Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 28 augustus 2013 13:11

Welke crisis?

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(1 Stem)

Een bekende uitspraak in de schuldenproblematiek, ontleend aan een sociologisch onderzoek uit het eind van de jaren zestig, luidt: “The poor pay more”. De uitspraak is afkomstig van de socioloog (wijlen) David Caplovitz die het proces analyseerde van wat hij “schuldverstrengeling” noemde en waarbij, als gevolg van allerlei ondoorzichtige kosten-constructies, rente-samenstellingen en inferieure producten, juist mensen met een beperkt budget en beperkte sociale weerbaarheid met hoge prijzen worden geconfronteerd voor een product. Diverse vervolgstudies van zijn hand beschreven de, bijna (dus niet helemaal!) onontkoombare negatieve uitwerking van de maatschappelijke inrichting van de consumptiemaatschappij voor arme mensen. Diverse decennia na dato is zijn onderzoek en de conclusies daarin nog steeds actueel. Sterker, bij tijd en wijle zijn observaties te maken dat ook uit onverdachte hoek de gebrekkige weerbaarheid van mensen hen parten speelt in hun maatschappelijk functioneren. 


Maatschappelijke structuren
Het onderzoek van Caplovitz opende de sociologische ogen voor de uitwerking van maatschappelijke structuren op het financieel functioneren van groepen mensen met gebrekkige weerbaarheid. Het onderzoek heeft dan ook in belangrijke mate bijgedragen aan het besef bij zogeheten “Credit Counseling Organizations” (Het Amerikaanse equivalent van NVVK-leden) over de werking van deze maatschappelijke structuren.
Bij tijd en wijle zijn sporen waar te nemen dat ook de inrichting van andere dan financiële structuren en/of instituten nadelig bijdragen aan het maatschappelijk functioneren. Een zo'n instituut is de inrichting van de rechtspraak in het bijzonder die van de 'oneigenlijke' rechtspraak. Met oneigenlijke rechtspraak wordt rechtspraak aangeduid die niet zozeer doelt op rechtspraak ter beslechting van geschillen tussen partijen, maar op zogeheten voluntaire rechtspraak die meer administratief van aard is. (zie ref 1) Beschermingsbewind, faillissementen en Wsnp zijn typisch gebieden die met de oneigenlijke rechtspraak te maken hebben.


Observatie
Wat is de observatie? De afgelopen 7 jaar is het aantal uitspraken Wsnp in de maand augustus altijd zo'n beetje 1000 vonnissen per maand geweest. De financiële crisis had het aantal benoemingen in de augustusmaand 2011 weliswaar doen stijgen naar 1256 per maand maar in 2012 bedroeg het aantal vonnissen weer 'gewoon' 985 per maand. De maand augustus 2013 is in die zin een bijzondere maand geweest. Landelijk is het aantal uitspraken van alle rechtbanken gezamenlijk deze maand gedaald naar 602 vonnissen, een reductie van 60%. We moeten teruggaan tot de augustus maand 2008 om een dergelijk laag aantal vonnissen te zien. In die maand werden namelijk 621 vonnissen uitgesproken, nog altijd meer dan de huidige maand augustus. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden ten tijde van het publiceren van deze nieuwsbrief er formeel nog één zittingsdag openstaat. De inschatting dat dit 400 vonnissen zullen zijn is gezien de geschiedenis van het aantal vonnissen minder dan niet reëel.


Discussie
Een achterdochtige burger zou kunnen denken dat er landelijk is afgesproken de te behandelen WSNP dossiers tijdelijk in de vrieskast te plaatsen en te beperken tot het uiterst noodzakelijke. De reden daarvoor zou kunnen zijn de op handen zijnde wijziging van het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering van 16 juli 2013. Op grond van dit besluit zullen per 1 oktober 2013 namelijk de kosten WSNP voortaan in totum ten laste van de boedel komen in plaats van ten laste van de Staat. Uitstel van toepassing WSNP van zaken die normaliter in augustus (en september?) zouden worden uitgesproken levert, volgens de kaasschaaf-methode die bij de bezuinigingen is toegepast, bijna 1 miljoen Euro op voor de Staat. Het enige wat dit vergt is dat de rechtspraak iets niét doet, namelijk toepassen WSNP, in plaats van iets wél doet, namelijk toepassen van de WSNP bij natuurlijke personen die in een toestand van betalings-onvermogen terecht zijn gekomen.
Ik ben gelukkig geen achterdochtige burger en denk niet dat de (oneigenlijke) rechtspraak zo kosten-berekenend haar werk doet. Ik zie wel, los van de aanleiding van deze landelijke daling, dat het destijds door Caplovitz geconstateerde adagium “the poor pay more” aangevuld lijkt te kunnen worden met het adagium dat tevens geldt “the poor endure more”; de kwetsbaren hebben meer te verdragen dan objectief te rechtvaardigen is, ook van onverdachte instituties.

1. V. van Bogaert. De rechter beoordeeld (diss. Groningen), Apeldoorn: Maklu-Uitgevers.2005, p. 58

Last modified on donderdag 29 augustus 2013 07:37
More in this category: It's payback time »

Leave a comment