Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 21 juli 2013 13:57

Van horen zeggen: het vak van bewindvoerder

Geschreven door  V.T.Raats
Rate this item
(4 stemmen)

Of ik mijn werk vaak ‘mee naar huis’ neem is een vraag die ik geregeld hoor, wanneer ik in gezelschap ben van mensen die te weten zijn gekomen wat ik voor werk doe.

Op deze terechte vraag krijgen ze dan ook een eerlijk antwoord. Natuurlijk maak ik dingen mee die mij zo nu en dan aan het denken zetten of mij zeer zeker aan het hart gaan, maar om mijn vak goed te kunnen uitvoeren, dwing ik mijzelf om onder alle omstandigheden objectief te blijven. Dat is inderdaad niet altijd even makkelijk, omdat je als bewindvoerder veel dingen hoort, ziet en meemaakt.

 

Veel mensen hebben toch een andere [lees: eigen] voorstelling van mijn werkzaamheden. “ Jij doet toch iets met schuldhulpverlening?” of “ jij bent toch een soort deurwaarder die alle spullen van mensen verkoopt?” zijn veelvoorkomende vragen van mensen.
Vaak leg ik dan uit dat ik namens de rechtbank toezicht houd op het verloop van een schuldsaneringsregeling en dat ik moet zorgen voor een verdeling van het gespaarde geld aan de schuldeisers. Voor het gemak vergeten mensen dan vaak dat er een heel minnelijk traject aan vooraf is gegaan en beseffen niet dat ook ‘mensen’ ook failliet kunnen gaan.
Vaak hebben ze wel gehoord dat er veel bedrijven failliet zijn gegaan en dat er veel mensen daardoor geen baan meer hebben.

“Moeten ze maar niet kopen bij Wehkamp” of “ hadden ze maar geen lening moeten afsluiten voor de auto,” zijn veelgehoorde uitspraken van mensen die ‘iets’ hebben opgevangen van schuldproblematiek in ons land. Mensen kijken altijd een beetje verschrikt wanneer ik dan aangeef dat iedereen dit een keer kan overkomen. Mijn voorbeelden; van minder inkomsten als gevolg van echtscheiding, ontslag of arbeidsongeschiktheid spreken dan bij de meesten in één keer tot de verbeelding. En plotseling weten zij ook wel een voorbeeld in hun eigen omgeving te benoemen die daarmee verband houdt. Het bijzondere is dat door het benoemen van de oorzaken van problematische schulden, schuldproblematiek concreet voor mensen wordt en zij beseffen dat het behoorlijk dicht in de buurt kan komen.

Wanneer ik voorbeelden noem van wat ik meemaak tijdens het huisbezoek of tijdens een zitting op de rechtbank, merk je aan mensen dat de aanvankelijk ‘sensationele’ aspecten van mijn werk, langzaam aan plaatsmaken voor ‘emotionele’ kanten van het verhaal.
Ik hoor geregeld dat voor velen de rechtbank een ‘magisch’ instituut is die gaat over het ‘straffen’ of ‘bevelen’ van mensen die ‘iets niet goed’ hebben gedaan. “jij komt toch op de rechtbank?”
Dan ben je toch advocaat?” Zonder aarzelen weten ze een aantal bekende strafpleiters te noemen waar ze wel eens over gelezen hebben of op televisie aan het woord hebben gezien.
Dat Moszkowicz waarschijnlijk nog nooit inhoudelijk met een schuldsaneringsregeling te maken heeft gehad vinden sommige mensen inderdaad vreemd om te horen.

Ik probeer me altijd in te denken hoe ik het zal ervaren wanneer ik zou worden opgeroepen voor een terechtzitting of wanneer de bewindvoerder thuis langs zou komen. De impact die zoiets teweeg zal brengen probeer ik mij vaak voor te stellen. Dat schuldenaren dagen niet of slechts slapen wanneer ze een brief in de bus krijgen dat er op een bepaalde dag een bewindvoerder voor de deur zal staan of dat ze ‘voor moeten komen’ wanneer de regeling niet goed is verlopen.
Ik probeer dan tijdens een huisbezoek een gesprek zo ‘persoonlijk’ mogelijk te houden en de werking en gevolgen van de schuldsaneringsregeling zo nu en dan met humor en ‘herkenbare voorbeelden’ uit te leggen. Hierdoor probeer ik het ‘ijs’ te breken.
Door nadrukkelijk structuur en richting te geven aan het gesprek en de onderwerpen die hierin aan de orde komen, probeer ik te voorkomen dat de schuldenaar door emotie en spanning ‘van de hak op de tak’ springt en hierdoor niet het overzicht en de focus verliest.
Ik neem me altijd voor om pas te vertrekken wanneer ik de indruk heb dat de schuldenaar alles heeft begrepen wat er van hem of haar gevraagd mag worden.
Vaak heb ik al vrij snel door of schuldenaren het in één keer begrijpen of dat een regeling al spoedig met problemen zal beginnen.

Het idee dat bij veel schuldenaren leeft dat ik hun spullen zal meenemen, verdwijnt al snel wanneer ik aangeef dat ze gewoon televisie mogen blijven kijken en dat de kinderen hun huiswerk op de computer mogen blijven maken. De opgeluchte reactie van de schuldenaren is dan ook vaak aandoenlijk. Wel vertel ik er dan bij, dat wanneer ik aanwijzingen heb om verder onderzoek te doen naar bijvoorbeeld de waarde van de dure televisie, ik terug zal komen met een grotere auto om de televisie op te halen en te verkopen. Heel soms kom ik een exemplaar tegen waarvan de waarde aanzienlijk hoger ligt dat de verdere totale inboedel. Ik kondig schuldenaren altijd aan dat wanneer ik alsnog een factuur of bankafschrift tegenkomen, waaruit recente aanschaf blijkt, ik over zal gaan tot verkoop of tenminste taxatie ervan. Schuldenaren knikken dan vaak instemmend en geven dan spontaan aan dat de opbrengst dan waarschijnlijk naar de schuldeisers gaat. Uiteraard bevestig ik deze gedachte dan. Over het algemeen zijn de aangetroffen toestellen gedateerd. Het beeldschermformaat is tegenwoordig immers klein of heel groot. Een ‘middenweg ‘ is er niet , althans; gedateerd, dus niet bovenmatig.

Mijn bedrijfsauto zet ik eigenlijk nooit voor de deur bij schuldenaren. Tenzij om veiligheids- of parkeeroverwegingen. Het schuldenaren verplicht stellen om tenminste de maandelijkse minimale boedelbijdragen te voldoen enerzijds en de forse cataloguswaarde van mijn bedrijfsauto anderzijds, vind ik moeilijk ‘te verkopen.’ Als bewindvoerder probeer ik het empathisch vermogen te hebben zoveel mogelijk rekening te houden met de situatie van de schuldenaren en op welke wijze schuldenaren hun bewindvoerder ‘inschatten.’
Uit fatsoen, maar ook omwille van mijn functie, zal ik de moeite doen me naar de gelegenheid te kleden. Het fenomeen ‘jasje-dasje’ schept een zekere ‘afstand’ tot de schuldenaren die het voor mij mogelijk- of zelf makkelijker maakt om een zekere autoriteit uit beelden. Immers, je bent op bezoek bij mensen en je vertegenwoordigt een rechtbank.
Dat ervaren mensen al vanaf het moment dat ik ‘gewapend,’ met het toelatingsvonnis en bewindvoerderspas ter legitimatie, aan de voordeur sta.

Naar vrienden, kennissen of inwonende kinderen wordt mijn bezoek aan huis soms door schuldenaren aangekondigd als een gesprek met iemand van de verzekeringsmaatschappij, de bank of een andere variant daarop. Inwonende kinderen worden tijdens mijn bezoek vaak naar hun kamer gedirigeerd en buren worden ‘op afstand gehouden’ in verband met een gesprek met een ‘hypotheekadviseur.’ Toch merk ik dat steeds meer schuldenaren zich niet meer schamen voor wat er is gebeurd. Steeds meer schuldenaren geven aan dat inmiddels ook ‘de meneer of mevrouw van de loonadministratie’ of de leraar van de kinderen, op de hoogte zijn van de financiële problemen van het gezin. In sommige straten en of buurten waar ik een huisbezoek afleg is men eraan gewend dat er regelmatig ‘mannen in pakken’ aanbellen in verband met de schulden.
Die ‘ mannen of vrouwen in pak ‘ zijn in wezen gewone mensen met een functies, zoals deurwaarders, incasso-medewerkers en zelfs...... bewindvoerders.

Gelukkig niet bij alle gezinnen, maar in veel gevallen is de armoede helaas af te lezen van de woonomgeving. Kapotte- en/of ongereinigde huisraad is vaak wat ik aantref. Vaak verontschuldigen mensen zich voor het feit dat ze de kamers van het huis vies of niet opgeruimd hebben achtergelaten. Natuurlijk vind ik daar wel wat van, maar zal het nooit tegen de mensen bij wie ik te gast ben zeggen. Immers, daar zijn ze zich vaak wel degelijk zelf van bewust.
Gaande het gesprek merk je al gauw dat schuldproblematiek niet het grootste of enige probleem is.
In de administratie van schuldenaren kom ik vaak genoeg afspraakkaarten tegen van jeugdzorg, het maatschappelijk werk, de medische specialist of uitkerende instantie.
Ook brieven van politie en justitie krijg ik regelmatig onder ogen.
Het lijkt misschien vreemd, maar de situatie zoals ik bij mensen thuis aantref is een afspiegeling van wat er bij mensen in hun hoofd afspeelt. Chaos in huis, betekent helaas vaak chaos in het hoofd.

Het komt zo nu en dan voor dat ik af en toe moeite heb met dingen die ik heb ervaren tijdens een huisbezoek of terechtzitting. Een kind dat haar moeder vraagt om geld om met vriendjes in het zwembad te zwemmen, maar er is op dat moment geen geld .
Een schuldenaar die na lange tijd niets van zich heeft laten horen, ter terechtzitting verklaart nog enkele weken te leven te hebben. Geconstateerd (kinder)misbruik.
Gebeurtenissen of emoties die je als bewindvoerder, gegeven de aard en omstandigheden van het geval, telkens opnieuw een ‘plek’ moet geven, waardoor je weer in staat bent jezelf object op te kunnen stellen. Geen gemakkelijke opgave, maar waar je als bewindvoerder mee om moet kunnen gaan.

Bij het opstellen van mijn periodieke verslaglegging aan de rechtbank maak ik een ‘foto’ van de situatie. De collage van de foto’s die ik heb gemaakt geven het verloop van de schuldsaneringsregeling weer. De interpretatie van zaken of resultaten in het verslag zorgen zo nu en dan voor gespreksstof, waarbij heldere uitleg aan de schuldenaren waarom je tot bepaalde conclusies bent gekomen, van groot belang is. Als bewindvoerder probeer ik tot een objectieve weergave van de feiten en omstandigheden te komen.

Tijdens een zogenaamde ‘schone lei zitting’ of behandeling van een voordracht voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op de rechtbank, besef ik vaak het hevigst wat voor inpact het heeft wanneer mensen te horen krijgen dat al dan niet een schone lei word toegekend.
Als bewindvoerder adviseer je de rechtbank hoe te beslissen en welke omstandigheden er in jouw optiek dienen te worden meegewogen.
In het geval van een schone lei leef je iets of wat met de schuldenaren mee en ‘vier’ je het gunstige resultaat van drie jaar een keiharde regeling te hebben doorlopen.
Ook in geval van een weigering schone lei leef je mee en hoop je maar dat schuldenaren de moed en kracht op kunnen brengen om zich met beperkte hulp, in de toekomst staande te kunnen houden.

Last modified on maandag 22 juli 2013 07:47

3 comments

  • Comment Link woensdag 24 juli 2013 14:09 posted by Elly Goes

    Herkenbaar verhaal, mooi verwoord.

  • Comment Link dinsdag 23 juli 2013 07:12 posted by Marc van Graven

    Goed en helder verhaal. Met interesse gelezen.

  • Comment Link maandag 22 juli 2013 07:48 posted by Heleen

    Duidelijk geschreven.

Leave a comment