Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 20 juni 2014 11:24

De schuldenaar als slachtoffer

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

De spanning tussen schuldenaar en schuldsaneerder

In het strafrecht heeft de afgelopen paar jaar een kentering plaatsgevonden in de manier waarop het recht tegen het slachtoffer aankijkt.1 Het slachtoffer is meer en meer zijn juridische positie gaan opeisen. In de literatuur is het slachtoffer dat zijn juridische positie opeist wel geplaatst in het licht van de moderniteit.2 In die gedachte ontwikkelt het moderne individu zich aanvankelijk van een, door de rede tot verheffing komende, persoon die zijn slachtofferschap ontstijgt en met verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven zijn gelijke rechten en positie opeist tot een hedendaags individu dat nog slechts pijnvermijdend en gelukzoekend zijn weg vindt in het leven. De eerste individu schept het beeld van de redelijke mens van de moderne tijd, de tweede individu schept het beeld van de volgens het nuttigheidsbeginsel opererende persoon gericht op maximaal nut. Dit individu zoekt ruimte voor zijn slachtofferschap en vindt ook juridische erkenning van zijn leed. Sterker, de huidige maatschappij voorziet hem in de compensatie die bij zijn leed hoort.

 

Het debat over de positie van het slachtoffer vindt momenteel uitgebreid plaats binnen het strafrecht en de politiek.3 Gaandeweg is er daarnaast ook een trend waarneembaar van de slachtofferbewustheid in andere domeinen van het recht. Interessant is natuurlijk de vraag of dit debat en deze kentering ook plaats vindt binnen de schuldhulpverlening. Er zijn aanwijzingen dat dit inderdaad plaatsvindt.

In het beschermingsbewind, bedoeld voor de kwetsbare personen, heeft recentelijk een uitbreiding plaatsgevonden van de toelatingscriteria. Naast de gangbare criteria van de lichamelijke en geestelijke toestand is nu ook verkwisting en het hebben van problematische schulden een grondslag voor het instellen van een beschermingsbewind. Ook door het hebben van schulden kwalificeert het individu zich nu als kwetsbare persoon. Het is nu nog slechts een geringe stap van de schuldenaar als kwetsbare persoon naar de schuldenaar als slachtoffer. In dat licht past ook de uitgebreide discussie die er thans is over de bescherming van de beslagvrije voet. In dat debat is de schuldenaar niet slechts een 'getroffene van het beslag'. Hij is ook de 'getroffene' als persoon met een kwetsbaar inkomen. De term 'kwetsbaar inkomen' komt daarbij van de Nationale Ombudsman.4

De vraag is of de duiding van de schuldenaar als slachtoffer altijd terecht is. Is het zo dat financiële problemen ons overkomen buiten onze wil en beïnvloeding om en zijn wij daarmee slachtoffer van de omstandigheden? Het antwoord daarop moet zijn:”Ja, vaak wel”. Iemand die overvallen wordt door het onweer is ook een slachtoffer, iemand die wordt overvallen door ontslag is ook slachtoffer. Dat de schuldenaar door zijn ontslag zijn rekeningen niet kan betalen in onze kredietmaatschappij waar lenen een onvermijdelijk gegeven kan zijn, illustreert dat in sommige gevallen 'lenen' een bestaande onafwendbaarheid is. Als voorbeeld van de onvermijdelijkheid is het op handen zijnde sociaal leenstelsel dat de overheid voornemens is in te voeren: 'geen lening, geen opleiding'.

Maar, in tegenstelling tot het natuurslachtoffer dat getroffen door bliksem zijn eigen (biologische) schade draagt, is dit voor de financiële slachtoffers niet aan de hand. Hoewel schuldenproblematiek op dit moment geen (nog geen) afgedekt risico is door de maatschappij hoeft niet iedere schuldenaar zijn eigen schade te dragen. Zij kunnen hun schade, binnen de huidige wetgeving, saneren bijvoorbeeld door de schuldsanering en het 'schone lei'-principe.

En verder dan dat strekt het slachtofferschap op dit moment niet en zal het waarschijnlijk ook niet strekken. En waarom niet? Omdat bij een slachtoffer een dader hoort. En wie zou die dader moeten zijn? De crediteur die het hem rechtens toekomende beslag legt op het kwetsbare inkomen? De beschermingsbewindvoerder die het rechtens uitgevoerde beslag niet heeft voorkomen? De budgetbeheerder wellicht die de ene rekening wel heeft betaald, maar, van het schaarse geld, de andere rekening niet? De Wsnp-bewindvoerder die onvoldoende inspanningen heeft geleverd om de schuldenaar naar de schone lei te leiden? De overheid wellicht die de door de wetgever vastgestelde regels uitvoert? De crediteur die de financiering heeft afgesloten en de schuldenaar heeft verleid? Geen van allen. De dader is het (krediet)-systeem en de wereld waarin de schuldenaar leeft.

En toch ligt de verleiding, met name voor de schuldenaar, op de loer om het financieel noodlot te verpersoonlijken naar de systeembeheerders en de vertegenwoordigers daarvan. De beschermingsbewindvoerder, de wsnp-bewindvoerder, de budgetbeheerder of de schuldbemiddelaar, zij allen zijn op enig moment wel verweten debet te zijn aan de oplopende schulden of zelfs aan de nieuwe schulden. (Dat dit laatste in juridische zin een (bijna volstrekte) onmogelijkheid is omdat zonder toestemming van de schuldenaar, of toezichthoudend (kanton-)rechter, deze dienstverleners geen verplichtingen voor de schuldenaar kúnnen aangaan, is een gemakshalve gepasseerd argument.)

Het verweer van de dader is dan niet altijd makkelijk. In de postmoderne tijd namelijk heeft zich met het slachtofferschap een taboe ontwikkeld op het, al dan niet kritisch, bevragen van de schuldenaar op dit onderwerp. Immers, 'een slachtoffer liegt niet'. Het gaat de 'dader' niet aan het persoonlijk leed van het slachtoffer te diskwalificeren met zijn bevragingen. Het slachtofferschap bestendigt daardoor meer en meer. Kortom, de schuldenaar als slachtoffer bestaat! Maar het is belangrijk te beseffen dat, bij afwezigheid van een reële dader, het niet automatisch de 'ander' is die daarvoor dan maar in de plaats moet treden, hoe verleidelijk dat soms ook is. Daar zal de eigen verantwoordelijkheid, die iedereen in zekere mate heeft, de nuance moeten gaan aanbrengen.

Wat is het praktisch nut van bovenstaande overwegingen? Ook de rechter zal, op het moment dat toelating tot de Wsnp gevraagd wordt of op het moment een verzoek aan de rechtbank tot een gedwongen medewerking van een schuldeiser vereist is, dezelfde vragen stellen aan de schuldenaar. En die rechter zal er van overtuigd moeten zijn dat de schuldenaar het uiterste heeft gedaan zich in te spannen voor de belangen van de crediteur en of de schuldeiser in redelijkheid tot afwijzing heeft kunnen komen van het aanbod. De kans dat hij daarbij een eventueel slachtofferschap meeweegt is op dat moment (vrijwel) nihil.

Last modified on donderdag 26 juni 2014 09:18

Leave a comment