Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zondag 21 juli 2013 13:41

Concept-Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

 

Op 11 juli jl. is het concept-vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars gepubliceerd. Naast het concept zelf is ook een concept Nota van toelichting gepubliceerd waarin de minister van Economische Zaken een toelichting geeft op de aanleiding van het besluit, de voorgeschiedenis van schuldbemiddeling en de inhoud van het besluit. De doelgroep van de AmvB zijn zowel schuldenaren als schuldeisers voor welke twee groepen de minister een verruiming beoogd te bewerkstelligen van de mogelijkheden van schuldbemiddeling.

 

Aanleiding
Belangrijke aanleiding voor de voorgestelde regeling is de economische neergang van de afgelopen jaren. De groep personen die risico lopen op betalingsproblematiek is de afgelopen vijf jaar opgelopen van ca. 800.000 tot inmiddels ruim 1,1 miljoen. Ook is uit de diverse betalingsachterstanden-monitoren en armoede-monitoren van de afgelopen jaren een beeld naar voren gekomen van een veranderende groep schuldenaren. Niet alleen huishoudens waar sprake is van een uitkeringssituatie maar ook huishoudens waar sprake is van inkomen uit werk behoren inmiddels tot de risico-groep, waarbij bovendien nog sprake kan zijn van een relatief hoog inkomen.
Hierdoor is een stijgende maatschappelijke behoefte voor om de mogelijkheden van schuldbemiddeling tegen betaling te verruimen.

Voorgeschiedenis
Het vrijstellingsbesluit is een vervolg op een eerder Tijdelijk Vrijstellingsbesluit uit 1998. Dit tijdelijk vrijstellingsbesluit is echter te beperkt gebleken in de ruimte die het bood vergoeding te vragen voor deze activiteiten. In december 2011 heeft de minister destijds dan ook de Tweede Kamer gemeld te werken aan een nieuw vrijstellingsbesluit waarvan dit concept de weerslag is.

Inhoud van het besluit
Het besluit wijst bepaalde categorieën van personen en rechtspersonen aan die de schuldbemiddeling mogen uitvoeren. Daarnaast stelt zij eisen en voorwaarden aan de uitvoering van de schuldbemiddeling. Hierbij sluit de AmvB aan op de ontwikkelingen zoals die hebben plaatsgevonden rondom de certificering binnen de schuldhulpverlening. Expliciet benoemt de toelichting dat indien de schuldbemiddelaar kan aantonen dat sprake is van certificering conform NEN-8048 1 én 2 (eisen aan schuldhulporganisaties én schuldhulpverleners), aan die eisen en voorwaarden is voldaan.

De belastingdienst/bureau Economische Handhaving zullen toezien op de naleving.

Voorwaarden

Expliciet benoemt de AmvB een aantal voorwaarden waaraan de schuldbemiddelaar moet voldoen wil hij tot schuldbemiddeling komen binnen de grenzen van de wet:

- Geen vergoeding als geen regeling tot stand is gekomen. De toelichting benoemt deze voorwaarde als een regeling over aflossing van de schuldenlast tussen schuldenaar en alle schuldeisers.
- De looptijd van de overeenkomst tot schuldregeling mag maximaal 36 maanden duren.
- De vergoeding mag niet ten laste komen van het VTLB maar van de afloscapaciteit
- De vergoeding is (dus) niet gemaximeerd. De minister verwacht hierin een wisselwerking tussen de vergoeding die de schuldbemiddelaar ontvangt en de (resterende) afloscapaciteit voor de schuldeiser die moet bewilligen in het voorgestelde akkoord.
- Actieve informatieplicht van de schuldbemiddelaar over de wettelijke taak die de gemeente bieden aan schuldenaren vooral op het vlak van integrale schuldhulpverlening.
- Termijn van 120 dagen voor het inzichtelijk maken van de mogelijkheid tot het bereiken van een akkoord.
- Inzichtelijkheid in de kosten structuur
- Beschrijving van de werkprocessen
- Gelijkberechtiging van schuldeisers
- Beschikbaarheid van een klachtenregeling
- Bewaarplicht van vijf jaar.

Blijkens de verdere toelichting ziet de minister de schuldbemiddelaar ook als een vangnet voor door de gemeenten afgewezen groepen van schuldenaren. Ook ziet de minister de schuldbemiddelaar als het alternatief voor personen die persoonlijke voorkeur hebben door private partijen in plaats van de overheid. Voorts verwacht de minister een minder grote druk op de Wsnp door uitbreiding van de schuldbemiddeling op deze wijze. Mandatering van de bevoegdheid tot afgifte van 285-verklaring
is daarbij een van de aanvullende mogelijkheden.

Discussie
Het is goed dat na 13 jaar nadenken de minister komt met een vervolg op het Tijdelijk vrijstellingsbesluit. Een aantal kritische opmerkingen zijn wel te maken.
Meest in het oog springende zijn de voorwaarden die gesteld worden aan de uitvoering. Voor een deel zijn deze voorwaarden namelijk te vinden in de NEN-norm zelf zoals de bewaarplicht, de beschrijving van de werkprocessen, beschikbaarheid van een klachtregeling en de gelijkberechtiging van schuldeisers. Aangezien certificering volgens NEN-8048 voldoening aan de eisen en voorwaarden verondersteld, lijkt dat een overbodige, want dubbele, eis te zijn. De minister beoogd hiermee wellicht te benadrukken wat het belang is van juist deze onderdelen van de schuldbemiddeling.
Moeilijker liggen de discussies over de duur van regeling; ook in de Wsnp is de duur van drie jaar immers geen in steen gebeitelde termijn! Het karakter van het treffen van een regeling is toch nog een meerzijdige overeenkomst? De schuldenaar moet toch, mits uitstekend geïnformeerd over de alternatieven zoals gemeentelijk traject of Wsnp, een afweging kunnen maken voor een langere termijn als wisselgeld in zijn onderhandelingen met de schuldeisers? De scenario's waarin die mogelijkheid moet kunnen bestaan zijn echt niet zo vergezocht!
Tot slot de intree-voorwaarde voor het in rekening brengen van kosten. Dat zal een uitgebreide discussie geven, zo is de inschatting. Wat is een succesvolle regeling? Is toeleiding naar de Wsnp een succesvol traject? Sommigen zullen zeggen van niet; het traject is zwaar en 30 procent van de regelingen eindigt zonder schone lei. Anderen zullen zeggen van wel; het is een wettelijke voorziening met een hoger slagingspercentage dan het wettelijk traject. Het kan geen misvatting zijn dat toeleiding naar de Wsnp een expertise eisend traject is dat moeizaam is en grote zorgvuldigheid vereist. Aanhouden van deze voorwaarde leidt wellicht tot onnodig uitblijven van hulp aan de schuldenaren wegens het 'ingeschatte' risico dat het een Wsnp wordt.
Open vraag blijft nog, de toelichting maakt hier geen expliciet van, of de categorie personen die valt onder art. 48 lid 1 sub c Wck eveneens onder deze voorwaarden zullen vallen. Het is moelijk voor te stellen dat een advocaat slechts betaald zal mogen worden als een succesvolle regeling tot stand zal worden gebracht. Het zou de wijze van vergoeding van de advocatuur in een complexe discussie brengen.

Concluderend valt te zeggen dat de AmvB een heldere structuur heeft en duidelijke voorwaarden stelt. De schuldbemiddelaars zijn nu aan zet hun mening er over te geven. Grosso modo valt te zeggen: “Beter dan de vorige”.

Last modified on vrijdag 16 augustus 2013 12:03

1 comment

  • Comment Link dinsdag 23 juli 2013 07:35 posted by Marc van Graven

    Een helder verhaal. Ik ben benieuwd naar de discussie omtrent succesvol traject. Wat zijn de ijkpunten voor een succesvol traject? Hoeveel bemiddelingen resulteren op dit moment in een overeenkomst met de schuldeisers? Een schuldbemiddelaar zal vooraf ook duidelijk een indruk willen/moeten hebben over de slagingsmogelijkheden van het bemiddelingsproces. Anders begint hij er wellicht niet aan. Leidt dit dan wel tot de noodzakelijke 'bemiddelingscapaciteit"?

Leave a comment