Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 24 november 2013 13:09

De armen betalen extra voor de rechtspraak

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

 

 

De olifant in de kamer van de verstek-vonnissen

 

Verstekvonnissen zijn een (zeer) veel voorkomend verschijnsel in de schuldhulpverlening. Dit zijn vonnissen waarbij door de schuldeiser een gerechtelijke procedure is gestart tegen een schuldenaar en waarbij de schuldenaar geen verweer heeft gevoerd tegen de eis van de schuldeiser. De eis van de schuldeiser wordt als gevolg daarvan overwegend geheel toegekend, “..mits de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt..”. De eventuele wijzigingen op onderdelen door de (kanton)rechter betreffen meestal zaken als kosten, renten of andere opgevoerde (deel)eisen. Omdat de schuldenaar geen verweer voert, lees: hij komt in het geheel niet opdagen, verleent de rechter verstek tegen de schuldenaar. Het juridisch gevolg is dat de schuldeiser een executoriale titel verkrijgt. Een helder verhaal, er is alleen wel een opzichtige olifant in de kamer waar niet over gesproken wordt. 

Met deze titel kan de schuldeiser via de gerechtsdeurwaarder bijvoorbeeld loonbeslag leggen, een woning ontruimen, een inboedel verkopen, en al datgene doen wat nodig (en wettelijk) mogelijk is voor voldoening van de schuld. Aan deze verkrijging van een executoriale titel kleven een aantal nadelen. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft daarom laten onderzoeken of er andere wijzen van verkrijging van een executoriale titel bestaan. De resultaten van dit onderzoek heeft de Minister van Veiligheid en Justitie op 26 april 2013 aangeboden aan de Tweede Kamer. Dat de onderzoekers constateren dat er geen relevante buitengerechtelijke mogelijkheden zijn die in verstekzaken tot een executoriale titel leiden is een belangrijke conclusie van het onderzoek. Voor de schuldhulpverlening en de mensen in een problematische schuldsituatie is één van de andere deelvragen in dit onderzoek, en het antwoord daarop, veel belangrijker. Het betrof de vraag over de kosten en baten van incassozaken voor de rechterlijke macht, de schuldeiser en de schuldenaar, afgezet tegen mogelijke alternatieven.

Enkele getallen
Het onderzoek geeft een aantal beschrijvende getallen van de zaken die lopen bij de rechtbank en van de zaken die lopen bij de gerechtsdeurwaarder. Van de zaken die lopen bij de rechtbank bestaat 34% uit zaken van zorgverzekering, 11% telecommunicatie, gas/water/licht (11%), huur (9%) en zorg (9%). Kortom, basisvoorzieningen (afgezien van wellicht telecommunicatie?) vormen driekwart van de zaken. Eisers zijn meestal rechtspersonen of bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid (98%) en de gedaagden zijn overwegend natuurlijke personen (96%). Bij de gerechtsdeurwaarders is in 23% van de gevallen sprake van schuldhulpverlening.
De totale proceskosten bedragen voor het overgrote deel (89%) van de vorderingen onder de € 2500 een bedrag dat gemiddeld 151% ligt boven de hoofdsom.
Voor wat betreft de rechtspraak komt het onderzoek tot de conclusie dat de kosten in verstekzaken bij de sector kanton € 11,00 (jawel!) bedragen.

De olifant in de kamer
Bovenstaande is een zeer summiere opsomming van de gegevens uit dit onderzoek. Dat komt omdat dit onderzoek vooral bedoeld was om te onderzoeken of er een alternatieve wijze bestond waarop in incassozaken tot verkrijging van een executoriale titel gekomen kon worden. Toch zouden de resultaten uit dit onderzoek ook de aandacht uit andere hoek moeten trekken. Een onontkoombare observatie in dit onderzoek, die echter door de onderzoekers niet expliciet onder de aandacht wordt gebracht, is het feit dat het verschil tussen de kosten van de verstekvonnissen en de griffierechten zo enorm groot is. Dat de kosten van een verstekvonnis gemiddeld € 11,00 (zegge: elf euro) bedragen kan natuurlijk indicatief zijn voor de grote mate van efficiëntie die de rechtbank inmiddels in dit soort zaken heeft bereikt. Dat zij daar minimaal een bedrag ad € 112,00, maar in meer dan 50% van de dossiers (zie histogram 4.1 blz. 81) een bedrag van € 448,00 aan griffierechten voor vraagt (zie Griffierecht kanton) moet toch ergens aandacht krijgen. De onderzoeker bediscussiëren dit gegeven verder niet uitgebreid. Het is geen vergezochte interpretatie dat voldoening van deze griffierechten komt uit de groep van financieel meest kwetsbare groep in de maatschappij (23% van de gerechtsdeurwaarderdossier is immers bekend bij schuldhulpverlening aldus het rapport, de overige 77% zal niet bestaan uit de financieel meest draagkrachtige groep in Nederland). De redenering dat met het surplus van deze griffierechten, verkregen van de financieel minst draagkrachtigen, een wel zeer substantiële bijdrage aan de instandhouding van rechtspraak wordt bijgedragen is eveneens niet vergezocht en ligt zelfs voor de hand. Waar is het vanzelfsprekend geworden dat als je financieel in de problemen komt je opeens (ook) een grotere bijdrage aan de rechtspraak in zijn algemeenheid dient bij te dragen? Het ligt niet voor de hand. Dat mensen met financiële problemen de kosten van de procedure voldoen is één, dat zij daardoor veroordeeld zijn tevens meer dan anderen dienen bij te dragen in de kosten van rechtspraak in Nederland is wat anders. Het zorgwekkende is dat deze vorm van bestuur/rechtspraak bijdraagt aan het arm houden van de armen (zoals ook al eerder beschreven ten aanzien van milieukundige duurzaamheidsdoelstellingen) en dat dit nauwelijks een punt van discussie lijkt te zijn.

Deze uitvoering van de rechtspraak staat in schril contrast tot de woorden in een andere rechtsbron voor niet-betwiste schuldvorderingen: het recht van de Europese Unie, meer in het bijzonder Verordening nr. 805/2004. Deze verordening begint met de woorden: “De Gemeenschap heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en ontwikkelen....” waarna zij komt tot uitwerking van een grensoverschrijdende Europese executoriale titel. Alleen een economisch gedreven rechtspraak kan dan vervolgens tot een financieringsproces komen van haar rechtspraak zoals bovenbeschreven. Een door rechtvaardigheid gedreven rechtspraak zou inmiddels een ander systeem hebben overwogen of ingesteld.


Addendum:
De beschrijvende overzichten van de samenstelling van de schuldenportefeuille bij de rechtbank brachten de behoefte naar voren deze getallen te vergelijken met de dossiers zoals die bij Modus Vivendi in de loop der jaren zijn gevormd. Een quickscan op onze schuldenportefeuille resulteert in tabel 1 en figuur 1. Opvallend is het relatief geringe verschil tussen het histogram 4.1 in het onderzoek en dit histogram van Modus Vivendi. De in het onderzoek herhaald gecommuniceerde voorzichtigheid ten aanzien van de samenstelling van de portefeuille is terecht. De redelijke gelijkenis met de samenstelling van de vorderingen zoals Modus Vivendi, als schuldhulporganisatie, die beheert, kan de voorzichtigheid enigszins relativeren.

Tabel en Histogram I

Last modified on maandag 25 november 2013 07:52

Leave a comment