Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

dinsdag 14 mei 2013 07:30

Het gezamenlijk belang van schuldeiser en schuldenaar

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(1 Stem)

 

Eén van de meest toegepaste oplossingsstrategieën bij schuldenproblematiek is het verzoeken om kwijtschelding van de schulden. De rechtvaardiging van dit verzoek ligt in de onmogelijkheid van de schuldenaar om, binnen een bepaalde tijdspanne, tot voldoening van de schuld te komen. De gedachte daarbij is dat het voor onbepaalde tijd vasthouden aan voldoening van de schuld door de schuldeiser een grens van aanvaardbaarheid overschrijdt en dat daarom op enig moment voor het onbetaalde restant een kwijtschelding dient plaats te vinden. Vanuit economisch perspectief is het gegeven dat een deel van de schuldenaren zijn verplichtingen niet zal nakomen ook altijd verdisconteerd in de kosten die voor lenen in rekening worden gebracht. Het is ook juist deze wetenschap die maakt dat iemand niet zo maar bij de bank wat kan lenen.

De bank maakt een gecalculeerde inschatting van het risico dat de lening niet kan worden terugbetaald. Om die reden kunnen we bijvoorbeeld niet lenen om in te zetten op rood in het casino. De kans dat dit tot niet-nakoming leidt is dan namelijk te groot. Om diezelfde reden kunnen we bijvoorbeeld wel lenen voor een solide doordacht bedrijf. De kans op terugbetaling is dan namelijk aanzienlijk groter dan inzet bij het casino.

Het verzoeken om kwijtschelding is vanwege bovengenoemde reden geen onoorbaar verzoek. Het is een deel van het spel dat dit soms aan de hand is; het is een “calculated risk”. Toch valt vaak in de gesprekken met crediteuren, maar ook in gesprekken 'op verjaardagsfeestjes' een sentiment te ontdekken dat deze relativering van het onbetaald laten van schulden, volledig negeert. De hoofdgedachte is namelijk: “Afspraak is afspraak” of “Bij lenen hoort aflossen”. Het regelen van een schuld is een laveren tussen enerzijds deze afspraak-is-afspraak opvatting en anderzijds de verjaardagsfeestjes-opvatting; zij beschrijven beide een, vooraf bekende, route op het vaarwater van de leningen. Belangrijk is te realiseren dat voldoening van een schuld via een afbetalingsregeling een, weliswaar bijzondere, afwikkeling is op gelijke wijze als het regulier voldoen van alle betalingstermijnen inclusief rente dat is. Het interessante is nu om te zien dat personen of organisaties vaak slechts één van beide posities innemen. De nuance dat in het ene geval een volledige aflossing moet plaatsvinden en in het andere geval een kwijtschelding, hebben maar weinig personen of organisaties zich 'in totum' eigen gemaakt. Het sentiment om dat gescheiden te houden kan soms zeer diep liggen.

Het is interessant om na te denken over de reden waarom deze twee posities zo onverenigbaar zijn als het lijkt. Gangbaar is voor een schuldeiser de redenering dat als deze specifieke schuldenaar zijn schuld niet betaald dat dan de volgende schuldenaar al aanklopt om zijn restschuld ook kwijtgescholden te krijgen. Het sneeuwbaleffect waar de schuldeiser bang voor is, is niet ondenkbeeldig. Daarnaast zal de schuldeiser beducht zijn dat het bereiken van een betalingsregeling, waardoor er minder betalingsdruk komt, er toe kan leiden dat schuldenaren juíst nog minder gaan aflossen dan ze gedaan zouden hebben wanneer de “afspraak is afspraak” stelregel geldt, immers de stelregel is kennelijk niet zo hard als hij lijkt. Minder gangbaar is de redenering voor de schuldenaar dat ook deze er baat bij heeft dat de overeengekomen betalingsregeling stipt wordt nagekomen. Als dat niet gebeurt heeft namelijk niet alleen die specifieke schuldenaar daar last van, maar ook de volgende schuldenaar die een beroep wil doen op de, hopelijk welbegrepen, welwillendheid van de schuldeiser die geen noodzaak zal hoeven zien zijn leenvoorwaarden aan te scherpen. Feitelijk is dus het niet-nakomen van een betalingsregeling niet alleen voor rekening van de betreffende schuldenaar, maar ook voor rekening van de toekomstige schuldenaar die moeilijker een regeling zal krijgen.

Beiden hebben dus hetzelfde belang bij nakoming hoewel zij dus aan andere einden van het spectrum van nakoming opereren. Dat zou beiderzijds tot de conclusie moeten leiden dat als een afbetalingsregeling niet wordt nagekomen dat er welhaast sprake moeten zijn van overmacht; ik kom mijn afspraak niet na omdat ik niet wíl maar omdat ik niet kán. En toch wordt dat dus niet zo gezien. En dat heeft gevolgen....

 

Last modified on donderdag 23 mei 2013 15:57

Leave a comment