Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zaterdag 22 maart 2014 15:48

Geen grens aan schuldenlast voor ondernemer in de schuldsanering

Geschreven door  G. Lankhorst
Rate this item
(0 stemmen)

(Hof Arnhem_Leeuwarden, 12 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9492)

Survival of the fittest: dat is wat we vooral in tijden van economische recessie zien. Als de economie booming is kan iedereen ondernemen. Maar als het flink tegenzit dan moet men sterk en-of slim zijn. Geleidelijk aan kruipt Nederland weer uit de economische recessie, de ene sector wat sneller dan de andere. De ondernemingen die het slechte weer hebben overleefd hebben bewezen dat ze ook bij tegenspoed vitaal zijn. Maar in de voorbije periode heeft ook een groot aantal ondernemers het bedrijf noodgedwongen moeten staken, waarbij een belangrijke oorzaak was de tegenvallende inkomsten. De schuldenlast kan bij een gebrek aan vertrouwen in de toekomst snel oplopen. Niet alle schuldeisers hebben een even groot belang bij continuiteit van de onderneming. Dat heeft zijn weerslag op de inschikkelijkheid bij onderhandelingen over de aflossing van de schulden en de bereidheid om opnieuw te investeren.

 

Indien alle methoden tevergeefs zijn, kan ook een ondernemer - mits de onderneming geen rechtspersoon is - een aanvraag doen bij de Rechtbank voor een wettelijke schuldsanering. Over de afgelopen tien jaren is gebleken dat 18% van de mensen die een beroep moeten doen op de wettelijke schuldsanering een recent verleden hebben als ondernemer. Dat ging in het jaar 2013 om maar liefst 2000 gevallen.

Een recent geval deed zich voor bij het Gerechtshof Arnhem. De schuldenlast bedroeg ruim 2 miljoen euro, en de vraag deed zich voor of ook met een dergelijke omvangrijke schuldenlast de schuldsanering kon worden aangevraagd door een (ex) ondernemer. Uit de 9e Monitor Wsnp blijkt (over het jaar 2012, zie blz. 19) dat de mediane schuldenlast voor een (ex)ondernemer in de Wsnp circa 80.000 euro bedraagt, dus deze verzoeker viel wel enigszins buiten de normale bandbreedte. Kan dat wel met zo’n hoge schuldenberg ?

Deze vraag werd positief beantwoord, omdat de wetgever welbewust geen (boven)grens heeft willen stellen aan de omvang van de schuldenlast. Niet bij de particulier en ook niet bij de ondernemer. Bepalend is of redelijkerwijs is te voorzien dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of zelfs een stadium verder is en reeds verkeert in de toestand van opgehouden hebben te betalen (art. 284 lid 1 Fw). Met andere woorden: staat de schuldenaar aan de rand van de afgrond of is hij er reeds in gevallen ? Hooguit geldt er een onbepaalde ondergrens van een schuldenheuvel die men ook bij een gering inkomen nog wel geacht kan worden af te lossen.

Een andere (voor de hand liggende) vraag was of de schulden wel te goeder trouw waren ontstaan, want dat is de belangrijkste toelatingsvoorwaarde voor een schuldsaneringsprocedure. De ex-ondernemer had (zoals eenieder die de schuldsanering in wil) veel tegenslag ondervonden. Bij het begin van de recessie, in oktober 2008, was zijn dienstverband bij zijn werkgever geëindigd wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Hij was een jaar eerder daar in dienst getreden nadat hij zijn onderneming aan zijn werkgever had verkocht tegen een koopsom van 1,6 miljoen, welk bedrag pas twee jaar later betaald hoefde te worden. Dit bedrag werd nooit ontvangen en bovendien werd hij een periode arbeidsongeschikt. Hij moest meer leningen afsluiten om het hoofd boven water te houden en zijn gezin te onderhouden. Via een gerechtelijke procedure trachtte hij nog aan de contractuele koopsom te komen, maar zijn werkgever ging in 2011 failliet. De beslissing van het Gerechtshof waarom deze schuldenaar toch kon worden toegelaten tot de schuldsanering, leest als een advies aanpak indien de schuldennood steeds groter wordt.

Het Gerechtshof oordeelde dat X wel te goeder trouw was. Hij had aannemelijk gemaakt dat hij tot 2009 redelijkerwijs mocht menen dat hij de koopsom voor zijn oude onderneming zou ontvangen, dat zijn financiële situatie pas echt problematisch werd doordat hij de koopsom medio 2009 niet ontving en dat hij, gezien de situatie op dat moment, te goeder trouw leningen bij vrienden en familie was aangegaan teneinde met behulp van advocaten en adviseurs alsnog betaling te verkrijgen en zoveel mogelijk zijn lopende financiële verplichtingen te kunnen nakomen. X heeft ook aannemelijk gemaakt dat hij met zijn schuldeisers steeds open heeft gecommuniceerd over zijn situatie en dat hij in 2009, toen bleek dat de koopsom niet betaald zou worden, zijn bestedingen heeft verminderd en heeft geprobeerd met zijn schuldeisers een oplossing voor de betalingsproblemen te vinden. X wist ook aannemelijk te maken dat hij met de aangegane schulden grotendeels bestaande schulden had afgelost en dat hij geen onverantwoorde (zwaarder belastende) nieuwe verplichtingen was aangegaan. Gelet op de omvang van de schuldenlast vond het Hof dat de duur van de schuldsanering tot vijf jaar zou kunnen worden verlengd. X had immers een aanzienlijke verdiencapaciteit zodat een zo groot mogelijk bedrag kon worden gespaard voor zijn schuldeisers. Het Hof erkent dat over een dergelijke verlenging niet meteen bij de toelating kan worden beslist, maar neemt in zijn arrest toch alvast dit schot voor de boeg.

Last modified on zaterdag 22 maart 2014 15:55

Leave a comment