Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

vrijdag 22 maart 2013 07:01

Schuld(ig) of niet?

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(2 stemmen)

Schuld(ig) of niet

Je zou kunnen zeggen dat aan de basis van het hele systeem een schuld ligt vanwege het onrecht dat aan anderen is aangedaan.”

 

Schuldenproblematiek in Nederland staat, als gevolg van de alsmaar voortdurende financiële crisis, nog steeds, of steeds meer, in de publieke belangstelling. Wij neigen er naar de schuldenproblematiek vooral in verband te brengen met de financiële markten, de hypotheken, de pensioenen en de euro. Toch is er altijd ook een andere dimensie aan schuldenproblematiek; een dimensie die niet alleen maar op geld is te waarderen en die gaat over de immateriële aspecten van schuld. Dat klinkt misschien hoogdravend maar betreft niettemin een dimensie die ook in de politiek steeds meer aandacht krijgt. Daarvoor hoeven we alleen maar te kijken naar de discussies over vergoedingen van bestuurders, de “graai-cultuur” en het ontbrekende gedragstoezicht bij de toplaag van bestuurders die voor risico van anderen opereerden onder uitermate lucratieve bonus-stelsels. Dat is de reden waarom wij ons voor het afnemen van een interview hebben gewend tot een bekend en modern filosoof, dr. van Oenen van de Erasmus-universiteit:

 

 

“Ook de filosofie houdt zich bezig met schulden. De meest traditionele gedachte daarin is natuurlijk schuld als morele schuld. De schuld vanuit een christelijk perspectief in contrast met de Griekse filosofie dat het begrip schuld niet kende. De Grieken kenden schuld misschien wel als technisch schuldbegrip, waarin zij geld van elkaar leenden, maar niet een schuldbegrip in morele zin of met schuld gepaard gaande morele ervaringen waarin iemand zich schuldig zou moeten voelen. Dat is denk ik de grote verschuiving in de geschiedenis dat het primair morele of christelijke aspect van schuldbesef, “Ich bin Schuld” zich heeft ontwikkeld. Inmiddels heeft schuld, en dat is een tweede verschuiving, een financiële vorm aangenomen waarin de vraag “ben ik schuldig?” als morele verantwoordelijkheid niet meer zo belangrijk is. Nu is de “schuld aan...”, en daarmee bedoel ik de schuld in financiële zin, juist veel belangrijker geworden, belangrijker nog dan de morele schuld. Zeker in Nederland, waar het hebben van “schuld aan..” zo'n hoge vlucht heeft genomen, zie daarvoor bijvoorbeeld de hypotheken. Het wordt nu vooral en nog steeds, ondanks de financiële crisis, als iets positiefs gezien. Hoe meer schuld hoe beter; we noemen het dan eigendom, maar dat is in feite onzin. Het zijn gewoon schulden. En inmiddels leven we al een tijd in een maatschappij waarin schuld een vooruitgangsprincipe is. Het is nu vooral een kapitalistisch idee: je gaat vooruit door te investeren, je haalt het geld ergens anders vandaan. Schuld is daarmee van zijn morele lading ontdaan. Het is een economisch productie-mechanisme. Daarmee heeft dus een enorme omslag plaatsgevonden. Vroeger wilden mensen geen schulden maken; schulden moest je vermijden en je moest zuinig aan doen. Nu heeft iedereen schulden; je bent gek als je het niet doet. Het fenomeen zelf is tot status symbool geworden!

 

Schuld

Binnen de filosofie is er een langlopende discussie over de oorspronkelijke accumulatie van grote vermogens. Ook in het Marxisme stelde men zichzelf de vraag waar dat oorspronkelijke kapitaal nu precies vandaan is gekomen. Nou, laten we maar duidelijk zijn, dat is geroofd! Op enig moment zijn bepaalde mensen en hun vermogens gewoon onteigend. Je zou daarmee kunnen zeggen dat aan de grond van het hele systeem een schuld ligt vanwege het onrecht dat aan anderen is aangedaan. Vervolgens is het uitgebouwd overeenkomstig de klassieke gedachte van de socioloog Weber over het sparen van vermogen en de opvatting dat sparen niet bedoeld is voor het voorbereiden van consumptie. Volgens Weber spaart de kapitalist om te kunnen investeren om zo nog meer winst te maken.

Natuurlijk is het verleidelijk om, los van de gedachten over de bron van vermogens toch het standpunt te huldigen dat de protestantse cultuur schulden serieuzer neemt dan bijvoorbeeld de meer Zuid-Europese landen. En misschien zit daar ook wel iets in. Hoewel die stereotypen niet altijd kloppen. Zo heerst binnen de Nederlandse politiek de kennelijk hardnekkige veronderstelling dat bijvoorbeeld socialistische partijen geld gemakkelijker uitgeven dan bijvoorbeeld liberale of christelijke partijen. Empirisch is daar nauwelijks bewijs voor. Integendeel, traditioneel zijn Nederlandse socialisten zuinige, sobere en protestantse mensen. Eerder zie ik daar zelf een verband tussen protestants en vrekkig en meer als tegenstelling tot zuidelijke cultuur waar rijkdom iets is wat je toont omdat het is wat je voorstelt.

 

Verklaringen

Het voorgaande is, natuurlijk, niet hetzelfde als een verkláring voor de economische structuren van woningmarkten en banken. De actualiteit in de discussie is duidelijk en het praten over de risico's eveneens. Zo zou op dit moment Cyprus de rotte appel zijn en dat kan op een ander moment weer een ander land zijn. Wat mij daarbij vooral zo bezighoudt, en beangstigt, is dat veel zogenaamde financiële systemen een vorm van piramidespel zijn. Dat verklaart ook waarom voor ons de huizenmarkt zo belangrijk is: er hangen zoveel andere markten van af zoals de keukenboer, de vloerenboer, de verhuisboer, de notarissen. Samen vormen zij één circus dat nationaal inkomen creëert. Terwijl het feitelijk een heel systeem is van schuld opschuiven naar de toekomst. Ik ben daar ook pessimistisch over. Ik denk dat de rationale van de markt die altijd groeit een waandenkbeeld is. De altijd voortgaande groei zou een fundamentele wet zijn, maar dat weet je niet. Wat als de olie opraakt, het water of zelfs de fosfor? Houden wij dan nog steeds een economie van oneindigheid en groei? Ik denk dat dat niet houdbaar is.

De idee dat het financieel niet op kan en de kredietbomen tot in de hemel groeien, zou langzaamaan toch verlaten moeten zijn, nu de financiële crisis zich stevig in onze samenleving heeft geworteld. We moeten af van een veronderstelling als dat alles wat ik leen, zich in de toekomst terugverdient door automatische waardestijging van huis en inkomen. Men kijkt op een tabel en men weet wat u over 30 jaar verdient, dat was de veronderstelling of zelfs overtuiging. We weten inmiddels dat dat niet zo werkt. Feit is wel dat het aangaan van verplichtingen door die veronderstellingen is veranderd. De gedachte dat bij geld lenen aflossen hoort en dat wat geleend is moet worden terugverdiend, is verlaten. Nu zijn we, door de crisis, eigenlijk weer terug bij de juridische schuld die wordt omgezet in een morele schuld.

 

Stoppen

Herman van Gunsteren, een bekend politiek filosoof zei het al :”Stoppen: U kunt het, u wilt het, u doet het niet”. Dat is ook een kenmerk van ons economische systeem en van onze houding ten aanzien van schulden. Ik bedoel daarmee dat als mensen schulden maken, en deze schulden geven een oplossing voor een bepaald probleem, zij geneigd zijn nieuwe schulden te maken. Op enig moment is er teveel geleend, maar wat dan? Kijk nu naar Griekenland, of Cyprus. We krijgen waarschijnlijk ons geld niet meer terug, zeker niet alles. Wat doe je dan? Eerst een land laten bezuinigen, de bevolking uitknijpen, bang maken, pijn doen, 'betalen want anders....' Vervolgens spreken we een trajectje af om faillissement te voorkomen, en daarna..., daarna laten we het zo. Het is tegenwoordig in feite een systeem-eis dat werkelijk 'stoppen' niet aan de orde kan zijn; het systeem moet doordraaien. Je kan niet zomaar kwijtschelden, en je kan ook niet proberen de ander zover uit te persen dat die geen verdiencapaciteit meer heeft en failliet zou gaan. Het is een imperatief van het economische systeem dat het noodzakelijkerwijs op deze halfslachtige manier wordt opgelost. Kortom, er is geen consequente uitweg als je het economisch systeem wil laten door functioneren.

 

Vangnet

Daarnaast spelen ook allerlei andere zaken bij incidenten in een dergelijk groot systeem een rol. In de jaren tachtig maakte bijvoorbeeld Reagan het mogelijk dat financiële instellingen konden speculeren op kosten van anderen, wat leidde tot het Savings & Loans schandaal. Ook bestaat de theorie dat allerlei whizkids, wiskundigen en natuurkundigen, die zich tijdens de Koude oorlog bezig hielden met het ontwikkelen van geavanceerde wapensystemen, zich na de Koude Oorlog zijn gaan bezighouden met financiële producten. Zij pasten hun technische inzichten over complexe systemen en mechanismen toe op de economie, bijvoorbeeld het soort inzichten ”Too big to fail” van banken. Dat heeft de aandelenmerkten enorm aangejaagd. En als het vervolgens in een crisis raakte, wist men dat ‘het systeem’ toch wel gered zou worden. Of erger nog, men gelooft niet echt dat financiële systemen ons in de afgrond kunnen storten. Het kapitalisme is er gewoon voor eeuwig. Of zoals Zizek, een bekend modern filosoof, het mooi uitdrukte: “Tegenwoordig gelooft men nog eerder in het einde van de wereld dan in het einde van het kapitalisme”. De gedachte bestaat dat er altijd een bail-out is. Maar uiteindelijk zal de wal het schip toch keren.

 

Schuldsanering als amoreel probleem.

Deze grenzeloze gedachte van schuldsanering toont zich ook op individueel niveau, bij gewone mensen met financiële problemen. De gedachte is dan dat je na de schuldsanering 'vrij' bent, maar ook dat je positief aan de economie kan bijdragen. Je zou kunnen zeggen dat een moreel principe wordt verlaten voor een bedrijfsmatig principe. De schuldenproblematiek is nog slechts een afwikkelingsprobleem, een amoreel principe. En dat past heel goed in de moderne tijd. Het individu is een bedrijfsmatige actor die, tegen eigen schuld of voorzienbaarheid in, in problemen is geraakt. Hij is onderdeel van een risico-maatschappij welke moeilijk is te overzien en wij verwachten daarnaast van mensen dat ze heel veel risico accepteren. Nou, dan hoort daar ook een socialisatie van de problematische gevolgen bij, dat is wel een consequente gedachte. Maar, wat enerzijds een humanistische ingreep lijkt om iemand te verlossen van een oneindige achtervolging van zijn schuldeisers blijkt, vertaald naar filosofische termen, uiteindelijk een productiviteits-imperatief te zijn.

Het is een klassieke Foucault analyse. De twee benaderingen, hoezeer zij ook verschillen, kunnen allebei correct zijn en liggen niet ver van elkaar af. Het is ook geen schandaal dat ze allebei correct zijn. Het zijn conclusies waarin iedereen gedwongen wordt, onder humanistische principes en voorwendselen, zich productief te tonen. Tegelijkertijd is het een conclusie dat de schuldsanering een menselijke manier is om de één soort straf om te zetten in die andere soort straf. Precies zoals Foucault beschrijft. En het is niet zo makkelijk te zeggen of we nu onder de ene benadering ‘vrijer’ zijn dan onder de andere.

 

Keuze-vrijheid

In hoeverre kun je je onttrekken aan dit systeem of mechanisme? Koop je een huis of niet? Wat voor hypotheek neem ik? De keuze bestaat om te zeggen: 'Ik koop geen aandelen, want ik haat dat speculatieve financiële systeem'. Je kan voor een deel je eigen financiële leven vorm geven. De winst verdriedubbelaar; je kunt er voor kiezen, of niet. De bedrijven kunnen je met hun producten in de maling nemen, terwijl rechters daarin toch uiteindelijk oordelen dat de normale mens zijn eigen verantwoordelijkheid heeft – tenzij die banken en financiële instellingen je op een grove manier misleid hebben, wat natuurlijk ook voorkomt. Maar anderzijds blijkt dat je bijvoorbeeld via je pensioenstelsel toch in allerlei dubieuze aandelenpakketten en financiële constructies participeert, zonder dat je het weet of wilt. Dan heb je eigenlijk nauwelijks vrije keuze.

Het heeft kenmerken van een moral hazard; je wordt verleid, je wordt uitgelokt, je wordt ertoe verplicht omdat het welvaart brengt – je bent een dief van je portemonnee als je niet meedoet, ‘anderen doen het ook’. Wie wil of kan dat stoppen? Maar intussen blijken veel hypotheken geen prachtige bezittingen meer, maar een enorme schuldenberg. Schuldenproblematiek is dus een heel fluctuerend product. Wat op het ene moment een veilige investering lijkt, blijkt het volgende moment drijfzand – bij individuen, maar ook bij banken en zelfs bij staten. Het collectieve probleem is dat de hele economie instort als wij niet voortgaan.

  

Toezicht

Toezicht is in de jaren negentig onder de vlag van neo-liberalisme sterk uitgebreid. Voor dat toezicht zijn inmiddels heel veel toezichthouders geïntroduceerd. De gedachte was dat marktpartijen zich geen zorgen hoefden te maken over de grens waarbinnen zij opereren, die taak neemt de overheid voor zijn rekening. Op het moment dat je als individu, als marktpartij die grens overschrijdt, zo was de redenering, hoor je het wel van de toezichthouder; zelf hoef je daar niet bij na te denken. Wij, de overheid en toezichthouders, gaan over de collectieve kwesties. De maatschappij heeft daardoor mensen afgeleerd daar zelf over na te denken.

Bij de introductie van de toezichthouders snapten heel weinig mensen wat toezichthouders dan zijn. Ikzelf heb ook wel eens geprobeerd te achterhalen wat een toezichthouder dan is. Het lijkt op een Openbaar Ministerie, maar dat is het niet echt; het lijkt op een overheidsinstantie, maar dat is het niet echt. Democratische controle erop bestaat nauwelijks. Hoe doen zij hun onderzoek? Hoe sanctioneren zij? Hoe effectief zijn zij? Niemand die het weet. De enige constatering die valt te maken is dat zij alles níet hebben wat een traditionele overheid wél heeft en dat maakt ze tot dubieuze constructies.

 

Omgang met schulden

Schuld blijft een lastig begrip. Denk bijvoorbeeld ook aan de steeds terugkerende discussie over eigen verantwoordelijk in de gezondheidszorg. Wie niet gezond leeft, moet extra betalen. Bijvoorbeeld bij obesitas. Maar net als met financiële producten, worden we ook bij het voedsel door allerlei grote fabrikanten en systemen aangemoedigd om vooral veel te consumeren. Kun je dan zeggen 'Eigen schuld, dikke bult'? De persoon weet immers dat het gedragingen zijn die slecht zijn, alleen ze worden door allerlei wijzen waarop de maatschappij is ingericht in de hand gewerkt. Hoeveel schuld hebben mensen daar zelf aan?

Toch kunnen aan de andere kant ook extremen ontstaan. Wanneer wij bijvoorbeeld weten dat beweging of zwemmen de problematiek van overgewicht vermindert, en er niettemin toch welgestelde mensen met overgewicht menen dat zij hun door de huisarts geadviseerde abonnement op het zwembad van de belasting moeten kunnen aftrekken – het is immers doktersvoorschrift? Er zijn hierin twee aspecten; enerzijds de verantwoordelijkheid en de eigen beslissingsruimte, anderzijds het problematisch gedrag dat niet wordt ontmoedigd, maar aangemoedigd. Beide aspecten zullen altijd een rol blijven spelen, ook al veranderen de maatschappelijke omstandigheden waaronder dat gebeurt nu wel heel snel – met name de financiële omstandigheden. Dat maakt het extra moeilijk om uit te maken in hoeverre men op schuld kan en moet worden aangesproken.

 

Last modified on vrijdag 29 maart 2013 07:21
More in this category: Ruilen is retro »

Leave a comment