Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

maandag 18 augustus 2014 14:05

Duitse schuldsaneringswet gewijzigd

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)


In 2013 hebben volgens de Duitse Minister van Justitie Dr. Heiko Maas circa 90.000 Duitsers een beroep gedaan op de Duitse schuldsaneringsprocedure. Dat lijkt natuurlijk heel veel, maar gedeeld door een bevolking van circa 81 miljoen Duitsers levert dat per 100.000 inwoners een gemiddeld aantal van 111 schuldsaneringsverzoeken op. Ter vergelijking: In Nederland kwamen er in datzelfde jaar 2013 per 100.000 inwoners gemiddeld 132 aanvragen bij de rechtbanken binnen. Landelijke gemiddelde cijfers kennen grote regionale verschillen, ook in Duitsland, want in stedelijke regio’s is de “schuldsaneringsquote” veel hoger – zo kwamen de meeste verzoeken per 100.000 inwoners binnen in Amsterdam, namelijk 197, en het laagste gemiddelde (71) lag in de regio Oost-Brabant. Een crediteur lijkt dus bij een provinciale debiteur minder insolventierisico te lopen dan bij een debiteur met “stadse fratsen”.


Van Oost-Brabant is het slechts een kleine sprong naar onze oosterburen. Opmerkelijk is dat daar de schuldsaneringswet zeer recent (per 1 juli 2014) grondig is gewijzigd. Tot 1 juli 2014 duurde de Duitse schuldsaneringsprocedure (“Restschuldbefreiungsverfahren”) zes jaar, alvorens men de schone lei krijgen kon. Met de recente wetswijziging is die termijn gehalveerd tot drie jaar. Is het dan net zo geworden als bij ons in Nederland (artikel 349a Fw) ?. De Duitse cartoonist avant la lettre Wilhelm Busch zou zeggen: “”Aber hier, wie überhaupt – kommt es anders als man glaubt.” Want de driejaarstermijn is niet zoals bij ons de hoofdregel, maar juist aan strikte wettelijke voorwaarden verbonden: de schuldenaar kan deze kortere termijn c.q. de snellere schone lei letterlijk en figuurlijk verdienen, indien hij binnen die drie jaar minstens 35% van de vorderingen aflossen kan en tevens de proceskosten kan betalen. Indien de schuldenaar dat niet haalt maar wel de kosten van de procedure betalen kan, kan de schuldsaneringstermijn enigszins, namelijk tot vijf jaar worden bekort. Als ook dat niet mogelijk is, blijft het bij de tot dusverre gebruikelijke zes jaar.
Met deze voorwaardelijke regeling beoogt de Duitse wetgever een prikkel voor de schuldenaar in te bouwen dat op de schuldenlast toch, ondanks de termijnreductie, zoveel mogelijk wordt afgelost. Op deze manier wordt ook het maatschappelijk draagvlak voor de termijnreductie opgebouwd: een eerdere schone lei mag niet ten koste gaan van de belangen van schuldeisers. En deze “Stärkung der Gläubigerrechte” verloopt niet alleen via de prikkel tot aflossing voor wie de korte termijn van drie jaar beoogt. Want er bestaat sinds 1 juli 2014 ook een nieuwe wettelijke bevoegdheid voor de schuldeisers om op ieder moment in de procedure de “Restschuldbefreiung” schriftelijk aan te vechten. Dit kan een extra druk leggen op de rechterlijke macht die al deze verzoeken moet gaan behandelen, daar waar een van de redenen om tot een (voorwaardelijke) termijnbekorting te komen nu juist ook was om de werklast voor de Duitse rechters van al die 90.000 jaarlijkse nieuwe schuldsaneringsprocedures met een zesjarige looptijd behapbaar te houden. De nabije toekomst zal moeten uitwijzen of onder de nieuwe Duitse wet a. de crediteuren massaal hun aanspraken gaan laten gelden en b. of het debiteuren massaal zal gaan lukken om in drie jaar die 35% af te lossen plus de kosten van de procedure.

Last modified on zondag 12 oktober 2014 10:53

Leave a comment