Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

woensdag 24 april 2013 10:35

“I'm not a crook”

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

iamnotacrook

De bewindvoerder Wsnp en de wijze waarop de Staat daarover communiceert

Een klassieke zinsnede in de Amerikaanse politiek is de uitspraak van Richard Nixon tijdens een persconferentie waarin hij, als reactie op alle aantijgingen over Watergate en de betrokkenheid van het Witte Huis daarbij, zich verweerde met “I'm not a crook”. Richard Nixon probeerde met die opmerking vooral duidelijk te maken dat hij deugde. Het verweer had een averechts effect. Door zo expliciet te benoemen dat je geen 'crook' bent ontstaan er juíst vraagtekens over of je wel of niet deugt. Het enkele plaatsen van een foto van een persoon met daaronder de tekst “I'm not a crook' volstaat in hedendaags Amerika om iemand zwart te maken. Van iedere president na Nixon zijn dan ook op het internet nu gefotoshopte foto's te vinden met de tekst 'I'm not a crook'.
Dat wil niet zeggen dat als iemand jou, impliciet of expliciet, als een 'crook' bejegend jij je daar niet tegen zou moeten verweren door te ontkennen dat je een 'crook' bent! Neem bijvoorbeeld de bewindvoerder Wsnp.

 

De regering (bij monde van de Minister voor Veiligheid en Justitie), de Staten-Generaal, de Raad voor Rechtsbijstand, het bureau Wsnp van de Raad voor Rechtsbijstand en Recofa zijn belangrijke partijen waarmee de bewindvoerder te maken heeft. Elk van deze partijen communiceert over de bewindvoerder Wsnp en 'vindt' iets van de bewindvoerder Wsnp. Dat verwoorden zij vanuit verschillende verantwoordelijkheden en op verschillende wijzen.

Op welke wijze voeren zij die communicatie?  Een kleine bloemlezing van meer en minder recente communicaties van de overheid, in verschillende hoedanigheden, over de bewindvoerder Wsnp toont een interessant beeld en geeft aanleiding tot een klein verweer.

De wetgever
De bewindvoerder heeft geen beste naam bij de wetgever. Voor een deel wordt dit verklaard door de voortdurende vermenging van de 'beschermings'-bewindvoerder boek 1 (art. 1:431 BW) en de bewindvoerder Wsnp (titel III Faillissementswet).(1) Daarnaast laten ook interviews met leden van de Tweede Kamer geen onduidelijkheid over haar sentimenten.(2) Ook het door de Tweede Kamer gehanteerde numerieke stelsel van één, twee, veel..., helpt bij het framen (bij gebrek aan een beter woord) van de opvatting over de bewindvoerder Wsnp; er komt één vraag over een bewindvoerder (Wsnp?) en de grondhouding is dat dé bewindvoerder gemankeerde kwaliteit en uitvoering van zijn werk vertoont.3 Kritisch zijn op het disfunctioneren van individuele bewindvoerders  is een vanzelfsprekendheid, dat daarmee ook generieke kwalificaties geoorloofd zijn is minder vanzelfsprekend. Dat de Tweede Kamer, een gremium van 150 personen, het meest aangewezen orgaan is binnen onze staat voor kritische bevraging over een individuele bewindvoerder lijkt mij niet op voorhand aan de hand te zijn. Het mag toch wel een overweging zijn of een meer substantiële aanbrenging van vragen voor dit gremium wellicht aangewezen lijkt?

Recofa
Bewindvoerders Wsnp voeren een wettelijke taak uit. Deze taak is omschreven in art. 316 Faillissementswet en behelst het houden van toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien en het beheer en vereffening van de boedel. Anders dan het toegevoegde toezicht verschilt deze taak niet van de curator zoals die is vastgelegd in art. 68 Faillissementswet. Ter praktische invulling van deze twee functies  heeft Recofa (Het overleg van Rechters-Commissarissen in Faillissementen) voor de bewindvoerder Wsnp de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringen (Wsnp) opgesteld en voor de curator in faillissementen de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betalingen.(4) (5) De veronderstelling dat deze twee richtlijnen enige gelijkenis vertonen lijkt misschien wel vanzelfsprekend, maar is niet aan de hand. In paragraaf 3.1 sub c van de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringen (Wsnp) krijgt de bewindvoerder in de paragraaf “Verplichtingen van de bewindvoerder jegens de schuldenaar” de richtlijn voorgeschoteld: “Indien de bewindvoerder heeft toegezegd dat de schuldenaar wordt teruggebeld, komt hij deze toezegging ook na” (Ja, het staat er echt zo). Een dergelijke aanwijzing zal niet snel gevonden worden in de, overwegend voor advocaat-curatoren geschreven richtlijnen voor faillissementen. Voor de bewindvoerder Wsnp is het alleen nog wachten op de aanwijzing over de wijze waarop de bewindvoerder het tafelbestek dient te schikken (vorken links, messen rechts). Dat zijn immers ook omgangsvormen? In het Europese recht hanteert men de deminimis-regel. Bij geval zou een reflectie op die regel in relatie tot de mate van toezicht op de bewindvoerder Wsnp wellicht ook als overweging moeten gelden.

Raad voor Rechtsbijstand
Op 4 maart 2013 publiceerde de Raad voor Rechtsbijstand de “Gedragscode bewindvoerders WSNP”(6) en de “Klachtenregeling bewindvoerders Wsnp” (7) (ik passeer even de verschillende wijzen waarop Wsnp is geschreven). In de toelichting op de “Klachtenregeling bewindvoerders Wsnp” benoemt de Raad voor Rechtsbijstand in de tweede alinea op pagina 4 de grondslag van deze code:”De code [vormt] een grondslag voor schuldenaren om het gedrag van een bewindvoerder aan de kaak stellen”. Een gedragscode om zaken aan de kaak te stellen? Hoe zat het nu precies met hoor en wederhoor? Is een bewindvoerder Wsnp op voorhand verdachte van aan de kaak te stellen gedrag? Deze verwoording lijkt mij wat al te generiek een verwijt te maken aan bewindvoerders Wsnp. Helaas gaat de Raad voor Rechtsbijstand nog een stapje verder. Op dezelfde pagina, in het tweede tekstblok onderaan meldt zij: “...Waarmee zeker niet gezegd is dat bewindvoerders over wie geen klacht wordt ingediend, betere bewindvoerders zijn..” (sic). Op voorhand gaat de Raad voor Rechtsbijstand er kennelijk niet vanuit dat de bewindvoerder zorgvuldig en op een kwalitatief hoogstand niveau zijn wettelijke (!) taak uitvoert.
Het treurige voor de bewindvoerders Wsnp is dat deze code is opgesteld in samenspraak met Recofa (zie boven) én haar eigen beroepsgroep. Bij Recofa bestond al een gereserveerdheid jegens de bewindvoerder (het opnemen van omgangsvormen in een richtlijn doet immers niet anders vermoeden). Dat diezelfde gereserveerdheid bij de eigen beroepsgroep zou  bestaan is wat moeilijker te aanvaarden. Als dit haar opvatting is over de eigen beroepsgroep wat rechtvaardigt dan haar voortbestaan? Is het dan niet meer aan de hand dat nog slechts staatsambtenaren invulling geven aan deze wettelijke taak die is ingebed in een wet van openbare orde?

De Raad voor Rechtsbijstand verwacht van de bewindvoerder Wsnp dat deze de gedragscode zal ondertekenen. Zij heeft daartoe alle bewindvoerders aangeschreven. Dat poneert dan wel een probleem, want waarom zou een bewindvoerder Wsnp zich onderwerpen aan een gedragscode die in de klachtenregeling als toetsinstrument functioneert van gedrag dat op voorhand als “aan de kaak te stellen” is omschreven? Me dunkt dat op zijn minst in dat geval een zorgvuldigheidsmelding vooraf noodzakelijk is die expliciteert dat er ook ten aanzien van de bewindvoerder Wsnp een 'presumptio innocentiae' bestaat.


C'est le ton qui fait la musique
De maatschappij is aan het verruwen. Voor een deel is dat te verklaren uit het feit dat Nederland, maar ook de rest van de wereld, al vijf jaar lang in een financiële crisis verkeert. Een crisis maakt nu eenmaal dat een samenleving op de sterkte van haar instituties getoetst wordt. Dat zijn niet alleen formele instituties, maar ook sociale instituties en, zo u wilt, omgang met elkaar en onszelf als onderdelen van 'dé samenleving'. Taal en taalgebruik geven invulling aan die instituties en kunnen dieper en langduriger doorwerken dan soms zelfs door de afzender zo bedoeld is. Het werkveld van de Wsnp is moeilijk, complex en een mijnenveld van emoties. Ook zonder prikkelende kwalificaties kan een boodschap helder en duidelijk overgebracht worden zonder toe te geven aan woordkeuzen die onder de oppervlakte nog andere boodschappen mee zenden.

Tenslotte
Richard Nixon verdedigde zijn functioneren als president met de uitspraak “I'm not a crook”. Hij had dan ook wel wat uit te leggen. Ik denk niet dat de bewindvoerder Wsnp zich op voorhand zo zou moeten (of hoeven) te verdedigen. Iedereen die werkzaam is in de keten van de schuldenproblematiek, zij het schuldenaar, schuldeiser, wetgever, rechter, toezichthouder of bewindvoerder, mag zich daarvan bewust zijn en mag er van uit gaan dat voor (bijna) iedereen geldt dat zij zich aan de uitgangspunten van zorgvuldig, eerlijk en respectvol handelen zullen houden. De stekende kwalificaties die her en der nogal eens gebruikt worden hebben daar niet noodzakelijkerwijs recht op een plek.

 

1. Aanhangsel Handelingen II 2008/09, nr. 1183

2. “Iedere gek kan bewindvoerder worden!”, Interview Noorman-den Uyl, Trouw 26 januari 2006.

3. Aanhangsel Handelingen II 2010/11, nr. 2972

4. Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen

5. Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling

6. “Gedragscode bewindvoerders WSNP”, nr. 6754, 15 maart 2013

7. “Klachtenregeling bewindvoerders Wsnp”, nr. 6761, 15 maart 2013

 

Last modified on vrijdag 09 augustus 2013 07:08

Leave a comment