Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 24 november 2013 14:47

Parels in de schuldhulpverlening

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo af en toe laat de wetgever zich van een bijzondere kant zien. Terwijl aan de ene kant al jarenlang een zeer uitgebreide discussie aan de gang is rondom een AmvB voor private schuldhulpverlening, zoals gerefereerd in het beruchte art. 48 lid 1 sub d Wck, heeft aan de andere kant, in artikel 48 lid 1 sub c Wck, een stille paleisrevolutie plaatsgevonden die tot aanzienlijk minder discussie geleid heeft. Welke paleisrevolutie? De paleisrevolutie dat vanaf 1 januari 2014 schuldbemiddeling tegen betaling mogelijk is door (private, jawel) bewindvoerders(-organisaties) en Wsnp bewindvoerders. De wijziging gaat plaatsvinden als vermeld in artikel Romeinse III, Staatsblad 2013, 414 op pagina 15 in de wijzigingswet curatele, beschermingsbewind en mentorschap. (Inwerkingtreding 1 april 2014)

 

De wetswijziging
De letterlijke tekst van de wetswijziging luidt:

“In artikel 48, eerste lid, onder c, van de Wet op het consumentenkrediet wordt de zinsnede «ingevolge de Faillissementswet aangesteld» vervangen door: ingevolge de Faillissementswet of ingevolge artikel 383, zevende lid, dan wel artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.”

Deze wijziging mag gerust aangeduid worden als een aardverschuiving. Met deze wetswijziging is namelijk een discussie kortgesloten rondom het feit of de Wsnp bewindvoerder alleen schuldhulpverlening mag uitvoeren in dossiers waarin hij is aangesteld als bewindvoerder. Hij mag het namelijk voortaan uitvoeren voor iedere persoon die zich bij hem aanmeldt voor het treffen van een betalingsregeling met de schuldeisers, tegen betaling! Daarnaast mag ook de beschermingsbewindvoerder voortaan in ieder dossier waarin hij is aangesteld zelfstandig de schuldbemiddeling uitvoeren. Hij is niet verplicht, maar mag dat natuurlijk wel(!), een rechthebbende met schuldenproblematiek door te verwijzen naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Tot deze wetswijziging zien in de uitvoering sommige beschermingsbewindvoerders zich geconfronteerd met de opvatting dat schuldbemiddeling niet door hem of haar zou mogen worden uitgevoerd. Deze opvatting wordt zowel gezien bij collega-bewindvoerders als bij sommige kantonrechters. Enerzijds is de voorzichtigheid die aan deze communicatie ten grondslag ligt begrijpelijk, schuldbemiddeling vergt immers een hoog niveau van kennis, ervaring en uitvoering, anderzijds vertoont deze opvatting in veel gevallen een onnodige koudwatervrees. Wat daarvan zij, de nieuwe bevoegdheid geeft de beschermingsbewindvoerder nu de mogelijkheid om in het hele spectrum van het (financieel) vermogen van een rechthebbende, van een positief saldo tot een problematisch negatief vermogen, vertegenwoordigend op te treden. Daarnaast bevrijdt de wetswijziging zowel de kantonrechter als de bewindvoerder van discussies over wie welke taken uitvoert in een beschermingsbewind. Zomin als de rechter dat behoeft te doen in geval van vermogensbeheer, belastingaangifte of transport van een woning, hoeft de kantonrechter zich evenmin voortaan met de regie ter zake eventueel benodigde schuldbemiddeling te bemoeien. Het bevordert de zelfstandigheid van de bewindvoerder en ontdoet de kantonrechter van onnodige toezichtstaken.

De praktijk
Hoe een en ander zich zal gaan ontwikkelen in de praktijk zal moeten blijken. Wat duidelijk is, is dat de wetgever met deze wetswijziging een groot aantal discussies heeft kortgesloten. De professioneel opgeleide en ter zake kundige bewindvoerder, zij het als bewindvoerder Wsnp of als beschermingsbewindvoerder boek 1, kan zich nu concentreren op zijn wettelijke taken en bevoegdheden inclusief eventuele dienstverlenende activiteiten. Hij hoeft daarbij niet meer, voorafgaand aan zijn uitleg over zijn kundigheid, uit te leggen dat hij bevoegdheid is, verwijzing naar art. 48 lid 1 sub c Wck volstaat. Het is te hopen dat veel van de actoren in dit complexe veld van schuldenproblematiek dit ook snel oppakken. Dit was nu eens wetgeving die vooruít liep op de beroepsontwikkeling, in plaats van achteraf allerlei juridische reparaties uitvoerde.

 

Last modified on donderdag 19 juni 2014 07:52

Leave a comment