Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 26 september 2014 12:07

De tiende monitor Wsnp : Schuldsanering in 2013

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

 

Het jaar 2013 is een jaar geweest dat zeer veel insolventieprocedures heeft opgeleverd. Dat jaar werden maar liefst 12 306 faillissementen uitgesproken, en dat is 10 procent meer dan in 2012. Dit is het hoogste aantal sinds de start van de waarneming door het CBS in 1951. Wel was de toename van het aantal faillissementen in de tweede helft van het jaar kleiner dan in de eerste helft. Het aantal bedrijven (exclusief de eenmanszaken) dat in 2013 failliet ging, steeg met 12 procent tot 8275. Bij de particulieren vlakte de stijging van het aantal insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) enigszins af. Wel heeft de economische crisis veel mensen in hun portemonnee getroffen, waardoor steeds meer mensen een risico lopen op een problematische schuldensituatie. Dit blijkt onder andere uit onderzoek van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat gepresenteerd is aan de Tweede Kamer (zie kamerstuk 24 515, nr. 254 ; Huishoudens in de rode cijfers, 2012).

 

En dan de Wsnp: Het aantal door de rechters uitgesproken schuldsaneringen in 2013 bedroeg in totaal 12 356. Begin augustus 2014 is wederom een monitoronderzoek openbaar gemaakt dat in opdracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is uitgevoerd door de Raad voor rechtsbijstand en het Centraal Bureau voor de Statistiek. De Staatssecretaris heeft hierover een begeleidende brief aan de Tweede en Eerste Kamer gestuurd (zie de brief van 4 augustus 2014, TK 2013-2014, 33750-VI, nr. 135). Deze jaarlijkse monitor Wsnp biedt voor de tiende maal een cijfermatig en trendmatig beeld van de uitvoeringspraktijk, zoals het aantal aanvragen, de instroom, de uitkomst van Wsnp-trajecten, doorlooptijden en de toepassing van het dwangakkoord, het moratorium en de voorlopige voorziening. Naast deze reguliere onderwerpen is bijzondere aandacht besteed aan de looptijd van beëindigde schuldsaneringen en aan de toepassing van de vereenvoudigde schuldsaneringsprocedure. Daarnaast is een gekeken naar de mogelijke oorzaken van de dalende instroom in de Wsnp.

Samengevat blijkt uit de tiende Monitor Wsnp dat de doelstellingen van de wet nog steeds worden behaald, waaronder het bereiken van een duurzame schone lei. De slagingskans van het minnelijk schuldhulpverleningstraject wordt door de toepassing van het dwangakkoord, het moratorium en de voorlopige voorziening (artikelen 287a, 287b en 287 lid 4 Fw) aanzienlijk bevorderd. De betrokkenheid hierbij van de Wsnp-bewindvoerders via een toevoeging op grond van de Wet op de Rechtsbijstand ondersteunt sinds het begin van de proef in 2013 deze drie bijzondere rechtsmiddelen. Goed nieuws is verder dat binnen de beroepsgroep voldoende draagvlak bestaat voor een hoge kwaliteitsstandaard. De Staatssecretaris wijst in dat verband op een tweetal beroepscodes die in 2013 in werking zijn getreden en die aantonen dat de Wsnp-bewindvoering zich steeds verder verbetert. In maart 2013 zijn immers de Klachtenregeling bewindvoering Wsnp (Staatscourant 2013, 6761) en de daarmee samenhangende Gedragscode bewindvoering Wsnp (Staatscourant 2013, 6754) in werking getreden. Beide beleidsregels zijn door de raad voor rechtsbijstand in samenspraak met de beroepsgroep van bewindvoerders ontwikkeld. Met de Klachtenregeling en de Gedragscode is volgens de bewindsman een impuls gegeven aan verdere kwaliteitsbevordering en normering van de beroepsethiek.

Opvallend is wel de dalende instroom in de Wsnp, terwijl de instroom in de minnelijke schuldhulpverlening (en ook de schuldenproblematiek überhaupt) is gestegen. Een eenduidige oorzaak kan volgens de Raad voor rechtsbijstand niet worden aangewezen, maar de verbinding tussen het minnelijke en het wettelijke traject blijft zeker een aandachtspunt op de agenda. Ook blijkt dat de onderlinge verhouding tussen de minnelijke schuldhulp, het recent gewijzigde beschermingsbewind (per 1 januari 2014) en de wettelijke schuldsanering nog niet is uitgekristalliseerd. Het feit dat er verschillende wegen zijn om de schuldenproblematiek te proberen te beheersen en bestrijden, is in de ogen van de Staatssecretaris juist een sterk punt van ons Nederlandse stelsel. De schuldenproblematiek is nu eenmaal een complex fenomeen dat niet bestreden kan worden met “one size fits all”. Randvoorwaarde hierbij is wel dat die verschillende methodes duidelijk beschreven en kwalitatief geborgd zijn, en dat ook voor burgers en betrokken organisaties kenbaar is in welke gevallen welke weg het meest geëigend is. De verschillende branche- en belangenorganisaties hebben hier volgens de Staatssecretaris een taak in te vervullen, want een heldere communicatie over elkaars werkwijze hoort bij de maatschappelijke taak die men in de schuldenketen vervult: alleen gezamenlijk kan een problematiek van deze omvang worden aangepakt. En bovendien mag van professionele beroepsgroepen ook worden verwacht, zo schrijft de Staatssecretaris, dat men zelf actief de samenwerking zoekt met andere partijen in die keten.

Last modified on maandag 29 september 2014 06:13
More in this category: Loyaliteit »

Leave a comment