoerder moet vrezen in geval van al te kritische houding ten opzichte van de toezichtspiramide onder op de stapel te komen bij allerlei van belang zijnde zaken als benoemingen, subsidie-verzoeken of salarisvaststellingen. Toch is het wel duidelijk dat een voorzichtig opererende bewindvoerder zich beter van zijn afhankelijke positie bewust is dan de kritische bewindvoerder die te pas en onpas de problemen aanroert. Het verschil in communiceren zal dan ook navenant zijn.

Elegie
Het beroep van bewindvoerder Wsnp heeft 15 jaar lang gepoogd zich tot een professionele beroepsgroep te ontwikkelen. De zo noodzakelijke loyaliteit van de bewindvoerder met zijn beroep is door diverse omstandigheden flink op de proef gesteld en heeft niet tot 'Voice' geleid, maar tot substantiële 'Exit'. Het optimisme waarmee veel bewindvoerders Wsnp hebben gepoogd hun beroep gestalte te geven is gesmoord in een toezichts-overload die de zo noodzakelijke onafhankelijkheid en zeggenschap over inhoud en uitvoering van het beroep structureel in de weg zat. Gevreesd moet worden dat de trend die vanaf 2005 te zien is, namelijk een almaar dalend aantal bewindvoerders Wsnp, niet zomaar zal stoppen en op z'n best zal afvlakken. Voor de bewindvoerder Wsnp hebben zich gelukkig andere deuren geopend om invulling te geven aan zijn vak, zoals bijvoorbeeld schuldenbewind in het kader van boek 1 BW. Voor het beroep Wsnp moet gevreesd worden dat in plaats van professionalisering dit eerder afglijdt naar …., wie zal het zeggen? Misschien tijd voor een frisse wind en een andere kijk op het beroep?

1. S.L. Peters, L. Combrink-Kuiters en M. Vlemmings, “Monitor Wsnp. Negende meting over het jaar 2012”. Nijmegen, Wolf Legal Publishers 2013, p. 26.

2. M.J. Schol & H.B. Winter, “Toezichthouder: beroep, professie, of specialisatie? Studie naar de identiteit en professionalisering van de beroepsgroep “, Groningen 2012

3. N. Holvast & N. Doornbos, 'Loyaliteit binnen de rechterlijke macht', Recht der Werkelijkheid, 2014 (35), augustus, pp. 23-41.

4. http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Documents/Manifest.pdf

5. Hirschmann, A.O., Exit Voice, and Loyalty: Responses to decline in Firms, Organizations, and States, Cambridge, MA: Harvard University Press 1970.

6. http://www.nrc.nl/nieuws/2013/12/10/kwart-van-alle-rechters-heeft-overwogen-om-te-stoppen/

7. S.L. Peters, L. Combrink-Kuiters en M. Vlemmings, “Monitor Wsnp. Negende meting over het jaar 2012”. Nijmegen, Wolf Legal Publishers 2013, p. 26. (zie ook noot 1)

8. HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:48, r.o. 3.1

Last modified on maandag 29 september 2014 06:46

Leave a comment