Contact | Routebeschrijving | Nieuwsbrieven

zaterdag 27 oktober 2012 11:42

Privatisering in de schuldhulpverlening en budgetcoaching

Geschreven door  I.P. van Rossen
Rate this item
(0 stemmen)

Rivierendelta 

Op 29 september was er de eerste ledenvergadering van de pas opgerichte NVVBC (Nederlandse Vereniging voor Budgetcoaches). Diverse personen uit het veld van de schuldhulpverlening was gevraagd een voordracht te houden over een aantal onderwerpen die met budgetcoaching verbonden zijn. Ondergetekende kreeg het podium voor het geven van een voordracht over privatisering in de schuldhulpverlening en budgetcoaching. Onderstaand is een schriftelijke weergave van deze voordracht....

"De budgetcoach staat met zijn vakgebied, bedoeld of niet, in een lange en eerzame traditie van volksopvoeders. Luther, Rousseau, Kant, Fichte, allemaal namen van voor of tijdens de Verlichting die de “Bildung” van “het  volk” als voornaamste taak zagen voor individuele gezinnen om te treden uit de schaduw van de heersende structuren en hun eigen leven ter hand te nemen. Dat wij dat tegenwoordig budgetcoaches noemen of coaches in het algemeen, doet aan die traditie niet toe of af. De budgetcoach heeft een schone taak voor zich liggen en zijn ambities zijn niet gering.

Schuldhulpverlening en budgetcoaching zijn, zoals ik het zie, verschillende kanten van dezelfde medaille. In hun uitvoering gaan zij meer dan eens en hopelijk, waar nodig,  zo vaak mogelijk, in elkaar over. Zij versterken elkaar en zijn een instrument in dezelfde hand.  De vraag over privatisering van deze beroepen is een zeer veelomvattende vraag, die bovendien niet makkelijk te beantwoorden is. Allereerst omdat er zeer veel discussie is over de vraag wat privatisering is, en bovendien ook omdat schuldhulpverlening en, naar ik veronderstel, voor een deel ook budgetcoaching, een langlopende discussie heeft lopen over waar die uitvoering moet liggen: bij de overheid, bij private organisaties of bij beide?

Voor beantwoording van de vraag moeten wij allereerst kijken naar de positie van de schuldsanering. Daarbij definieer ik schuldsanering als het geheel van handelingen dat verband houdt met het voorkomen, oplossen en afwikkelen van problemen die gepaard gaan met schulden. Dit varieert van schuldhulpverlening, budgetcoaching, WSNP en faillissementen tot incasso, gerechtsdeurwaarder en gerechtsprocedures. Oók deze laatste drie zijn, welbeschouwd, vormen van schuldsanering.
De budgetcoach staat ook, wederom bedoeld of niet, in nog een andere traditie, namelijk de traditie van de “geschilbeslechting”. Dat de budgetcoach daarin één van de óplossingsstrategieën is betekent dat hij of zij daarin een zeer belangrijke plaats inneemt. Geschilbeslechting, zult u zeggen, “ik ben mij daar helemaal niet van bewust!?”. Ik zal proberen uit te leggen waarom de budgetcoach in die traditie staat.
Belangrijke, en vaak achteraf, reden voor het benaderen van een budgetcoach of schuldhulpverlener is het uit de hand lopen van schulden welke iemand plaatsen tegenover een incasso-bedrijf, deurwaarder of zelfs plaatsen in een gerechtelijke procedure. Vanaf de eerste niet-nakoming van een vordering plaatst een schuldenaar zich in een aantal van toepassing zijnde rechtsregels. Een schuldenaar krijgt geen dagvaarding omdat die ene crediteur dat nu eenmaal wil, de schuldenaar krijgt dat omdat het de wettelijk noodzakelijke voorwaarde is om zijn geld te krijgen, namelijk via een vonnis en eventuele beslaglegging. Regels van rechtspraak leiden het proces. Rechtspraak is een vorm van geschilbeslechting en op gelijke wijze is ook schuldsanering (in haar meest brede vorm) een vorm van geschilbeslechting. Het zal niet verwonderen dat schuldsanering om die reden een aantal aspecten vertoont die niet uniek zijn voor schuldsanering en die zij deelt met andere onderdelen van de rechtspraak.

Een van deze aspecten is de manier waarop de toegang tot en de uitwerking van het recht plaatsvindt. In 2003 introduceerde het WODC in haar rapport “Geschilbeslechtingsdelta 2003, over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers” de Nederlandse rivierendelta als een metafoor van de zich voortdurend aandienende juridische problemen. De vraagstelling in het onderzoek was destijds in welke mate juridische problemen voorkomen in Nederland en welke oplossingsstrategieën mensen voor hun juridische problemen gebruiken. Het onderzoek onderscheidde destijds drie kenmerken van oplossingsstrategieën, namelijk actie ondernemen of niet, deskundige hulp zoeken of zelf doen, en, tenslotte, overeenstemming proberen te verkrijgen of een derde een beslissing laten nemen. Het onderzoek uit 2003 ging voort op een weg die reeds in 1976 was ingeslagen door Schuyt c.s. In dat onderzoek: “De weg naar het recht” toonde Schuyt aan dat bij het zoeken van rechtshulp er sprake was van een samenspel van drie dimensies: de aard van het rechtsprobleem, in ons geval schuldenproblematiek, de omstandigheden en eigenschappen van rechtshulpzoekenden, onze klanten, en de kenmerken van de rechtshulpinstanties, zeg maar de inrichting van de rechtspraak. Er is geen diepgaande beschouwing of rekkelijke interpretatie nodig om te onderkennen dat ook in de schuldsanering deze zelfde dimensies aanwezig zijn. De in het WODC-onderzoek beschreven grote hoeveelheid geschiloplossingsstrategieën die burgers voor zichzelf zoeken (én vinden) in juridische probleemsituaties zijn ook waar te nemen in de benadering die mensen hebben van problematische schuldsituaties. Hun toegang tot en de uitwerking van schuldsanering (zij het gemeentelijk, privaat, publiekrechtelijk of commercieel) is onderhevig aan dezelfde soort processen. Daarnaast kwam uit het WODC-onderzoek een verscheidenheid van burgers naar voren die zich onderscheidden als passieven, doe-het-zelvers en rechtshulpgebruikers; een ook binnen de schuldsanering herkenbare typering. Het ligt voor de hand ook schuldproblemen en de oplossingen die mensen daarbij zoeken te typeren als een rivierendelta.

Het is een feit dat onze rivierendelta al een decennium lang verstopt is geraakt. Op geleide van allerlei belangen en opvattingen staat het nadenken over schuldhulpverlening al vele jaren stil. Dat wat in de rechtspraak en de toegang tot het recht, toch één van de belangrijkste verworvenheden van onze rechtsstaat, goed verloopt, is een voortdurend gebrek bij de schuldhulpverlening. De toegang tot de schuldhulpverlening is afhankelijk gemaakt van allerlei bestuurlijke en financiële overwegingen die los horen te staan van de hulpvraag van de schuldenaar. Zelfs de capaciteit van de thans gefaciliteerde gemeentelijke schuldhulpverlening (afgaand op de hulpvragen 2011 zijn dat er ca. 76.000) is bij lange na niet genoeg voor het geschatte aantal hulpbehoevenden van ca. 500.000 tot 800.000 (en stijgend!). Plaatsen daarvan binnen allerlei voor bezwaar en beroep vatbare beleidsregels lost die capaciteit niet op! Waar niet is verliest de keizer zijn recht!

Het is een goede zaak dat op dit moment het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innnovatie aan de slag is met de AmvB artikel 48 lid 1 sub d (zeg maar het vrijstellingsbesluit voor schuldbemiddeling). Het toont de opvatting dat uitvoering van werkzaamheden in de schuldsaneringsdelta ook mogelijk moet zijn voor private, onafhankelijke, niet-overheids hulpverlening. Dit zal de uitvoeringscapacaciteit vergroten en zal zorgen dat kwalitatief verantwoorde schuldbemiddeling en de daarbij onontbeerlijke budgetcoaching (levensvatbaar) tot stand zal komen. De rivierendelta heeft nog zeer veel andere grote en minder grote stromen die in het stromenland van de schuldhulpverlening hun dienst bewijzen of kunnen bewijzen: De WSNP, saneringskredieten, beschermingsbewind, de lijst is in de toekomst wellicht nog verder uit te breiden. Doelstelling van alle inspanningen is een soepel doorstromende schuldsaneringsdelta waarbij de schuldenaar toegang krijgt tot dat waar hij recht op heeft en niet geconfronteerd wordt met wet- en regelgeving die hem of haar onnodig in de armoede houdt.

Last modified on maandag 29 oktober 2012 08:23

Leave a comment